Brute kracht voor Israël liet zich niet afremmen

Als zoon van Russische immigranten groeide Ariël Sjaron op in een idealistische wereld, gekleurd door het zionisme. Na een glansrijke militaire carrière begon hij een nieuwe politieke beweging en werd hij premier.

Het is februari 1922. Vera en Samuil Scheinerman arriveren na een slopende reis in Palestina. Hij is een fervent zionist, die nog in Rusland landbouwkunde studeerde om zich voor te bereiden op het pioniersbestaan in Palestina. Zij groeide op in een welgesteld gezin met de gedachte Rusland nooit te verlaten - tot zij haar studie medicijnen afbreekt en Samuil volgt op zijn vlucht voor het oprukkende Rode Leger.

Samen met een groep nieuwe immigranten, de meesten afkomstig uit de Joodse getto's in Oost-Europa, slaan ze hun tenten op op een kale heuvel vlakbij Tel Aviv. Het water wordt de eerste acht jaar met behulp van een muilezel van ver aangedragen. Hun houten barak bestaat uit twee kamers, een voor henzelf, een tweede voor hun ezel en koe. Daar wordt, zes jaar later, op 27 februari 1928, hun zoon geboren, Ariël Scheinerman.

Eenmaal soldaat moet hij van Israëls eerste premier David Ben Goerion zijn achternaam meer Hebreeuws laten klinken. Scheinerman wordt Sjaron. Zijn roepnaam is Arik.

Arik is nauwelijks een jaar oud als zijn moeder hem en zijn twee jaar oudere zusje Dita in de koeienstal verstopt omdat er geruchten gaan over een grootscheepse Arabische aanval. De aanval blijft uit, maar het Joods-Arabische conflict domineert het leven van Arik Sjaron. Zijn jeugdjaren in een vijandige omgeving vormen hem.

Zelf verhaalt hij in zijn autobiografie hoe hij als kind van vijf met zijn moeder naar Jeruzalem reed. "De hele weg speurde ik de heuvels af naar tekenen van Aboe Djilda, een fameus terrorist die hinderlagen legde voor het verkeer naar Jeruzalem."

Vioolles
In de gemeenschap is het gezin een buitenbeentje. Ze zijn de enige 'intellectuelen' in het dorp die moeilijke boeken lezen en hun kinderen vioolles geven. Vader Scheinerman, een dromerige idealist, experimenteert met tot dan in het land ongekende planten, de pinda, de zoete aardappel. Arik en Dita krijgen het als hun dagelijks voedsel. Later zal hun moeder de voedzame bestanddelen ervan met verve verdedigen: "Je kan moeilijk zeggen dat Arik er niet van grootgegroeid is!"

Maar intussen verlangt Vera Scheinerman vooral terug naar haar Rusland, trekt ze zich soms dagen terug om brieven naar 'huis' te schrijven en leest ze haar kinderen Russische literatuur en poëzie voor. Van het gemeenschapsleven moet ze niks hebben. Als de zionistische beweging besluit dat de Scheinermannen een deel van hun land moeten afstaan, trekt ze er 's nachts op uit om de nieuwe omheining door te knippen.

Als enige weigert het gezin zijn producten via de beweging te verkopen. Als enigen in het hele dorp hebben ze een slot op hun poort - niet om dieven te weren, maar uit principe. Arik en Dita gaan niet naar de plaatselijke school, maar naar het gymnasium in Tel Aviv. De socialistische buren hebben maar één verklaring voor dit onaangepaste gedrag. Ze zijn 'revisionisten' - een erger scheldwoord bestaat er in die tijd niet. Revisionisten zijn de aanhangers van de rechtse nationale beweging. Niemand kon bevroeden dat de kleine Arik mede-oprichter van het rechtse Likoed-blok zou worden.

Voor en na school helpen de kinderen op het land, tot 's avonds laat. Zestig jaar later voert Ariël Sjaron nog even onvermoeibaar campagne en gebruikt hij het Russisch van zijn jeugd om de nieuwe immigranten voor zich te winnen. Maar ook de koppigheid, het tegendraadse, het immer overhoop liggen met de omgeving kleven aan hem, zijn hele leven lang: 23 jaar als 'soldaat', dertig als politicus. In beide carrières weet hij zich omgeven door volgelingen die voor hem door het vuur gaan én door tegenstanders die hem verafschuwen.

Volgens zijn aanhangers is hij een militair genie en een man met visie. Zijn tegenstanders zien in hem een meedogenloze, op macht beluste opportunist. In een peiling werd Israëliërs ooit gevraagd wat voor gevoel Sjaron bij hen opwekt. 39 procent antwoordde: een gevoel van zekerheid; 30 procent zei 'angst' en 31 procent beschreef hem als een raadsel.

Als zeventienjarige sluit Sjaron zich aan bij het verzetsleger, hij vecht in de onafhankelijkheidsoorlog van 1948 en raakt gewond. Een van zijn makkers neemt hem op zijn rug mee. Even verlaat hij het leger om aan de universiteit de geschiedenis van het Midden-Oosten te bestuderen. Hij wordt in 1953 weer teruggehaald en krijgt het bevel over een semi-geheime nieuwe eenheid, die tot taak heeft een einde te maken aan de Arabische infiltraties.

Commando 101, nog altijd een begrip in Israel, wordt gevormd naar het evenbeeld van zijn leider, bruut, gewelddadig - anderen zeggen 'doeltreffend' - en meestal opererend in nachtelijke acties aan de andere kant van de bestandslijnen. Zo blaast zijn eenheid de huizen op in een klein plaatsje, Kibje. 69 mensen, meest vrouwen en kinderen, komen om. Sjarons verweer: "We dachten dat de mensen al uit hun huizen waren gevlucht". Later zal hij zeggen: "Het was oog om oog, soms meer".

Sjaron zal altijd 'buiten de regels' opereren, waarbij hij het geweld niet schuwt, integendeel. In 1956, in de Sinaï-oorlog, besluit hij tegen de orders in de strategische Mitlapas te veroveren. Het wordt een van de bloedigste slagen in die oorlog. De jaren daarop zal hij in Gaza de Palestijnen met harde hand onderdrukken en er vervolgens prat op gaan dat hij een einde wist te maken aan de Palestijnse terreur.

Verhouding
Zijn privéleven verloopt intussen allesbehalve rustig. Zijn eerste vrouw, Margalith, komt om bij een auto-ongeluk. Boze tongen beweren dat het misschien wel zelfmoord was, omdat Sjaron toen al een verhouding zou hebben gehad met de zuster van Margalith, Lily. Zij zorgt na de dood van haar zuster voor Sjaron en zijn zoon Goer. Enige tijd later treden Sjaron en Lily in het huwelijk.

In 1967 komt de dan elfjarige Goer om als hij met de buurjongen speelt met een oud geweer van zijn vader en de buurjongen hem per ongeluk doodschiet.

In de oorlog van 1973 krijgt zijn divisie opdracht een corridor te vormen zodat een andere divisie kan oprukken naar het Suez-kanaal. Sjaron besluit zelf door te stoten naar de andere kant van het kanaal. Na de oorlog verwijt hij de legerleiding - niet geheel ten onrechte - wanbeleid. Zij zou om politieke redenen zijn oversteek hebben willen tegenhouden. Sjaron, met het fotogenieke verband om zijn hoofd, komt als held uit de oorlog. Zijn soldaten kronen hem tot 'koning van Israël'.

Zijn eerste schreden richting politiek heeft hij dan al gezet, nadat duidelijk was geworden dat promotie tot opperbevelhebber er niet in zat. Daarvoor had hij zijn superieuren in het leger en de politiek te vaak geschoffeerd, zorgde hij voor te veel verdeeldheid.

Sjaron kiest voor de Liberale partij, als springplank. Zijn eigenlijke doel: het opzetten van een brede middenpartij als alternatief voor de almachtige Arbeiderspartij. Dat de generaal niet voor de Arbeiderspartij zelf koos, legde hij ooit in een interview uit: "Persoonlijk stond ik dichter bij de Arbeiderspartij. Ik sprak dezelfde taal... maar wat had ik daar moeten doen? Ik had er netjes moeten wachten op een of andere functie van staatssecretaris of minister. En intussen had ik mijn mond moeten houden..."

In zekere zin is Ariël Sjaron, die daarvoor jaren lid was geweest van de Arbeiderspartij, altijd dicht bij de Arbeiderspartij van weleer blijven staan, bij de pioniers die het land 'veroveren' met nederzettingen, die het bewerken van het land als de ware zionistische revolutie zien. Sjaron ontpopt zich tot kampioen nederzettingenbouwer - al zou hij die later deels weer neerhalen.

De politiek beschouwt hij als een reuzenrad: het maakt niet uit of je boven of beneden bent, zolang je erin hangt, doe je mee. Als minister van defensie valt hij in 1982 Libanon binnen, legt hij het 'kleine' plan dat de regering had goedgekeurd, naast zich neer en voert hij het grote plan uit - tot diep in Libanon.

Sjaron zelf is de invasie in Libanon altijd blijven zien als een rechtvaardige oorlog. Hij weigerde verantwoordelijkheid te nemen voor het bloedbad in de Palestijnse kampen Sabra en Sjatila, dat tot zijn aftreden als minister van defensie leidde. "Het waren christelijke falangisten die daar moslims uitmoordden".

De meningen zijn verdeeld of Sjaron een groot strateeg was, of een tacticus die goed was in de kleine stapjes maar struikelde over zijn eigen al te grootse plannen. "Sjaron", zo typeerde ooit een Israëlische kolonel zijn strijdmakker, "is een uitmuntende commandant te velde. Het probleem is dat hij denkt dat hij Napoleon is."

Zijn huisjournalist Oeri Dan beschreef indertijd Sjarons bezoek aan de Tempelberg in september 2000 als een perfecte militaire actie, waardoor een einde kwam aan de regering van Ehoed Barak en de Tweede Intifada uitbrak.

Nog geen half jaar later zat Sjaron aan het roer van het schip van staat. En die positie gebruikte hij om af te rekenen met de man die hij als de grote vijand zag: de Palestijnse leider Jasser Arafat. Het leger kreeg opdracht de Palestijnse opstand bruut neer te slaan. "Laten zij 's ochtends hun doden tellen", luidde letterlijk zijn antwoord op de Palestijnse zelfmoordaanslagen. Arafats hoofdkwartier werd in puin gelegd, Arafat zelf zat er opgesloten.

Eigenlijk wilde Sjaron hem liefst uit de weg ruimen, zo vertelden later zijn naaste medewerkers. Het mocht niet van de Amerikanen. Of Sjaron heimelijk zijn grote wens toch heeft uitgevoerd, zal waarschijnlijk altijd een mysterie blijven.

Terugtrekking
Er is ook een andere Sjaron, een Sjaron die als een van de eersten de term 'Palestijnse staat' in de mond durfde te nemen. Er is een Sjaron die ooit flirtte met linkse intellectuelen. Er is de Sjaron die gekant was tegen het Camp David vredesverdrag met Egypte van 1978, maar voor de evacuatie van de Sinaï-woestijn de nederzettingen daar plat bulldozerde.

Er was de Sjaron die tegen de vrede met Jordanië was, maar in 1997 bemiddelde in het conflict tussen koning Hoessein en premier Netanjahoe. En uiteindelijk is er de Sjaron die alle verzet in zijn eigen Likoedpartij negeerde en de Israëlische terugtrekking uit de Gazastrook doorzette.

Bovenal gaat hij de geschiedenis in als een premier die, geveld door een hersenbloeding, zijn karwei niet heeft kunnen afmaken. Sjaron had in de voetsporen willen treden van David Ben-Goerion, de oprichter van de staat Israël en Israëls eerste premier. Sjaron zou diens werk hebben willen afmaken door de grenzen van het land te bepalen. Naar de contouren van het Israël dat Ariël Sjaron voor ogen had, valt slechts te gissen.

Ariël Sjaron 1928-2014

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden