Buenos Aires ruikt naar melancholie en naar Europa

“Buenos Aires is zoals de tango: het hunkert naar het verleden.” Dit gezegde typeert zowel de stad als haar zeven miljoen inwoners. De 'porteos' worden ze genoemd: zij van de haven. En ze hebben een passie voor het verleden.

MARIANO SLUTZKY

In tv-programma's, in theatervoorstellingen, voortdurend gaat het over de belle epoque van Argentinië. Die viel na de Tweede Wereldoorlog, toen het land opeens rijk werd dankzij de vraag naar voedsel vanuit het hongerige Europa. De industrie ontwikkelde zich in een razend tempo, er was volop werkgelegenheid en de vraag naar Argentijns vlees, wijn en graanproducten was nauwelijks bij te houden. Onder de populist Perón werd Argentinië even een echte welvaartsstaat. Daarom heeft een ander Argentijns spreekwoord 'in het verleden was alles beter' een kern van waarheid.

'Argentinië is een stuk Europa in Latijns Amerika' luidt alweer een gezegde. De meeste Europese immigranten die naar Latijns Amerika vertrokken, vestigden zich in Argentinië: circa drie miljoen. En ze drukten er zwaar hun stempel op, te meer daar de inheemse cultuur verdween met de verdrijving van de indianen naar de Andes, en, anders dan in de buurlanden, zijn er in Argentinië nauwelijks zwarte slaven aangevoerd.

De eerste Europese settlers waren Zwitserse, Spaanse en Italiaanse boeren, die zich halverwege de negentiende eeuw vestigden in de uitgestrekte en vruchtbare pampa's. Met de opkomst van de industrialisatie en door de toename van de handel arriveerden later vooral Oost-Europese joden, Italianen, Duitsers en nog meer Spanjaarden. Nog steeds wonen in een aantal wijken vooral afstammelingen van deze immigranten. In de wijk Boca voornamelijk Italianen, de Britten kropen bij elkaar in Palermo en Barrio Once is de jodenwijk.

De Europese invloed is merkbaar in het taalgebruik van de 'porteos', hun vocabulair is doorspekt met Italiaanse woorden en zelfs het Italiaanse gesticuleren is hun tweede natuur geworen.

De Engelsen drukten hun stempel vooral op de sport. Zij stichtten de eerste voetbalclubs, een aantal draagt nog steeds een Engelse naam: River Plate, New and Old Boys, Boca Juniors, Argentinos Juniors.

KOLONIAAL VERLEDEN In de binnenstad is het Spaanse koloniale verleden het meest zichtbaar. Al is talloze keren de stad grotendeels verwoest, met name in de strijd tegen de indianen, de 'federalisten' uit het binnenland en tegen Britse invallers werd Buenos Aires telkens flink beschadigd, er staan toch nog prachtige gebouwen. De drie belangrijkste en imposantste gebouwen van de koloniale tijd vindt men rondom de Plaza de Mayo, het plein waar in 1580 de Spanjaard Juan de Garay de stad stichtte. Hij noemde haar naar de heilige Santa Maria del Buen Ayre, de heilige van de goede wind. Pas in 1810 kreeg de stad haar huidige naam.

In de kathedraal van Buenos Aires, tegenover het plein, bevinden zich prachtige, goed geconserveerde Spaanse fresco's. Dagelijks zijn er rondleidingen en diensten.

Het regeringsgebouw Casa Rosada - eveneens tegenover de Plaza de Mayo - herbergt een museum waarin aan de hand van enorme schilderijen en voorwerpen van de machthebbers de roerige politieke geschiedenis verteld wordt.

In het koloniale regeringsgebouw El Cabildo - aan de andere kant van het plein - vindt men alweer een museum, ditmaal gewijd aan de koloniale tijd.

Enkele meters daarvandaan vindt men Cafe Tortoni, een van de oudste en indrukwekkendste grand cafés van Buenos Aires. Het werd begin deze eeuw gebouwd en is traditioneel een ontmoetingsplaats voor politici - halverwege het Congresgebouw en het regeringsgebouw - én voor journalisten: er is een leeszaal met een kleine bibliotheek en een intiem biljartzaaltje. In de weekends worden er jazz-en tangoconcerten gegeven.

KERKHOF Ook het chique Palermo is een wijk met veel verwijzingen naar het verleden. Niet alleen de goed verzorgde en pompeuze kerken maar ook de talloze huizen waar regenten, kapiteins en vermogende handelsmensen woonden, geven de bezoeker een gevoel terug te gaan in de tijd. Deze lieden vestigden zich daar toen aan het eind van de vorige eeuw enkele epidemieën van gele koorts het havengebied van Buenos Aires teisterden. Veel van deze notabelen vonden hun laatste rustplaats op het kerkhof Cementerio de la Recoleta. Op dit kerkhof - achter het Plaza Francia waar elk weekend een markt van handwerkslieden wordt gehouden - hebben veel prominente en rijke families 'doodshuisjes' gebouwd, het ene nog excentrieker dan het andere, waarin de overleden familieleden geborgen liggen. Ook 'femme fatale' Evita Perón ligt er.

Op loopafstand bevindt zich de in 1732 gebouwde kerk Nuestra Señora de Pilar waarin de geschiedenis van Buenos Aires in prachtige doeken beschilderd is. Een paar straten verderop bevindt zich het Museo Nacional de Bellas Artes, het Nationaal Kunstmuseum, waarin ook enkele schilderijen van Picasso en Van Gogh te bewonderen zijn.

SAN TELMO Er is echter maar één wijk waarin praktisch alle huizen uit de koloniale tijd stammen en waarin resten van het verleden gekoesterd worden: San Telmo, ook wel de 'parel van Buenos Aires' genoemd. Er wonen veel intellectuelen en kunstenaars. San Telmo ligt ingeklemd tussen de havenwijk La Boca - letterlijk: de mond, zo genoemd omdat daar de rivier Rio de la Plata begint - en het centrum van de stad.

Met name de conventillos - de grote pensions met een binnenplaats waar vooral de koloniale middenklasse woonde - herinneren aan de koloniale tijd. Sommige van deze huizen zijn beroemd dankzij de inwoners die in 1806 en 1807 de Britse invasies verjoegen door vanaf het dak kokende olie op de Britse troepen te gooien. Anders dan in La Boca zijn de conventillos in San Telmo goed onderhouden; enkele doen zelfs dienst als caféof restaurant.

Andere prachtige koloniale gebouwen zijn de voormalige kloosters en handwerkplaatsen van de jezuïeten. De Iglesia Don Ignacio, de oudste kerk van Buenos Aires, wordt nog steeds door jezuïeten geleid. Elke dag zit deze kerk tjokvol fervente katholieken.

Ook het enorme en boomrijke plein Parque Lezama heeft een historische achtergrond: hier heeft kolonisator Pedro de Mendoza tijdens zijn eerste expeditie voor het eerst zijn tenten opgeslagen. In het Nationaal Historisch Museum op het plein kan men terecht voor overblijfsels van zijn troepen en prachtige schilderijen van de gouverneurs, priesters en indianenleiders.

De straten geven aan San Telmo een surrealistisch tintje. Anders dan in de rest van Buenos Aires zijn ze hier niet geasfalteerd maar zijn ze nog net als tweehonderd jaar geleden: van steen. Dit is weliswaar minder leuk voor automobilisten en omwonenden - het maakt een vreselijk lawaai - maar het draagt bij tot het unieke karakter van deze wijk.

LEVENDIG San Telmo heeft een levendig en zeer divers cultureel leven. In de straten Bolivar en Peru zijn galerieën met expressionistische maar ook met klassieke schilders. Er zijn house- en hardrockcafés maar vooral zijn er heel veel tangozalen.

De kroegjes rondom het plein Plaza Dorrego zijn exemplarisch voor de mengeling van heden en verleden. Tegenover een housediscotheek ligt een tangocafé waar elke zaterdag het huisorkest optreedt. Een paar straten verderop vindt men enkele tangozalen zoals La Casa Blanca en Taconeando. Die zijn te herkennen aan de mannen voor de deur die iedereen die een beetje op een toerist lijkt, naar binnen proberen te lokken. De muziek valt er over het algemeen tegen, voor authentieke tango kan men beter naar de kleine kroegjes rondom de Plaza Dorrego.

Ook liefhebbers van antiek kunnen hun hart ophalen in San Telmo. In de straat Bolivar zijn talloze antiekwinkels en op zondag is op de Plaza Dorrego en omgeving een uitgebreide antiekmarkt. Veel van de marktwaar is door immigranten uit Europa meegebracht. Fraaie spiegels, meubels, servies, munten, porseleinen poppen en dergelijke. Wel heel bizar zijn de vele nazi-attributen: SS-helmen, speldjes, uniformen, petten, etcetera. Ook meegebracht door immigranten uit Europa. . .

Tussen de kramen treden tangogezelschappen op.

WIND EN GELD Dankzij de gunstige ligging - vlakbij zee en dus winderig - heeft San Telmo aanzienlijk minder last van de grootste bedreiging voor het toerisme in Buenos Aires: de luchtvervuiling. Hoewel de naam van de stad letterlijk Schone Lucht betekent, is de sterk verontreinigde lucht voor de bezoeker ondraaglijk. Met name de talloze lawaaiige en op kerosine rijdende colectivos (stadsbussen) maken zich schuldig aan die luchtvervuiling. Vooral 's zomers (wintertijd in Nederland) kan men beter uit de buurt van de smalle straten in het centrum blijven. Vanaf de negentiende verdieping van de Nederlandse ambassade, op enkele meters van de voetgangersstraat Florida en de aangrenzende Plaza de Mayo, is de zwarte smoglaag boven het centrum goed te zien.

En tot slot: Buenos Aires is duur. De stad behoort tot de tien duurste steden van de wereld. De overgewaardeerde Argentijnse peso is aan de Amerikaanse dollar gekoppeld, dus een hoge dollarkoers betekent een duur verblijf in Argentinië. Maar, weer biedt San Telmo uitkomst: de goedkoopste hotels vindt men in deze wijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden