Column

Buitenlandse studenten in Groningen: tel je zegeningen en ga niet mee in de klaagcultuur

null Beeld Trouw
Beeld Trouw

Het was in Madrid op een feestje met vrienden, een paar jaar geleden. Vrolijk kwam ik binnen en begroette iedereen. Kussen, omhelzingen. Én een schop voor mijn schenen: ‘Pak aan Hollander, zo doen jullie dat toch?’

Kort daarvoor had een voetballer van Oranje zich op het veld al schoppend misdragen. Vaag had ik er iets van gehoord, maar als Nederlander werd ik er wel een mikpunt door. Goedmoedig, want die trap tegen de schenen was louter symbolisch geweest en de omhelzing was er daarna niet minder om. Ik lachte maar schaapachtig met ze mee, want dat doe je dan, en het werd die avond als vanouds gezellig.

Zo gezellig schijnt het aan de universiteit van Groningen niet altijd aan toe te gaan. ‘Ik vertelde dat er geen treinen rijden in Mexico,’ herinnert de Mexicaanse Alejandra Hernández, die daar aan een promotieonderzoek werkt, in deze krant. ‘‘Dus je reist per ezel?’ zei iemand, en alle omstanders lachten. Ik niet. Het is bot.’

Over dat soort botheid kwamen méér meldingen binnen en de universiteit stelde een onderzoek in. ‘Veel studenten hebben last van vooroordelen en discriminatie,’ concludeerde het universiteitsblad. De rector van de Groningen vindt het zorgwekkend: ‘Als het niet goed gaat met de inclusiviteit, dan gaat het niet goed met de universiteit,’ verklaarde hij in deze krant. Sommige studenten spreken ronduit van racisme.

Afgaand op de gerapporteerde incidenten, lijken dat érg grote woorden – maar die doen het in dit soort zaken nu eenmaal goed. ‘Door mijn donkere huid denken medestudenten meteen dat ik uit Afrika kom,’ zegt een van de studenten. ‘Als ik vertel dat ik uit de Caraïben kom, is het antwoord: ‘Hmm, wat exotisch!’ Ik probeer mij voor te stellen wat daar voor onaangenaams in schuilt, maar kom niet verder dan de lichte ergernis wanneer ik in het buitenland weer eens moet uitleggen dat ik géén Duitser ben. Voor deze studente ligt het een stuk dieper: ‘Europa torst nog steeds de gevolgen van de eeuwenlange slavernij en kolonisatie.’ Kanon en mug liggen plotseling net zo dicht bij elkaar als bij het ezelsgrapje.

Ja, wij worden beoordeeld naar de kenmerken van de groep waartoe bij behoren. Of liever de hele zwerm van groepen waarin we nu weer eens deze, dan weer eens die identiteit dragen. Dat kan niet anders: over puur individuele zaken kun je niet denken en spreken zonder ze onder te brengen in categorieën. Iedereen doet dat, onvermijdelijk en voortdurend. Ook de gebelgde studenten vellen dat soort generaliserende oordelen, in één adem met hun protest daartegen. ‘Progressief, modern en open-minded’ dacht één van hen dat Nederland was. En stel je voor: dat blijkt niet altijd zo te zijn.

Eigen aan de mens

‘Het is eigen aan de mens om te stereotyperen,’ zegt de Groningse hoogleraar Ernestine Gordijn terecht. Niet vanwege een slavernijverleden of andere historische duisterheid en al evenmin vanwege de bijzondere verdorvenheid van de Europese of Nederlandse cultuur. Luister in verre werelddelen hoe de éne groep over de andere spreekt, en alle Groningse zorgen verdwijnen op slag als klein bier. De Indonesische Rieza Aprianto die zich stoort aan het vooroordeel dat hem als Aziaat een timide karakter toeschrijft, zou aan een Hutu eens moeten vragen hoe hij over een Tutsi denkt.

Ongetwijfeld rekenen Nederlanders zich hun eigen botheid soms als deugdzame directheid aan. Hoe populair werd Jan Kees de Jager niet toen hij als minister van financiën als een olifant door de Europese porseleinkast banjerde om de Grieken mores te leren. Zelfs mijn in België geboren en getogen dochter was er een beetje beduusd van toen ze een tijdje in Nederland kwam studeren. Ook dat was in Groningen, maar – legden wij haar uit – Groningen is heel Nederland niet.

Laten al die buitenlandse studenten in het noorden des lands inmiddels hun zegeningen tellen – en zich harden tegen de verlokkingen van de klaagcultuur. De grootste gestereotypeerde groep in Nederland is waarschijnlijk die van de autochtone man van een zekere leeftijd, vaak ook nog eens beledigend ‘wit’ genoemd. Een paar pagina’s verder duikt hij in diezelfde krant prompt weer op. Hoogstens zal hij zijn ereplaats moeten delen met de, al dan niet orthodoxe, ‘gristen’ of katholiek, die in Nederland gaandeweg met alle zonden Israëls beladen is. Daarnaast stelt het kleine universitaire ongemak waarin verschillende culturen onderling ook echt ánders blijken te zijn weinig voor.

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril.

Lees al zijn bijdragen hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden