Buideldier met echte scrabblenaam

Jelle Reumer is paleontoloog

Nederland heeft zes eilanden die permanent bewoond zijn. Vijf daarvan zijn Waddeneilanden, de zesde en kleinste is Tiengemeten in het Haringvliet. Uitgenodigd door Natuurmonumenten mag ik daar zes weken vertoeven om aan een boek te werken, omringd door het puikje van de Nederlandse fauna waaronder de noordse woelmuis, zeearenden en een bever. Tiengemeten is nog een echt eiland met een pontje. Goeree-Overflakkee, Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland zijn met bruggen en dammen feitelijk deel van het vasteland geworden, eraan vastgeknoopt met waterstaatskunstwerken als infrastructurele scheepstrossen die lijken te voorkomen dat de eilanden richting Noordzee afdrijven en over de einder verdwijnen. Nee, dan Tiengemeten, dat is nog echt een eiland en dankzij die noordse woelmuis ook in biogeografische zin.

Buideldieren

Voor biologen zijn eilanden laboratoria van evolutie en soortverspreiding. Hoe verder en hoe afgelegener, hoe beter. De spannendste eilanden liggen ver voorbij de horizon; Hawaï en Sint-Helena, Paaseiland en Gough, daar smullen wij biologen van. En Australië natuurlijk, zo ongeveer het grootste eiland dat we kennen. Met een geheel eigen fauna die, tot de komst van de mens, ongestoord zijn evolutionaire gang kon gaan. Australië is het paradijs van de buideldieren, of liever gezegd: was. Een heel aparte groep van zoogdieren, waarvan weliswaar ook in Amerika vertegenwoordigers leven, maar de hoofdmoot leefde en leeft in Australië en omringende eilanden als Nieuw-Guinea. Daar ontstonden in isolatie de meest vreemde vormen. Slome boomkangoeroes, wollige koala's, buidelmuizen, buidelmollen en buidelwolven, en allerhande kangoeroes en wallaby's die er de ecologische rol spelen die herkauwers en paarden elders vervullen.

Aderlating

Eilanddieren hebben één vervelende eigenschap: ze zijn kwetsbaar. Er zijn geen bruggen of dammen voor nodig, een schip met ratten en katten volstaat om een eilandfauna volkomen te verzieken. In concurrentie met geïntroduceerde konijnen, geiten, katten, honden en ratten leggen de inheemse soorten al snel het loodje. Van alle uitstervingen van de laatste paar duizend jaar zien we de meeste en de meest dramatische op eilanden plaatsvinden. Weg zijn de dwergolifantjes van Sicilië, de hertjes van de Filippijnen, de buidelwolf van Tasmanië en de dodo van Mauritius. Ook de fauna van Australië, toch een eiland met de maat van een heel continent zou je zeggen, heeft al een enorme aderlating ondergaan. En het risico is nog niet geweken. Zo maakte IUCN deze week bekend dat het onder andere met de teugelstekelstaartkangoeroe bedroevend is gesteld. Deze soort met zijn naam als een scrabblewoord is een stekelstaartkangoeroe van het geslacht Onychogalea met een witte streep over de schouders die in de verte doet denken aan een paardenteugel. De dieren worden niet heel groot, maximaal 65 centimeter hoog bij een gewicht tot acht kilo, en ze komen uitsluitend voor in een paar piepkleine reservaatjes in Queensland. Ooit leefden ze in een groot deel van Oost-Australië. In 1937 dacht men dat ze waren uitgestorven, met dank aan katten, honden en geïntroduceerde vossen, maar een herontdekte restpopulatie in de binnenlanden van Queensland zorgde voor een reddingsactie. Er zijn er nu ongeveer duizend, griezelig weinig dus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden