Buffelen op weg naar het witte doek

Filmacademie |lk jaar opnieuw studeert een groep jonge filmmakers af aan de Filmacademie in de hoop op een succesvolle carrière. Maar hoe verwezenlijk je je doel om een bioscoopfilm te maken?

Op de Nederlandse Filmacademie heerst deze week een plezierige hectiek. Er wordt eindexamen gedaan. De twintigers en dertigers die zich vier jaar lang bekwaamden in scenario, regie, productie, camera, montage en production design presenteren hun films voor het eerst aan het publiek. En natuurlijk willen ze hierna allemaal aan de slag in de filmwereld. Maar hoe verwezenlijk je die gedroomde filmcarrière? En niet onbelangrijk: is er emplooi voor 77 aanstormende filmmakers?

"Wat zo aantrekkelijk is aan de Filmacademie is dat je tijdens je studie al in contact komt met gevestigde producenten", vertelt Tessa Pope (28) die als regisseur afstudeert met 'The Origin of Trouble', een documentair portret waarin ze op speelse wijze de confrontatie aangaat met haar gescheiden ouders, en waarvoor ze afgelopen maandag al tweevoudig werd bekroond (door de VPRO- en persjury). Pope: "Die gevestigde producenten verschaffen ingang naar nieuwe projecten. Ze weten precies hoe filmfinanciering werkt, hoe je een subsidieaanvraag doet."

Film is een duur medium, en de beschikbare potjes geld zijn beperkt. En niet alleen de jonge garde is aangewezen op subsidie, ook gevestigde filmmakers moeten met elk nieuw project de markt op. Allemaal zijn ze aangewezen op hetzelfde Filmfonds, en aanverwante financiële voorzieningen.

"Ik had het geluk dat Halal mijn eindexamenproductie wilde begeleiden", zegt Olivier Garcia (26) die als regisseur afstudeert met 'The Mechanics', een documentair portret over de makers van mechanische sculpturen, waarvoor hij naar Zuid-Engeland reisde. "Halal is een jong filmproductiebedrijf en fotoagentschap, gevestigd in Amsterdam", legt Garcia uit. "Halal stond achter mijn ideeën, en dat was tijdens de productie, waarin je zo veel keuzes moet maken, een enorme steun."

Ook Pope noemt Halal een belangrijke nieuwe speler, samen met Vice, dat als een van de snelst groeiende jonge mediabedrijven ter wereld twee jaar geleden ook een kantoor opende in Amsterdam. Zo produceerde Halal samen met Vice al het speelfilmdebuut 'Prins' van voormalig Filmacademiestudent Sam de Jong. En ook jonge regisseurs als Mees Peijnenburg en Mea de Jong vielen bij Halal in goede aarde.

Springplank

Peijnenburg verliet de academie met 'Cowboys janken ook', waarmee hij meteen naar de Berlinale mocht. Halal, alert, sprong erin, en maakte met de regisseur een korte film en commercials voor Hema en Eneco. Een prima springplank, zo bleek, voor 'Geen koningen in ons bloed', het tv-drama van een broer en zus in de jeugdzorg waarmee Peijnenburg vorig jaar op 26-jarige leeftijd het Gouden Kalf voor het beste televisiedrama won.

Drie jaar zijn inmiddels verstreken sinds Peijnenburg afstudeerde. Zijn eerste aanvraag voor een bioscoopfilm ligt nu in behandeling bij het Filmfonds. Voor je als filmmaker zover bent, moet je flink aanpoten: commercials, korte films en tv-drama maken, alles om het vak onder de knie te krijgen. Dan pas komt die bioscoop in zicht.

Mea de Jong studeerde twee jaar geleden af met het autobiografisch geïnspireerde moeder-dochter portret 'If Mama Ain't Happy, Nobody's Happy'. De Jong reisde daarna met haar film de wereld over. Als 26-jarige regisseuse werd ze opgemerkt op internationale filmfestivals, kreeg lovende recensies en prijzen. Eerder dit jaar noemde het Amerikaanse vakblad Variety haar een van de 'Top 10 Europeans to Watch'.

Een boeiende film maken die mensen beroert, is - zoals De Jong bewijst - een eerste stap naar erkenning. Dan is het inspringen op nieuwe projecten, oefenen, het vak in de vingers krijgen, en in het geval van De Jong dus ook ingaan op het aanbod van NRC Handelsblad om korte docu's te regisseren voor de onlinetak van de krant. Zes minuten durende filmpjes maken, om uiteindelijk die grote film te realiseren.

Het is iets waar ook Tijn Sikken (32) van droomt, die afstudeert als cameraman en met studiegenoten werkte aan het Groningse plattelandsdrama 'In Kropsdam is iedereen gelukkig'. "Voordat ik naar de Filmacademie ging, was ik al op kleine schaal actief als cameraman", vertelt Sikken. "Toen ik op een dag 'Tinker Tailor Soldier Spy' in de bioscoop zag, was er een blikseminslag. Ik realiseerde me dat als ik zoiets wilde, een echte speelfilm maken, dat ik dan naar de Filmacademie moest."

Dat iedereen tegenwoordig over een camera beschikt, en met een klik op de muis een montageprogramma kan downloaden, en filmpjes kan uploaden, vindt Sikken wel verfrissend. "Al die online content dwingt je tot zelfdiscipline, tot nadenken over wat je echt wil vertellen."

Ook Olivier Garcia vindt dat er mooie dingen worden gemaakt op internet. Ze stimuleren hem om als filmmaker stil te staan bij de dingen die hij doet. Niet dat de filmpjes die op YouTube en Snapchat verschijnen, met de mobiele telefoon gemaakt, te vergelijken zijn met het werk dat hij als documetairemaker doet. "Een afstudeerfilm maken van een half uur kostte een jaar werk", aldus Garcia, "laat staan dat je een avondvullende film maakt."

Garcia vindt het wel leuk om te kijken wat er zoal leeft op internet, zo blijft hij op de hoogte van trends. "Ik ben bijvoorbeeld nogal een fan van de electronische muziek van Aphex Twin, die voor het eerst in zeventien jaar een videoclip heeft laten maken. En wel door een 12-jarig jongetje, een jonge youtuber uit Dublin. Dat vind ik geweldig, dat zet me aan het denken. Waarom kiest hij voor de beeldtaal van een 12-jarige? Is het de onbevangen blik? Zoekt hij een soort documentair realisme?"

Verdienmodellen

Volgens Garcia is een mediabedrijf als Vice ook goed bezig met online content, wereldwijd kunnen jonge makers er aan de slag. Maar de verdienmodellen op internet zijn volgens de regisseur nog niet uitgekristalliseerd. "Het heeft tijd nodig, ik schat vijf tot tien jaar. Er wordt nu vooral heel veel ontwikkeld, met de nadruk op het experiment."

Tessa Pope ziet er vooral naar uit haar eerste film aan het publiek te tonen. "We hebben vier jaar lang knetterhard gestudeerd. We zijn gretig om aan de slag te gaan, en hopen dat uit onze eindexamenfilms werk voortvloeit." Pope denkt aan projecten voor jonge makers als de Teledoc Campus, een Idfa-workshop, een stage bij een tv-programma. En ja, ooit ook die avondvullende film.

Mogelijkheden genoeg, zo te horen. Jonge filmbedrijven als Halal en Vice bieden naast artistieke projecten ook commercieel werk. Daarbij worden tegenwoordig niet alleen films gefinancierd via de traditionele kanalen, maar ook via crowdfunding.

Daarnaast blijven Filmfestivals een cruciale rol spelen. Zo maken de eindexamenfilms die in het najaar op het Nederlands Film Festival worden vertoond, kans op een wild card van circa 40.000 euro. Met dat geld kan een filmproject worden ontwikkeld, zoals Morgan Knibbe deed, die zijn wild card gebruikte om zijn eerste documentaire te maken, 'Those Who Feel the Fire Burning'.

Knibbe's film over vluchtelingen in Europa reisde de wereld over, en won uiteindelijk het Gouden Kalf voor de beste documentaire. Het is een traject waar jonge filmmakers van dromen, maar dat zeker drie, vier, vijf jaar buffelen in beslag neemt. Daarna zijn er nieuwe rondes, nieuwe kansen.

De eindexamenfilms van de Nederlandse Filmacademie zijn tot en met morgen te zien in het Eye Filminstituut in Amsterdam, vanaf 11 september op televisie (NPO3) en vanaf 21 september op het Nederlands Film Festival in Utrecht.

Belinda van de Graaf

'We hebben vier jaar lang knetterhard gestudeerd. We zijn gretig om aan de slag te gaan.'

foto Valerie Kuypers, ANP

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden