Buitenaards creatief

David Bowie (1947-2016) was in en buiten de popmuziek continu bezig nieuwe terreinen te verkennen. Vaak als eerste.

David Bowie is dood. Zijn album 'Blackstar', dat vrijdag verscheen, bleek zijn afscheidscadeau aan de wereld. Opeens vallen de teksten van nummers als 'Lazarus' en 'I Can't Give Everything' op hun plaats. Opeens worden die laatste, surrealistische videoclips duidelijk. In 'Blackstar' zien we een dode, neergestorte astronaut: Major Tom is niet meer. Of 'Lazarus': Bowie, liggend op een bed, als een patiënt, wanhopig gebogen over zijn laatste teksten. Om uiteindelijk op te staan, een kast in te lopen, en de deuren achter zich te sluiten.

Van zijn sterven maakte David Bowie een kunstwerk, net zoals hij dat al meer dan een halve eeuw van zijn eigen leven maakte.

Anderhalf jaar leed hij aan leverkanker, werd gisteren bekend. Dat bleek zondag definitief ongeneeslijk, twee dagen na zijn 69ste verjaardag. Schreven kranten in december nog hoe hij tijdens de New Yorkse première van het door hem geschreven theaterstuk 'Lazarus' blaakte van gezondheid, achter de schermen stortte hij in, zo vertelde regisseur Ivo van Hove gisteren in radio-interviews. Bowie was op, maar had alles gegeven, tot op het eind.

Als één van de weinigen wist Van Hove dat Bowie ziek was, het was hem en scriptschrijver Enda Walsh aan het begin van hun samenwerking in alle vertrouwelijkheid verteld. Bowie's vaste producer Tony Visconti wist het, zijn vrouw Imam, zoon Duncan Jones (44) en dochter Alexandria (15) moeten het hebben geweten. Voor de rest van de wereld kwam het heengaan van één van de meest iconische rocksterren ter wereld als een volslagen verrassing.

Maar wat is iconisch, als we het hebben over een ster van buitenaardse proporties waar iedereen een andere connotatie bij heeft? Want dat blijft terugkomen, denkend aan Bowie: zijn vele, vele gezichten. Geuit in muziek, natuurlijk muziek, maar ook in zijn mode, schilderkunst en filmrollen. En in de rollen die hij in het echte leven speelde: zijn alter ego's, zoals Major Tom, van zijn doorbraak 'Space Oddity' in 1969. Zoals Ziggy Stardust, de androgyne rockster from outer space. Zoals The Thin White Duke, de stijve gestileerde Britse aristocraat, verstoken van alle emoties - en verdoofd door bergen cocaïne, in de laten jaren zeventig.

Zijn vrouwelijke kant

Ook Andreas Blühm, directeur van het Groninger Museum waar momenteel de rondreizende blockbustertentoonstelling 'David Bowie is' te zien, begint meteen over die veelzijdigheid. "Bowie verenigde meerdere personages in zich waardoor iedereen, van verschillende generaties, iets uit hem kon halen. Daar hoorde bij dat Bowie continu bezig was met het verleggen van grenzen, zowel in muziek als bijvoorbeeld op het gebied van gender."

Hij speelde op het podium met het androgyne, met zijn vrouwelijke kant, zeker toen hij in de huid kroop van het intergalactische personage Ziggy Stardust. Hij verklaarde in 1972 homo te zijn, wat later veranderde in biseksueel, weer later omschreef hij zichzelf als heteroseksueel die nooit uit de kast was gekomen.

Naast die persoonlijkheden van Bowie sprong hij ook muzikaal gezien van genre naar genre. De catalogus van Bowie luistert als een college popgeschiedenis van de twintigste eeuw. Wat niet zo vreemd is, als je bedenkt dat hij die popgeschiedenis mede heeft vormgegeven, denkt Anthony Fiumara. De Nederlandse componist bewerkte onlangs het oeuvre van Bowie voor zijn compilatie 'Bowie XL', in opdracht van het Noord Nederlands Orkest, in het kader van de tentoonstelling in Groningen. "Bijzonder aan Bowie is dat hij gedurende zijn hele carrière de vinger aan de pols van de tijd heeft gehouden. Hij is een aantal stromingen zelf begonnen, hij heeft nieuwe richtingen in de popmuziek aangeboord. Zo heeft hij de glamrock aangestuurd, en is zijn Berlijn-trilogie bepalend geweest voor het succes van bands als Joy Division en de hele New Wave-stroming."

Kwaliteit als songwriter

Fiurama zegt: "Niet voor niets wijdde de componist Philip Glass twee symfonieën aan Bowie. Nu ik zelf bewerkingen van zijn muziek heb gemaakt, snap ik dat wel. Bowie bezat een enorme kwaliteit als songwriter. Het is ongelofelijk knap dat hij zo veel fantastische nummers heeft geschreven die niet alleen qua melodie en harmonie interessant zijn, maar waar altijd lagen onder zitten. Zelfs in een blij nummer als 'Let's Dance' zit een duistere laag verstopt, een laag die hem zijn hele leven heeft vergezeld."

Bowie werd als David Robert Jones op 8 januari 1947 geboren in Londen. Op school bleek hij opvallend creatief, ook vielen de zangkunsten van de jonge Bowie op. Elvis Presley en Little Richard waren vormend voor de tiener, die vanaf zijn vijftiende in verschillende bluesbandjes begon te zingen. The Konrads, The King Bees, The Manish Boys, The Lower Third, The Riot Squad: totdat hij in 1969 onder zijn artiestennaam David Bowie zijn gelijkgetitelde debuutalbum uitbracht. Bowie had zijn naam veranderd, om verwarring te voorkomen met Davy Jones van The Monkees. Hij leende de achternaam van de Amerikaanse volksheld James Bowie - naar wie het mes is vernoemd.

Dat eerste album werd geen succes. Twee jaar later lukte hem dat wel, met 'Space Oddity', het beroemde nummer over Major Tom, de astronaut die een ruimtewandeling maakt. Het nummer verscheen in dezelfde maand als de maanlanding, en was tekenend voor de levenslange fascinatie van Bowie met het buitenaardse. Op het volgende album liet Bowie de folkrock achter zich, en zette hij de toon voor glamrock op 'The man who sold the world' (1970), op de hoes uitdagend poserend in een lange jurk. Nu sprong die jurk al in het oog, maar met het album 'Ziggy Stardust' vestigde hij pas echt zijn reputatie als één van 's werelds meest opvallende popsterren. Met dat beroemde alter ego en de conceptuele aanpak van zijn muziek, ontsteeg Bowie het reguliere popsterrenschap.

Daarnaast liet hij zich in zijn creativiteit niet begrenzen door muziek. In 1976 maakte hij zijn acteerdebuut in 'The Man Who Fell To Earth' van Nicolas Roeg, als buitenaards wezen dat op het aardse verzeild was geraakt. De kleurrijke Bowie kreeg vaker kleurrijke filmrollen: zoals Pontius Pilatus (¿The Last Temptation of Christ', 1988), Andy Warhol ('Basquiat', 1996) of uitvinder Nicola Tesla ('The Prestige', 2006).

Eind jaren zeventig ontvluchtte Bowie de roem en de drugs. In het door de Koude Oorlog verscheurde Berlijn werkte hij met Brian Eno aan wat later zou worden gezien als diens artistieke hoogtepunt. Industriële krautrock en new wave kwamen samen op de Berlijn-trilogie: 'Low', 'Heroes' en 'Lodger'. Midden jaren tachtig werkte hij samen met Nile Rodgers, met wie hij 'Let's Dance' maakte, commercieel gezien zijn grootste hit. Ook in de jaren negentig bleef Bowie bezig, met synthpop en electronica - ook weer voordat dat gemeengoed zou worden in de hitparades.

Nooit meer op het podium

In juni 2004 speelde David Bowie in Duitsland, in de tournee voor het jaar ervoor verschenen 'Reality'. Plots greep Bowie naar zijn schouder, het gezicht vertrokken van pijn. Later bleek het een hartaanval te zijn, en het restant van de tournee werd afgezegd. Afgezien van een optreden met Arcade Fire en een verschijning op een liefdadigheidsconcert in 2006 zou Bowie nooit meer het podium beklimmen.

Hoewel Bowie nooit helemaal uit de publiciteit verdween, ging de wereld ervan uit dat Bowie langzaam maar zeker van een welverdiend rockpensioen ging genieten. Tot 8 januari 2013, zijn 66ste verjaardag, toen plots een nieuwe single verscheen, twee maanden later gevolgd door het album 'The Next Day'. Toch nog nieuwe muziek! Waar Bowie op dat album haast onbedoeld terugkeek op zijn verleden als rockster, verkende hij op het vrijdag verschenen 'Blackstar' weer nieuwe wegen, door de samenwerking met het jazzkwartet van tenorsaxofonist Donny McCaslin.

De aanloop naar 'Blackstar', die samenviel met het succes van zijn theaterproductie Lazarus, maakte samen met de overweldigende aandacht voor de rondreizende Victoria & Albert-tentoonstelling dat David Bowie weer meer in de belangstelling stond dan lange tijd het geval was.

Bittere bijsmaak

Het geeft de kennis dat hij al anderhalf jaar stervende was een bittere bijsmaak. Opeens is duidelijk waarom er voor het eerst in 25 studioplaten geen foto van Bowie, maar slechts een zwarte ster op de hoes prijkt.

Tot het eind heeft Bowie alles gegeven, benadrukte Van Hove gisteren. Bowie wilde nog niet dood, hij wilde blijven leven, niet alleen om zijn kunst, maar ook om zijn 15-jarige dochter nog volwassen te zien worden. Alles wat Bowie deed, was steevast persoonlijk, zei Van Hove.

In één van zijn laatste interviews - uit 2002 - vatte Bowie zijn wereldbeeld samen, en hoe dat in zijn werk tot uiting kwam. "De broeken konden veranderen, maar de woorden en onderwerpen waar ik altijd voor heb gekozen hebben te maken met isolatie, verlating, angst en wanhoop; alle hoogtepunten van het leven."

Ondanks zijn caleidoscopische voorkomen, is er wel degelijk een rode draad uit zijn carrière te halen. Dat duistere laagje dat uit ieder nummer te halen viel, welk popgenre hij er ook mee verkende.

Ja, er was de angst voor een zelfde noodlot als zijn schizofrene halfbroer Terry, die in 1985 een einde aan zijn eigen leven maakte. Ja, die vele gezichten van Bowie kwamen voort uit zijn schier oneindige creativiteit, en maakten dat zoveel mensen 'iets' konden met het veelzijdige totaalkunstwerk dat zijn leven was. Zoals Ivo Van Hove het gisteren verwoordde: "Hij had het nodig om een rol te spelen om echt te kunnen zijn."

Maar ook zag David Bowie het aardse simpelweg als niet zo'n vrolijke boel. Er was altijd dat verlangen om de aarde te ontstijgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden