Büchli grijpt naast medaille op onvoorspelbare Keirin

Beeld ANP

Grote favoriet voor het keirin-goud op het WK baanwielrennen in Apeldoorn was Matthijs Büchli. Maar het werd hem niet voor de Nederlander.

“Niets opwindender dan keirin.” Harrie Lavreysen noemt zich een snelheidsduivel. Op de wielerbaan in Apeldoorn gemaakt van Nieuw-Zeelands accoya-hout haalt de Nederlander tijdens het WK met gemak 65 kilometer per uur.

Zijn armen klemmen met krachtige grepen zijn stuur vast. Zijn gebeeldhouwde dijen malen als zware pistons rond. Lavreysen dendert in de laatste ronde over zijn vijf medecoureurs heen. Onder oorverdovend gejuicht van het publiek stoomt Lavreysen door naar de finale van het WK. Zo mooi kan keirin zijn.

De Nieuw-Zeelandse houtsoort werkt als een ijsbaan zo glad en soepel. Frictie tussen baan en banden is er nauwelijks. Aan de ingrediënten voor een spectaculaire keirin op het WK ligt het niet, meent Lavreysen.

Keirin. Het baanonderdeel komt uit Japan en betekent zoveel als ‘race wielen’. Na de oorlog zochten gokkers in Japan een opwindende sport om hun behoefte te bevredigen. Geen paarden- of hondenraces, maar mannen op fietsen. Wel zo eerlijk.

Races in Japan worden live uitgezonden. Keirin-renners zijn er nationale grootheden. Theo Bos – samen met Teun Mulder de enige Nederlander die het WK-onderdeel ooit won – was een paar seizoenen actief in Japen. Hij wordt op straat nog altijd aangesproken door Japanners.

Derny

Het onderdeel zelf heeft weinig om het lijf. Zes tot acht coureurs rijden acht ronden waarbij zij de eerste ronden op gang worden getrokken door een derny, een motor. De snelheid loopt daarbij op tot 50 kilometer waarna de derny zich laat afzakken en de keirin-renners een lange sprint afwerken.

“Wat het onderdeel zo speciaal maakt is dat het eigenlijk een massasprint is”, legt oud-baanwielrenner Peter Pieters uit. De Nederlander is tegenwoordig bondscoach van de Belgische baanselectie. “Er gebeurt eigenlijk altijd wel wat: een schouderduwtje, een foutje, een lepe actie.

“Vroeger waren de regels veel soepeler”, weet Pieters zich te herinneren. Er werd nog wel eens een stevige duw uitgedeeld in de strijd om goud. Pieters: “Dat werd op een gegeven moment te gevaarlijk geacht. Het is gelukkig wel een opwindende sport gebleven. Zeker niet een voor angsthazen.”

Gok- en kijksport

Keirin is onvoorspelbaar. Dat maakt het een perfecte gok- en kijksport. Om die laatste reden koos het IOC om keirin in 2000 op de Spelen in Sydney tot promoveren tot olympische sport. De tanende belangstelling voor de baansport werd zo gekeerd. In 2012 in Londen volgden de vrouwen. Keirin is sinds 1980 een WK-onderdeel.

Hoe onvoorspelbaar keirin is werd het Nederlandse duo Matthijs Büchli en Lavreysen gisteravond op ruwe wijze gewaar. De twee Nederlanders grepen in de finale naast een medaille. Büchli (vierde) vergeleek zijn kansen met die van een shorttracker. “Ik heb er het maximale uitgehaald. Maar soms moet je gewoon genoegen nemen met verlies.” Lavreysen kwam als zesde en laatste over de streep.

Büchli suggereerde dat de last van thuisfavoriet misschien wel zwaarder had gewogen dan hij had voorzien. “Het is niet altijd een voordeel”, zei hij een etmaal nadat hij met Lavreysen goud won op de teamsprint.

Op het benauwde middenterrein van de piste loste het mierennest van mecaniciens, soigneurs, renners, juryleden en trainers na de keirin-finale snel op. Op de tribunes zat een plukje beteuterde Nederlandse fans. Ze zagen een Colombiaan, Fabián Puerta, de regenboogtrui aantrekken. Ook dat is keirin.

Niet aaien maar schoppen

De nieuwe bondscoach van de baansprinters kon zich geen beter WK-debuut bedenken. De Nederlandse teamsprinters wonnen woensdag op de openingsavond in Apeldoorn voor de eerste maal goud op dit onderdeel. “Ik ben blij voor de jongens”, kijkt Bill Huck een dag later terug. De Duitser is goed en wel een paar maanden in dienst van wielerbond KNWU. “De renners deden het meeste werk en ook René Wolff verdient krediet.”

Wolff ruimde eind 2017 als bondscoach het veld na een verschil van mening over de toekomst van de baanploeg. Over zijn eigen bijdrage laat Huck geen misverstand bestaan: “Het voelt tegelijk ook een beetje als mijn succes. De jongens zaten er deze winter tijdens de wereldbekerwedstrijden al een paar keer tegen het hoogste podium aan. Wat ontbrak waren de laatste spreekwoordelijke stappen. Ik heb op een aantal punten de aanpak veranderd. Welke? Soms moet je renners niet aaien, maar juist een schop verkopen. Het zijn volwassen coureurs."

Lees hier hoe eerder deze week de kansen van de Nederlanders op het WK baanwielrennen werden ingeschat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden