Bruyneel draagt ritzege op aan zijn vader

AMIENS - Johan Bruyneel heeft zijn doel bereikt. De Belgische knecht van Erik Breukink en Alex Zulle had zich voorgenomen een rit te winnen in de Tour de France en slaagde gisteren in die opzet. Hij bleef het op een nieuwe massasprint jagende peloton dertien seconden voor.

JOHAN WOLDENDORP

Een compleet Belgisch feestje werd het niet in Picardie. Mario Cipollini stelde juichend vast dat hij tweede was geworden en de in de anonimiteit van de veertiende plaats verzonken Wilfried Nelissen had afgelost als drager van de gele trui. Zelden tevoren is de lange aanloop van de Franse rondrit zo nadrukkelijk het domein van de sprintelite geweest als dit jaar. Het heeft er alle schijn van dat de concurrenten van Indurain zich gedwee neerleggen bij de derde overwinning van de Spanjaard. Twee jaar geleden, toen Indurain trouwens zijn eerste Tour nog moest winnen, probeerde Greg LeMond daags na de proloog in Lyon de anarchisten uit het peloton al tot de orde te roepen. Vorig jaar ondernamen LeMond en Chiappucci in de zesde rit (Roubaix-Brussel) dappere pogingen het gezag van Indurain te ondermijnen.

Dit jaar gebeurde er in de eerste week eigenlijk niets. Buiten dan de vaststelling dat Bruyneel gisteren de snelste winnaar van een rit in lijn uit de Tourhistorie was. Hij ontwikkelde een gemiddelde van 49,417 kilometer per uur en was daarmee beduidend sneller dan Adri van der Poel, die in 1988 in de kortste Touretappe (Tarbes-Pau, 38 kilometer) op een moyenne van 48,927 km/uur uitkwam. Indurain was zaterdag in de proloog slechts een fractie sneller dan Bruyneel op weg naar Amiens. Voor het overige nam Bugno (maandag) in de finale een keer een compleet peloton op sleeptouw, zonder er iets mee te bereiken. Het opvallendste was misschien nog dat Indurain zich voor het eerst in zijn loopbaan uit de naad reed om in een tussensprint een paar bonificatieseconden te pakken. Er werd hooguit wat gespeculeerd en gefilosofeerd over het vormen van voor de hand liggende combines. Indurain kon gemakkelijk in het zadel blijven, omdat de ploegen met sprinters in hun midden er alle belang bij hadden ontsnappingen teniet te doen. De cowboys werden zodoende een onverwachte bondgenoot voor de man die over ruim twee weken een onvervalste hattrick hoopt te scoren. Onverwacht in die zin dat niet op zoveel sprintgeweld was gerekend.

“Er is wel een verklaring voor”, zegt de Nederlandse ploegleider Cees Priem, die Capiot gisteren als vierde zag finishen. “De FICP-punten hebben aan waarde ingeboet. De renners zijn erachter gekomen dat een bepaald aantal punten niet langer een zeker salaris vertegenwoordigt. 250 punten hebben geen enkele betekenis meer. Daarom zijn knechten ook weer bereid voor hun kopmannen te rijden. Vorig jaar was het echt wild west. Dat kwam mede omdat veel ploegen stopten. Iedereen ging toen voor zichzelf rijden.”

Ook gisteren, in het ritje van Evreux naar Amiens, werden in de finale alle stellingen voor een massasprint betrokken. Maar net als donderdag - toen Skibby baat vond bij een korte demarrage - gooide een eenzame avonturier roet in het eten. Johan Bruyneel ontsnapte zeventien kilometer voor de finish en bezat voldoende tijdritkwaliteiten om een korte solo tot een goed einde te brengen.

Terwijl een drietal achtervolgers (Museeuw als de kwartiermaker voor Cipollini, Ghirotto en Peron) werd opgeslokt door het peloton, hield Bruyneel een marge van dertien seconden over. Te weinig om de gele trui te veroveren, ruim voldoende om een gelukkig en tot tranen toe geroerd mens te worden.

Bruyneel kampte in de aanloop naar de Tour de France met de nodige priveproblemen. De echtscheiding kon hij wel verteren, de dood van zijn vader nauwelijks. Zijn bloedvriend en raadsman overleed in mei tijdens een fietstochtje aan een hartaanval. Bruyneel had zich voorgenomen zijn vader in een etappeoverwinning in de Tour te eren. De zegebloemen laat hij op het graf van de dierbare leggen.

De wielersport staat bol van het slaan van minuscule bruggetjes tussen vreugdetranen en levensverdriet. Maar ook zonder de droeve familieomstandigheden, zou het gisteren een gedenkwaardige dag voor Bruyneel zijn geweest. De 28jarige coureur, die op de van de Ronde van Vlaanderen bekende Bosberg woont, is altijd al een talent geweest. Hij won ooit twee etappes in de Ronde van Zwitserland (1989), twee ritten en het eindklassement in de Ronde van de toekomst (dat laatste in 1990) en een etappe in de Vuelta (1992). In de Tour de France van 1991 was Bruyneel tweemaal dicht bij een dagprijs. Dat sterkte hem in de overtuiging dat er ooit ritwinst voor hem zou zijn weggelegd.

In Belgie, waar ronderenners even schaars zijn als tropische vogels op Spitsbergen, werd beduidend meer van hem verwacht. Na het afhaken van Claude Criquielion oordeelde zijn toenmalige ploegleider, JeanLuc Vandenbroucke, dat Bruyneel bij uitstek geschikt was om in de bergen te excelleren. Gecombineerd met zijn capaciteiten als tijdrijder kon het niet anders of zijn kostje was gekocht. Bruyneel voelde zich echter niet op zijn gemak bij Lotto. Hij kon zich nooit aan de indruk onttrekken dat Vandenbroucke uitsluitend was geinteresseerd in de vele FICP-punten die hij meetorste en niet in het wel en wee van de gevoelsmens Bruyneel. Eind 1991 stuurde de verongelijkte renner het aan op contactbreuk, onder het mom dat hij bij Once (dat in '89 al een hengeltje uitwierp) beduidend meer kon verdienen. Bruyneel liet zich niet vermurwen door dreigende rechtszaken. Hij voelde zich, zoals hij ooit in een interview zei, de voetballer van Charleroi die een contract bij Anderlecht kreeg aangeboden.

“Wie daar kan spelen, zal het niet laten.”

Niet alleen in financieel, ook in menselijk opzicht trof Bruyneel bij Saiz een warmer werkklimaat aan. 'Manolo' accepteerde zijn beperkingen. De Spanjaard zag snel in dat alleen al de gedachte aan het moeten nemen van verantwoordelijkheden blokkades opwierp in het gemoed van de Belg. “Voor het leiderschap kom ik tekort”, geeft Bruyneel onomwonden toe. “Het is geen teleurstelling dat ik te weinig seconden overhield om de gele trui te pakken.

Dat is niets voor mij. Ik kan niet tegen de druk. Ik heb rust en kalmte nodig.

Ik kan zeggen dat ik een van de snelste etappes in de Tour heb gewonnen. Ik koppel een zeer goede conditie aan een optimale fysieke frisheid. Ik ben er klaar voor om in de bergen mijn twee kopmannen van dienst te zijn.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden