Buitenlands beleid spaart kool en geit

Nederland voert onder premier Balkenende en minister De Hoop Scheffer een buitenlands beleid van niks. Het Irak-beleid, bijvoorbeeld, is geen diplomatiek hoogstandje maar verhult slechts dat Den Haag van twee walletjes wil eten.

Bij het gesprek dat premier Balkenende en minister van buitenlandse zaken De Hoop Scheffer morgen met president Bush en minister Powell hebben zou een kritische uiteenzetting op verschillende dossiers op zijn plaats zijn. Maar daar komt het waarschijnlijk niet van. Het Nederlandse buitenlandse beleid lijkt er voornamelijk op uit om iedereen, maar vooral de VS, te vriend te houden.

De afgelopen weken werd opnieuw duidelijk hoe pover het niveau van het debat over het buitenlandse beleid is. Of het nu gaat om de discussie over de Europese Conventie, de uitbreiding van de EU, de rol van het internationaal recht, men ontkomt niet aan de indruk dat we vooral te maken hebben met hapsnap-beleid en navelstaarderij. Met één uitzondering: het pro-Amerikaanse beleid van de Nederlandse regering.

Deze constante is de laatste jaren almaar groter geworden en bereikt met dit kabinet een voorlopig nieuw hoogtepunt. Dit ondanks het ongekende unilateralisme van de neo-conservatieve regering-Bush. Moest Luns als minister van buitenlandse zaken in de jaren '60 nog diverse kamermoties over zich heen zien komen waarin het Amerikaanse optreden in Vietnam veroordeeld werd, de huidige debatten in de Kamer missen elk kritisch dualisme.

Neem bijvoorbeeld het Irak-dossier. Men zou het Nederlandse beleid hierin kunnen beschouwen als een hoogtepunt in diplomatiek laveren. In de aanloop naar de oorlog interpreteerde de Amerikaanse regering het Nederlandse standpunt (wel politieke, maar geen militaire steun) als steun aan de coalitie. In Duitsland, waar de regering tegen de oorlog was, bestond daarentegen de indruk dat Den Haag er nog niet uit was. En nu ook weer. Terwijl Nederland aan de ene kant troepen naar Irak stuurt en zodoende deel uitmaakt van een bezettingsmacht die nooit door de VN is goedgekeurd, pleit men aan de andere kant voor een grotere rol voor de VN. Ook nu lijkt Nederland van twee kampen deel uit te maken. Kool en geit lijken gespaard.

Het Nederlandse beleid is in werkelijkheid echter geen diplomatiek huzarenstukje, maar het gevolg van onwil om daadwerkelijk stelling te betrekken. Keuzes worden vermeden, met als gevolg dat het Nederlandse standpunt niet alleen onduidelijk, maar ook onverdedigbaar wordt. Want hoe is het te verkopen dat Nederland op basis van VN-resoluties de oorlog in Irak steunde, terwijl de VN dit zelf niet deden en bij monde van Kofi Annan de oorlog afkeurden.

Het debat over de Nederlandse steun aan Irak van vorige week wekte de indruk dat zelfs binnen de regering onvoldoende gecommuniceerd wordt over het buitenlandse beleid. De omgang tussen regering en Kamer getuigde van achterkamertjespolitiek en minachting voor het politieke bestel.

Een meerderheid van de Kamer scheen dit echter in het geheel niet te storen, net zo min als een meerderheid van de Nederlandse bevolking die niet of nauwelijks een mening heeft over zoiets als de uitzending van soldaten naar Irak. Op deze wijze wordt het de Nederlandse regering wel heel makkelijk gemaakt om haar politiek van pappen en nathouden voort te zetten.

Maar niet alleen inzake Irak zou een heldere uiteenzetting van het Nederlandse standpunt op zijn plaats zijn. Terecht refereerde Dries van Agt vorige week in Zomergasten nog aan drie andere zaken: het Kyoto-verdrag, het Internationaal Strafhof en het kernstopverdrag. Nederland is pleitbezorger voor deze verdragen en zou het gesprek met de Amerikaanse regering, die de voorstellen getorpedeerd heeft, aan moeten gaan. Of dit zal gebeuren, is echter nog zeer de vraag.

Over één ding zal in ieder geval wel gesproken worden bij de ontmoeting tussen Bush en Balkenende, namelijk de kandidatuur van De Hoop Scheffer voor de post van secretaris-generaal bij de Navo. De kansen van De Hoop Scheffer zullen door het optreden van de Nederlandse regering de laatste maanden sterk zijn toegenomen. Kritische geluiden bij het huidige bezoek zouden zijn kansen sterk kunnen verminderen en men zou haast gaan denken dat dit punt wel het belangrijkste is op de Nederlandse regeringsagenda. En dit is typerend voor de Nederlandse kijk, zowel in de politiek als in het grootste gedeelte van de pers, op het buitenlands beleid. Of het nu gaat om de mogelijke terugkeer van Tineke Netelenbos in de Europese politiek of de kansen van Wim Kok als nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, in Nederland gaat het hooguit om de poppetjes, maar nooit om de inhoud.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden