Buitenlandse renner heeft Vlaanderen overgenomen

De Vlaamse wielrenners verliezen snel terrein op hun eigen grondgebied, de Vlaamse klassiekers. Dat zegt de Vlaamse schrijver Luc Verdoodt. „Onze koersen worden steeds vaker overmeesterd door buitenlandse renners. Tot een jaar of drie geleden lag het in de lijn der verwachting dat een Greg Van Avermaet een grote rol zou gaan spelen in de Ronde van Vlaanderen of in Gent-Wevelgem. Maar door de nieuwsgierigheid van de buitenlanders zie je nog weinig Belgische renners een Vlaamse klassieker winnen.” De Deen Breschel luidde wat dat betreft dit seizoen weinig hoopvol in voor de Belgen. Hij zegevierde woensdag in Dwars door Vlaanderen.

De E3 Prijs vandaag en Gent-Wevelgem morgen vormen de aftrap van de zogenoemde Vlaamse wielerweek. In twee weken tijd rijdt het profpeloton vijf (semi)klassiekers door de Vlaamse Ardennen. De uitslagen van de afgelopen jaren in die koersen spreken in het nadeel van de thuisrijders. De laatste Belgische winnaar in Gent-Wevelgem was Nico Mattan in 2005. Tom Boonen was de laatste Belgische triomfator in de E3 Prijs, drie jaar geleden. Alleen de Ronde van Vlaanderen houdt nog stand tegen het buitenlandse geweld. Maar dat is louter te danken aan twee renners, Tom Boonen en Stijn Devolder. Die laatste won de Ronde vorig jaar en in 2008.

Het is geen toeval dat steeds meer niet-Vlamingen nadrukkelijk om de hoofdprijzen vechten in de voorjaarswedstrijden, meent Verdoodt, auteur van het ’Vlaams Toppenboek’ dat deze week verscheen. „De wielerbeleving in Vlaanderen is immens. Buitenlandse wielrenners roemen de sfeer rond onze koersen. Hier komen duizenden, zo niet tienduizenden naar de start en finish. Ik hoorde van renners dat op de finish in Parijs-Nice een paar honderd mensen afkwamen. Coureurs die de Tirreno-Adriatico reden, konden voor de koers ongestoord op het terras hun espresso drinken.” Volgens Verdoodt is de opwinding rond de Vlaamse ’koers’ te vergelijken met die rond het schaatsen in Nederland.

Het zijn niet alleen buitenlandse profs die het ’plezant’ vinden de venijnige klimmetjes en aftandse kasseistroken op te zoeken. Ook voor duizenden wielertoeristen zijn de Vlaamse Ardennen een bedevaart waard, schetst Verdoodt. De schrijver en freelance wielerjournalist stelde speciaal voor deze laatste groep wielrenners een gids samen (zie kader) met de honderd zwaarste hellingen. „Wielertoeristen kopen een dure fiets en uitrusting. Ze kleden zich in een Rabo-outfit en willen dan ook het decor erbij.” De gids, het Vlaams Toppenboek, is alles behalve een droge opsomming met stijgingspercentages en andere cijfers, zegt Verdoodt. Hellingen als de Oude Kwaremont hebben hun eigen geschiedenis. Verdoodt tekende die én zijn eigen indrukken op.

„Het boek is eigenlijk bedoeld voor de wielertoerist. Maar een prof zonder parkoerskennis heeft er ook wat aan”, aldus Verdoodt. Hij sprak voor zijn gids met een aantal van hen. Over wat hun ervaringen zijn en hoe zij de heuvels slechten. „Ik heb met de jonge prof Pieter Jacobs gesproken, een ronderenner. Het was frappant om te horen dat hij tijdens zijn trainingen de heuvels mijdt. Zonder gevaar is het namelijk niet, je moet ook weer naar beneden.”

En daar loert het risico, weten profs maar al te goed. In 2007 kwam een tiental renners zwaar ten val tijdens de afdaling van de Kemmelberg, tijdens Gent-Wevelgem. Meteen laaide de discussie op of het verantwoord was om een heel peloton over smalle, slechte wegen te jagen. „Tegen wielertoeristen zeg ik: neem de afdaling alsof je in een skilift zit. Voor profs horen de heuvels nu eenmaal bij hun werk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden