Bucolisch spul

Op een zonnige dag rijd ik door het glooiende Noord-Franse landschap, dat weliswaar Ardennen heet, maar niets heeft van de sombere waterrijke wouden die wij eronder verstaan, en ik realiseer me ineens wat 'terug naar de natuur' voor mij betekent. Het betekent: terug naar W.G. van de Hulst. Groene weiden, heggetjes, houtwallen, koeien, bomen als erfafscheiding, een roofvogel biddend boven het veld, spiedend naar de spitsmuis, wegspringende hazen. Als men mij is, houdt men daarvan.

Het klinkt als een verloren landschap uit mijn jeugd, maar ik geloof helemaal niet dat ik zulke landschappen veel heb meegemaakt: ik was als kind al een soort van het landleven vervreemde stedeling met hoogstens een klein tuintje. Mijn ontmaagding als natuurliefhebber vond plaats op vakanties in dramatische buitenlanden met hoge bergen en diepblauwe meren; voor weidelandschappen en landweggetjes was nog geen plaats.

Nee, de korenvelden en heggetjes die mij nu raken, komen uit boeken die ik las, te beginnen dus met W.G. van de Hulst. Senior, vergat ik er nog bij te zeggen, want die schreef die verhaaltjes en junior illustreerde ze - zo'n familiebedrijf hoort er natuurlijk helemaal bij. Ik doe even een Van de Hulstzinnetje, over een landweggetje: 'Dat wegje is een krom wegje! Zie je wel? Je kunt het eind helemáál niet zien... O nee, het eind is heel, héél ver weg, het koren in. Waar zou dat wegje héén gaan? Ja, wáár zou het heen gaan?' Juist ja, waar leiden al die idyllische weggetjes rechts en links van mij naartoe? Naar het geluk, zou ik willen zeggen. Ouderwets begrip, geluk, maar het moet maar even.

Mag ik trouwens ook even aandacht voor de woorden 'bengels' en 'deugnieten', want zo werden mijn leeftijdsgenoten in die boekjes genoemd als ze, zes, zeven jaar oud, door al die arcadische landschappen liepen en aren kapot trapten of een vinkje vingen en wier misdaden 's avonds bij grootmoeder uitdoofden als ze samen om vergeving baden en hun klompjes voor de deur achterlieten.

Van de Hulst en vervolgens Aart van der Leeuw bijvoorbeeld. Leest iemand die nog? Ik wel: 'Achteloos groet ik den landman, die in het elzenboschje met een klinkende bijlslag hout staat te kappen, en nadat ik een nauw paadje, dat in het struikgewas afbuigt, ten einde gegaan ben, spring ik de heg over, die dat onbewoonde buiten afsluit, waar de droomen tot werkelijkheid worden.' Het lijkt haast een verzonken wereld maar het is er nog gewoon en de landschappen die ik vroeger al lezend beleefde, ontvouwen zich nu in volle glorie voor mij. In bucolische literatuur lopen er ook nog eenvoudige maar eerlijke herders in rond en pure herderinnen. Die hebben ze er in de tegenwoordige tijd uitgegooid en vervangen door stuurse boeren op tractoren, maar die kunnen mijn idylle niet verstoren. Ook bij Van de Hulst waren boeren al vaak boze oude mannetjes die hun vuisten balden omdat je hun koren plattrapte. Dat doe ik trouwens helemaal niet. Ik rij er gewoon langs. In een auto, een ding dat Van de Hulst zo te zien nog niet goed kende.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden