Essay

Brussels tolerantie snoert ons de mond

Het moet verdraagzamer, vindt de EU. Maar haar tolerantieoffensief werkt averechts. Het kind van de rekening is de vrijheid van meningsuiting.

CORRECTIE: Het rapport over tolerantie waarover Sebastien Valkenberg schrijft, is niet van het Europees Parlement, maar van een denktank, de Europese raad voor Verzoening en Tolerantie.

Waar was het schrijversprotest? Welke kunstenaars stonden er op de barricade? Heb ik een open brief gemist waarin intellectuelen hun verontrusting uitspraken over de EU-notitie 'A European Framework National Statute For The Promotion of Tolerance'? Het werkstuk verscheen in dezelfde week dat Geert Mak de Abel Herzberglezing 2013 hield over Europa. Een mooie gelegenheid voor een kritisch geluid. In plaats daarvan sloeg hij aan het mijmeren over 'een Europese Renaissance'.

De enige die alarm sloeg - ere wie ere toekomt - was A. Nanninga. Maar ja, die is van GeenStijl en wie daarvoor schrijft, hoeven we niet serieus te nemen, nietwaar? Terwijl 'A European Framework', een product van het Europees Parlement, genoeg reden tot argwaan geeft. In één zin: de vrijheid van meningsuiting loopt gevaar. Dat gaat iedereen aan, maar schrijvers, kunstenaars en intellectuelen een beetje extra. Meer dan wie ook moeten zij het hebben van het vrije woord.

Wat maakt de bewuste notitie zo zorgwekkend? Dat ze een wolf in schaapskleren is. Op het eerste gezicht is 'A European Framework' een stuk waar niemand zich een buil aan kan vallen. Het wil de tolerantie in de lidstaten bevorderen én doet aanbevelingen om deze ambitie te vertalen in wetgeving. De steun voor deze doelstelling zal groot zijn. Uit een steekproef, die marktonderzoekbureau Team Vier vorig jaar verrichtte onder 571 mensen, blijkt dat twee op de drie Nederlanders tolerantie als de belangrijkste kernwaarde van ons land beschouwt.

Daarbij zou een scheut tolerantie heilzaam werk kunnen verrichten. Zeker aangezien we nog steeds leven in 'doorgeladen tijden', zoals Joost Zwagerman het een paar jaar terug formuleerde in 'Hollands welvaren' (2008). Vooral als het om religieuze kwesties gaat, blijkt hoe gemakkelijk de vlam in de pan slaat.

Dreigtweets
De gevolgen van die lichte ontvlambaarheid ondervond columniste Ebru Umar deze zomer. Een kritische column over het islamitische ochtendgebed en de profeet Mohammed - 'die dooie gast' - kwam haar op meerdere (doods)bedreigingen te staan. "Vuile kk hoer achter je telefoon durf je wel kom hier zo praten dan voor mij sla ik al je tanden eruit", was een van de mildere dreigtweets. Meer tolerantie is dus welkom, lijkt het.

Totdat je gaat lezen in het EU-werkstuk. Dan blijkt dat het verdraagzaamheidoffensief wel eens averechts zou kunnen uitpakken. In plaats van de vrijheid van meningsuiting te beschermen, komt deze ernstig in het gedrang. Grote boosdoener is de definitie die de EU hanteert. Ze associeert tolerantie met een 'open geest naar onbekende ideeën en levenswijzen' en 'respect voor de onderscheidende kenmerken van verschillende groepen'. De beoogde houding is die van een antropoloog die nogal onder de indruk is van vreemde culturen.

Vorig jaar deed Sire iets vergelijkbaars in haar campagne 'Tolerantie, daar knapt heel Nederland van op'. Een duidelijke definitie bleef uit. Maar in het reclamespotje zagen we hoe het hoorde. De hoofdpersoon at couscous met een Marokkaanse familie, feestte mee op een Joodse bruiloft en deed mee aan een potje (Turks?) worstelen.

 
Op het eerste gezicht is 'A European Framework' een stuk waar niemand zich een buil aan kan vallen.

Kennelijk is dit tolerantie anno 2013: verdiep je in andermans achtergrond, dan groeit het begrip, en wie weet zelfs de waardering. Deze benadering valt prima te begrijpen als we die afzetten tegen de ongerustheid van Sire- directeur Pim Slierings. In een interview in Trouw lichtte hij zijn campagne toe. "Er heerst een gevoel dat het hier vol is en er is angst voor het onbekende."

Ruimdenkendheid
Voor een instantie als Sire is het van belang dat zij haar begrippenapparaat op orde heeft. Tegelijk maakt zij 'slechts' reclame. De kwestie wordt urgenter als het Europees Parlement met tolerantie aan de slag gaat. De parlementariërs maken wetten op basis waarvan uitingen van intolerantie bestraft kunnen worden. Zorg dus voor een definitie die doortimmerd en weloverwogen is.

Tolerantie als een vorm van ruimdenkendheid en respect. Bij die populaire opvatting plaatst de Leidse rechtsfilosoof Paul Cliteur grote vraagtekens. In zijn essaybundel 'Moderne Papoea's' (2003) zegt hij het zo: "Waarom zou ik moeten respecteren wat ik wezenlijk verkeerd acht?"

Laten we de proef op de som nemen. De Sire-voorbeelden komen uit de hoek van de gezellige volksfolklore en zijn mediageniek. Die zullen voor niemand echt een steen des aanstoots zijn. Dat verandert als het om de duistere kanten van een cultuur gaat, zoals de gelijkstelling van homo's aan varkens binnen de islam en de ongelijkheid van man en vrouw. Om het met Cliteur te zeggen: waarom zou je er respect voor moeten opbrengen?

De laatste tijd gingen veel debatten over de vraag of de EU niet sluipenderwijs verandert van een economische in een politieke unie. Ter voorkoming daarvan verzamelde het Burgerforum EU bijna 60.000 handtekeningen van burgers die dit proces een halt willen toeroepen.

Scherprechter
De bezorgdheid zou nog groter moeten zijn over een ontwikkeling die zich nog geruislozer voltrekt. De Brusselse rekenmeesters worden gevreesd, maar onderschat ook de zedenmeesters niet. Het heeft er alle schijn van dat de EU een fatsoensunie aan het optuigen is.

In toenemende mate beschouwt Europa zich als scherprechter die beslist wat je wel mag vinden en wat niet. Wat goede meningen zijn en wat foute. De eerste groep zou duiden op de aanwezigheid van tolerantie, de tweede van intolerantie.

 
Het heeft er alle schijn van dat de EU een fatsoensunie aan het optuigen is.

Wat betekent dit concreet? Je goedkeuring uitspreken over een totalitaire ideologie mag niet, staat er in sectie zeven van 'A European Framework', net zoals xenofobische standpunten verboden zijn. Het zijn het maar twee voorbeelden; de lijst met illegale uitingen - genocidenontkenning, de belediging van groepen - is veel langer. Het venijn zit hem in de rekbaarheid van de criteria. Neem xenofobie. Het is een containerbegrip waaronder je vele uitspraken kunt laten vallen.

Denk niet dat we te maken hebben met de zoveelste papieren tijger die uiteindelijk in een diepe bureaulade belandt. Dat 'klimaat van tolerantie ten aanzien van de kwaliteiten en culturen van anderen' komt er niet zomaar.

Daarom pleiten de auteurs voor aangepast lesmateriaal op school en cursussen op de werkvloer (alleen de door filosoof Ad Verbrugge opgerichte vereniging Beter Onderwijs Nederland reageerde kritisch op deze vanuit Brussel opgelegde tolerantielessen). Boeken, tijdschriften, televisieprogramma's kunnen op subsidie rekenen als ze de juiste boodschap uitdragen.

'Europese waarden'
Dat de juiste mening belangrijker is dan de vrije mening, bleek al eerder. Begin dit jaar presenteerde de High Level Group on Media Freedom and Pluralism een rapport over 'mediavrijheid en diversiteit'. De denktank wil een orgaan instellen voor 'opgelegde zelfregulering', een soort Raad voor de Journalistiek. Dit moet de bevoegdheid krijgen om journalisten boetes op te leggen, te dwingen tot publieke excuses en zelfs uit hun beroep te zetten. Leidraad bij de beoordeling van het journalistengilde is een set 'Europese waarden'. Onduidelijk is wat die waarden precies inhouden, wie ze vaststelt en wat de gevolgen zijn als iemands mening ermee in strijd is.

'A European Framework' is dus geen op zichzelf staand document, maar past in een breder opvoedingsprogramma dat Europeanen tot nette opvattingen brengt. Daarmee slaat de EU de plank niet zomaar mis. Het oorspronkelijke ideaal slaat om in zijn tegendeel. Als er één ding is wat tolerantie nu juist niet beoogt, is dat het afdwingen van politieke correctheid. Wat zou de Franse filosoof Voltaire zo'n 250 jaar geleden ook alweer gezegd hebben? "Ik verafschuw alles wat u schrijft, maar ik zou mijn leven ervoor geven dat u het kunt blijven schrijven."

Toegegeven, het blijft onduidelijk of deze uitspraak werkelijk van Voltaire is. Maar dat is hier van ondergeschikt belang, de gedachtengang is in elk geval in lijn met de rest van zijn oeuvre.

Deze oerdefinitie laat zien dat de EU er niet verder naast had kunnen zitten met haar pleidooi. Tolerantie heeft niets te maken met respect en het afdwingen van meningen die de toets der beschaving kunnen doorstaan. Het is precies omgekeerd. Er valt pas iets te tolereren in het geval van uitingen die we verwerpelijk vinden. Of zoals Voltaire het zei: "Ik verafschuw alles wat u schrijft ..." Inderdaad: afschuw in plaats van respect.

Vandaar dat tolerantie ook wel wordt getypeerd als de deugd van het tandenknarsen. Jawel, een deugd. Dat wil zeggen dat er moeite voor nodig is om die onder de knie te krijgen. Het liefst zou je iets verbieden, maar dat doe je niet.

Pervertering
Tolerantie nieuwe stijl heeft het omgekeerde effect. Ze is funest voor de vrijheid van meningsuiting. Het accent verschuift van degene die een onwelgevallige mening aanhoort naar degene die er een uit. Het is niet langer aan de eerste om tot tien te leren tellen, maar aan de tweede om op zijn taalgebruik te letten. Weg aansporing om het incasseringsvermogen te trainen.

Om de pervertering van het tolerantiebegrip inzichtelijk te maken: dacht Ebru Umar op tolerantie te mogen rekenen ten aanzien van haar column, blijkt dat ze moet vrezen voor het verwijt dat ze zelf intolerant is. In een overijverige bui zouden de Europese zedenmeesters 'die dooie gast' zomaar kunnen uitleggen als een geval van respectloosheid of van islamofobie.

Wat is het resultaat als critici voortdurend rekening moeten houdene met groepen die zich niet 'gerespecteerd' voelen? Het risico bestaat dat ze bij voorbaat al een toontje lager gaan zingen. De harde polemiek, de bijtende satire en de bijtende spot dreigen zieltogende genres worden.

Een hypothetisch scenario? Zeker niet. Ebru Umar stelt zich strijdlustig op. Maar Paul Cliteur hield zich uit angst voor opgewonden moslims een tijdlang gedeisd en korter geleden hebben cabaretiers als Youp van 't Hek en Tijl Beckand erkend dat ze niet alles durfden zeggen op het toneel. De laatste in dat rijtje is Hans Teeuwen. Een paar maanden geleden vertelde hij in 'Zomergasten' dat hij zelfcensuur toepast uit angst voor geweld uit islamitische hoek. Hij zal zich niet gesterkt voelen door het Brusselse proza. Integendeel.

Dat maakt de fatsoensunie die Brussel voor ogen staat geen aanlokkelijk perspectief. Laat die mijmeringen over een Renaissance dus maar zitten. Het is eerder oppassen geblazen dat we niet teruggaan naar de donkere Middeleeuwen.

Sebastien Valkenberg (1978) is filosoof en essayist. Hij publiceert in Trouw en Filosofie Magazine. In 2010 verscheen 'Geluksvogels. Of waarom we het nog nooit zo goed hadden'.

 
Dat de juiste mening belangrijker is dan de vrije mening, bleek al eerder.
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden