Brussel zonder de English rose

REFERENDUM | Donderdag is het zover: dan bepalen de Britten of ze na 43 jaar in de EU willen blijven of niet. Hoe kijken de 27 andere lidstaten aan tegen de Britse invloed in Brussel? Wat zullen ze missen bij een Brexit en wat niet?

Het handige van clichés is dat ze vaak stevige ankers hebben in de waarheid. Duitse degelijkheid. De Franse slag. De drukke gebarentaal van de Italianen. Spaanse passie tegenover Nederlandse nuchterheid. Is dit Europese orkest van clichés nog wel compleet zonder de Britten, met hun stiff upper lip en hun gortdroge humor?

De vraag is urgent nu de Britse bevolking donderdag kiest tussen in de EU blijven of eruit vertrekken. Remain or Leave, that's the question.

Koning Willem-Alexander omzeilde op letterlijk bloemrijke wijze de clichés toen hij op 25 mei de onmisbaarheid van de Britten aankaartte in zijn toespraak tot het Europees Parlement. "Het Europese boeket is niet compleet zonder de Spaanse anjer, de Franse fleur-de-lys, de Griekse acanthus, de Deense margriet, de Duitse korenbloem, de Oostenrijkse edelweiss, de Kroatische iris en de Nederlandse en Hongaarse tulpen. En niet zonder de English rose."

Stel dat ze vertrekken. Hoe moet dat nou straks in Brussel? Zal de EU-besluitvormingsmachine niet enorm doorbuigen ten gunste van de Duitsers en de Fransen? En wat betekent het voor de sfeer aan tafel? Verdwijnt de sophisticated humor uit Brussel?

Loyale collega's

Dat niet alleen. "Het zijn harde onderhandelaars met een grote dossierkennis", zegt een diplomaat. Die wil noch met zijn naam noch met zijn land in de krant om vrijuit te kunnen praten en zijn relatie met de Britten gezond te houden - stel dat ze blijven. Dat wil deze diplomaat overigens graag.

"De Britten zijn loyale, goed geïnformeerde collega's. Tijdens onderhandelingen willen ze nog weleens moeilijk doen, maar als een besluit eenmaal is genomen, voeren ze dat loyaal uit. Bij een Brexit zal hun professionele diplomatie zeker gemist worden. Ze zijn de wereldkampioenen in diplomatie."

Een collega uit een ander EU-land is eveneens vol lof over de invloed die de Britten aan de dagelijkse onderhandelingstafels uitoefenen. "Ze weten wat ze willen, stellen vragen, zijn pragmatisch. Ze houden iedereen een spiegel voor: gaat dit voorstel wel werken

in de praktijk?" De eerste diplomaat heeft wel gemerkt dat de Britten zich al maanden, zo niet jaren ongemakkelijk voelen in het Brusselse circuit. Al die tijd weten ze immers dat het Brexit-referendum boven hun hoofd hangt, sinds januari 2013 om precies te zijn, toen premier Cameron zijn plannen daarvoor ontvouwde.

"Ik heb de afgelopen twee jaar een vorm van zelfcensuur gezien bij de Britten. Ze remmen veel af, in afwachting van het referendum. Je merkt die zelfcensuur overigens ook bij de Europese Commissie. Die doet al een tijdje geen voorstellen waarvan ze weten dat ze de Britten tegen de haren in strijken. Verlammend is een groot woord, maar vertragend op de besluitvorming werkt het zeker."

Dijsselbloem

Dit gevoel werd dinsdag bevestigd door minister Dijsselbloem van financiën, die in het Europees Parlement verantwoording kwam afleggen over het halfjaar dat hij namens Nederland voorzitter is geweest van de maandelijkse bijeenkomsten van alle 28 ministers van financiën.

Als eurogroepvoorzitter heeft hij nooit zoveel te maken met de euroloze Britten, maar met de Nederlandse ministerspet op kon Dijsselbloem zijn gedachten bij uitzondering de vrije loop laten. "Ik zou niet alleen wensen dat de Britten in de EU blijven", zei hij tegen de Europarlementariërs. "Ik zou wensen dat ze weer een actief lid worden, in de voorhoede van het ontwerpen, veranderen en verbeteren van wat we hier doen. Dat zijn ze ooit geweest, maar de laatste jaren stellen ze zich steeds passief en defensief op."

Nu mogen de Britten in Brussel respect afdwingen met hun dossierkennis en diplomatieke tact, een heel ander beeld roepen de Britten aan de overkant van het Kanaal op. Veel opmerkingen van eurofobe politici of de schreeuwende krantenkoppen van de schandaalpers leggen vaak een gênant gebrek aan kennis bloot over de EU.

Bananen

Zo baarde Boris Johnson, oud-burgemeester van Londen en een van de prominentste Brexit-voorvechters, vorige maand opzien door te zeggen dat die bemoeizuchtige EU de verkoop verbiedt van trossen met meer dan twee of drie bananen. Volslagen onzin natuurlijk, maar Johnson heeft een reputatie hoog te houden. In de jaren negentig nam hij het als EU-correspondent voor The Daily Telegraph ook niet altijd even nauw met de waarheid.

Dat geldt tot op de dag van vandaag voor meer Britse correspondenten in Brussel. Sommigen roepen dag in dag uit het beeld op van snode ambtenaren die, achter de gesloten deuren van hun kantoorkolossen, onder satanisch gelach regeltjes bedenken waarmee ze de EU-bevolking, maar vooral die arme Britten natuurlijk, het leven zuur willen maken.

Maar als die eurocraten juist regeltjes afschaffen, is het wéér niet goed. Zo barstte The Daily Mail vorige maand uit zijn voegen van verontwaardiging: Brussel schrapt regels over maximale duur reclameblokken op televisie! Met andere woorden: Brussel vergalt uw kijkplezier bij 'Britain's Got Talent'! Heeft dezelfde krant Brussel dan misschien een schouderklopje gegeven toen die regels ooit werden ingevoerd? Nee natuurlijk. Uit Brussel komt nooit iets goeds.

Tegen de achtergrond van die diepe anti-EU-sentimenten vraag je je weleens af hoe dat de afgelopen jaren is gegaan aan de onderhandelingstafel. Daar weten de Britten immers wél hoe het werkt. Het zijn nooit snode EU-ambtenaren die de uiteindelijke besluiten nemen, maar de lidstaten zelf, samen met het Europees Parlement. In het theoretische geval dat de EU ooit zou hebben besloten om de verkoop van bananentrossen van meer dan drie stuks te verbieden, dan hadden de Britten daar zelf bij gezeten.

Winnende kamp

Op basis van het Londense gefoeter op de Brusselse bedilzucht zou je verwachten dat de Britten vaak dwarsliggen, of het nou over bananen of databescherming gaat. Dus zou je ook verwachten dat de Britten in Brussel geregeld in het stof bijten en behoren tot de overstemde minderheid van landen die het niet eens zijn met een Brussels voorstel, om daar vervolgens brommend van ongenoegen hun beklag over te doen tegenover hun pers.

Maar dat is niet zo. De afgelopen jaren waren de Britten meestal te vinden in het winnende meerderheidskamp in de Raad van de Europese Unie, de verzamelnaam voor alle ministerraden die namens de 28 lidstaten de besluiten nemen over EU-beleid.

Sterker nog: 'de onderhandelingspositie van het Verenigd Koninkrijk ligt gemiddeld genomen dichter bij de uiteindelijke uitkomst van wetgevende EU-besluiten dan die van de meeste andere lidstaten', stelt Simon Hix, hoogleraar politicologie aan de London School of Economics and Political Science in een onderzoek dat vorig jaar oktober verscheen. Hix zette zijn vergrootglas op 125 EU-besluiten die tussen 1996 en 2008 zijn genomen met de zogeheten gekwalificeerde meerderheid. De Britten behoorden tot de braafste, meest volgzame jongetjes van de klas.

In een vervolgonderzoek constateerde Hix, samen met medeonderzoekster Sara Hagemann, wel een verschil tussen de periodes 2004-2009 en 2009-2015.

In dat eerste tijdvak behoorde Groot-Brittannië in 2,6 procent van de besluiten tot de tegenstemmende minderheid. In de periode daarna is wel degelijk iets terug te vinden van Britse dwarsigheid: dan behoort het land meer dan welke andere EU-lidstaat ook tot die verliezers: in 12,3 procent van de gevallen, ruim voor Duitsland, Oostenrijk en Nederland, die tussen de 4 en 6 procent zitten.

Goedkeurend geknik

Op sommige terreinen zijn de Britten meegaander dan op andere. Het verzet blijkt het grootst op het gebied van begrotings- en buitenlandbeleid, en het kleinst bij onder meer milieukwesties, interne markt en transport.

Maar de cijfers over het stemgedrag betekenen nog altijd dat het Verenigd Koninkrijk, ook in de voorbije jaren van toenemende Brexit-discussies, in 87,7 procent van de gevallen zijn standpunt onder goedkeurend geknik terugzag in het meerderheidsbesluit, en met de anderen meestemde.

Die feiten zijn lastig te rijmen met het beeld van de 'eiland-Britten' die klagen dat ze worden opgeslokt door een Brusselse machine waar ze part noch deel aan hebben en die hen alleen maar absurde bananenbesluiten door de strot duwt.

Die nemen ze gewoon zelf, via procedures waarin ze net zoveel stemrecht hebben als Duitsland, Frankrijk en Italië.

Een ander fenomeen zijn de media-optredens van premier Cameron als hij voor een Europese top in Brussel moet zijn. Dat is niet typisch Brits: ook premier Rutte zet de Nederlandse inzet tijdens zo'n top op een heel andere, politiekere toon neer dan de in Brussel gevestigde ambtenaren en diplomaten die het dagelijkse zware werk moeten opknappen.

Maar de retoriek van Cameron is wel een geval apart. Zo sloeg hij na afloop van de Europese top van oktober 2014 zijn lessenaar zo'n beetje aan gort toen bleek dat Londen een EU-naheffing had gekregen van 2,1 miljard euro, ongeveer het viervoudige van wat Den Haag destijds aan de broek kreeg.

Zowel Britse als Nederlandse ambtenaren waren hiervan al een tijdje op de hoogte. Bovendien is het systeem van die naheffingen er gekomen op aandringen van de lidstaten zelf. Toch bespeelde Cameron alle retorische registers om de EU af te schilderen als een kwaadaardige club die zijn leden weer vakkundig in de gordijnen had weten te jagen.

Een maand later wekte de Britse regering verbazing bij de andere lidstaten door, na onderling overleg over de betalingsvoorwaarden voor die naheffing, een grote overwinning te claimen op 'Brussel'. "We hebben de rekening gehalveerd en uitgesteld en we betalen geen rente", meldde minister Osborne van financiën triomfantelijk. "Resultaat voor Groot-Brittannië."

Het was dik een half jaar voor de Britse verkiezingen.

In werkelijkheid was er niets veranderd aan dat bedrag van 2,1 miljard. Er waren alleen wat betalingsfoefjes uitgehaald die de pijn iets verzachtten. Maar meer dan welke andere regering ook wil de Britse aan haar bevolking laten zien dat ze het in Brussel opneemt tegen demonen en op z'n tijd een overwinning uit het vuur sleept.

Obstructie

Parallel aan alle loftuitingen over hun verstand van zaken en hun diplomatieke optreden wekken de Britten ook geregeld wrevel bij de andere lidstaten vanwege hun neiging tot obstructie.

De Belgische econoom Paul De Grauwe, die woont en werkt in Londen, beargumenteerde begin dit jaar dat een Brexit vooral een zegen zal zijn voor de Europese Unie. "Als de Britten de EU hebben verlaten, kunnen zij niet langer de samenhang van de Unie ondermijnen. De EU zal er juist sterker door worden."

Die mening wordt in Brussel niet breed gedeeld. "We hebben al een Europa van meerdere snelheden", zegt een diplomaat, verwijzend naar de uitzonderingspositie die Groot-Brittannië heeft op het gebied van onder meer de monetaire unie en het migratiebeleid. "Landen zijn volledig vrij om langzamer of sneller te integreren. Het Verenigd Koninkrijk vormt nu al geen obstakel voor verdere integratie."

Een collega van een ander land onderschrijft dat. "Volgend jaar, na de verkiezingen in Duitsland en Frankrijk, zal de eurozone waarschijnlijk een sprong voorwaarts maken op het gebied van verdere integratie. Dat zal sowieso gebeuren, los van de uitslag van het Britse referendum."

Evenwicht

Ook het argument dat een Brexit het interne evenwicht in de EU verstoort ten gunste van de continentale grootmachten Duitsland en Frankrijk (en in iets mindere mate Italië) gaat volgens de diplomaten niet langer op. "Begin jaren zeventig, toen er nog maar zes lidstaten waren, vonden met name Nederland en België het belangrijk dat de Britten erbij kwamen, juist voor dat tegenwicht. Nu de EU is uitgegroeid tot een club met 28 lidstaten is dat minder relevant."

Een collega ziet de noodzaak van dat Britse tegenwicht ook niet meer zo. "We denken niet meer in termen van grote landen versus kleine landen. Wij kunnen de Britten goed in de ogen kijken als het om onze gemeenschappelijke belangen gaat, zoals versterking van de interne markt. Het is goed om iemand aan tafel te hebben die daarover een sterke visie heeft."

Een Brussel zonder Britten... weinigen lijken zich er nog een voorstelling van te kunnen maken. Mochten de Britten donderdag inderdaad voor vertrekken kiezen, dan zal het besef de dagen erna pas doordringen. "Als het tot een Brexit komt, wie is dan de volgende?", vraagt een diplomaat zich af, met een blik op de verre, onzekere toekomst. "De ontrafeling van de EU wordt dan onze grootste zorg."

Brits voorzitterschap?

Een mogelijke 'Vertrek'-uitslag komende donderdag veroorzaakt talloze vormen van hoofdpijn in Brussel. Niet het grootste probleem, maar wel een pikante kwestie, is het beoogde Britse voorzitterschap van de EU in de tweede helft van volgend jaar.

Dat schema van halfjaarlijkse voorzitterschappen is jaren geleden al vastgesteld. Na Nederland (nu) komen Slowakije, Malta, en... inderdaad, het Verenigd Koninkrijk.

Zelfs als er voor een Brexit wordt gekozen, zit Londen tegen die tijd hoogstwaarschijnlijk nog middenin de onderhandelingen over de voorwaarden voor het vertrek uit de EU. Het land is dan dus nog gewoon EU-lid, met alle rechten en plichten die daarbij horen, inclusief een voorzitterschap.

Maar diplomaten in Brussel kunnen zich daarbij weinig voorstellen. "Het lijkt ons ondenkbaar om voorzitter te zijn terwijl je over een 'exit' aan het onderhandelen bent", zegt een van hen.

Alle boekenplanken vol EU-verdragen en -handvesten houden geen rekening met deze unieke situatie. Een mogelijke oplossing is dat alle 28 EU-landen het Verenigd Koninkrijk ontslaan van zijn voorzittersplicht en dat het hele schema een halfjaartje naar voren schuift. In dat geval is Estland de meest logische vervanger.

Britten voorlopig nog in Brussel

Het Europees Parlement telt 751 leden, van wie 73 Britse. Wat is hun lot als hun electoraat besluit het hele land terug te trekken uit de Europese Unie? Kunnen zij op 24 juni hun verhuisdozen inpakken en de Eurostar terug naar huis nemen?

Nee, dat kunnen ze niet. Die Europarlementariërs zullen in elk geval, vermoedelijk met lange tanden, moeten blijven zitten totdat de onderhandelingen over de uittreding tussen Londen en Brussel zijn afgerond. Dat kan nog jaren duren.

Mocht dat proces de twee jaar overschrijden, dan zullen alle andere landen unaniem akkoord moeten gaan met een verlenging van de onderhandelingen. Zoals de vlag er nu bij hangt, is de animo daarvoor gering.

In dat geval is de Britse uittreding een feit exact twee jaar nadat Londen de Europese Raad heeft geïnformeerd over de wens de Unie te verlaten. Pas op dat moment, mogelijk in 2018, mogen de 73 Britse volksvertegenwoordigers hun koffers pakken.

Aangeschoten wild

Onafhankelijk van de referendumuitslag zullen zij dus nog lange tijd de door iedereen verafschuwde, maandelijkse pendel naar Straatsburg moeten ondergaan. Ook voor de overige 678 parlementariërs zou dat weleens een lange, ongemakkelijke periode kunnen worden. 'Aangeschoten wild' is nog een milde uitdrukking voor hun Britse collega's in die uittredingsfase.

Volgens een woordvoerster van het parlement is er nog niet gesproken over wat er moet gebeuren met de 73 zetels, mochten die vrijkomen. "Men wacht voorlopig het resultaat af." In het nabije verleden is de omvang van het Europees Parlement vaak veranderd door de komst van nieuwe lidstaten. Het is straks niet aan het parlement, maar aan de Europese Raad (de lidstaten) om te bepalen of het parlement kleiner moet worden bij een Brexit, of dat de 73 lege stoeltjes gelijkelijk worden verdeeld over de overige lidstaten. Dat eerste lijkt politiek gezien makkelijker te verkopen.

Ukip

Zelfs als de Britse kiezers stemmen voor 'Blijven', kunnen we er vergif op innemen dat de 22 afgevaardigden van Nigel Farage's anti-EU-partij Ukip onverstoorbaar doorgaan met hun bijtende kritiek op het Brusselse en Straatsburgse establishment. Al zal de positie van Farage ter discussie komen te staan, want een 'Blijven' zal voor hem een bittere politieke nederlaag zijn. Tot de bouwstenen van zijn populariteit behoren immers zijn talrijke speeches van de afgelopen jaren in de trant van 'wacht maar, straks zijn we vertrokken'.

'Ze moeten erin blijven, maar niet tot elke prijs'

In het Europees Parlement behoren de Britten sinds jaar en dag tot de vaste bewoners. Wat vinden hun Nederlandse collega's van hun inhoudelijke inbreng in de debatten?

"Wij trekken vaak samen op, over het belang van de interne markt of de noodzaak voor minder gedetailleerde wetgeving", zegt Esther de Lange, CDA-delegatieleider. "Wij delen vaak inhoudelijke standpunten hoewel we over de toekomst van de EU echt van mening verschillen. De stijl is diplomatiek en gericht op de inhoud, met een grote dosis zelfspot. Bij onderhandelingen is de werktaal vaak Engels, waardoor de Britten een enorm voordeel hebben."

Hans van Baalen (VVD) noemt de Britse collega's met wie hij in commissies (waaronder buitenlandse zaken) samenwerkt 'zeer actief en constructief'.

Volgens Sophie in 't Veld, de meest prominente D66'er in het parlement, kloppen alle clichés. "Britten zijn uitstekende debatteerders, scherp op de inhoud en met een forse dosis Britse humor. De meeste Britse parlementariërs, met uitzondering van Ukip en de andere eurosceptici, zijn leidende figuren in het parlement en zeer Europees denkend - misschien meer dan ze zichzelf realiseren. Het zijn echte politieke dieren. Ze kennen hun dossiers, werken op de inhoud en zijn handige en pragmatische onderhandelaars."

Eiland-denken

Paul Tang (PvdA-delegatieleider) wil juist waken voor clichébeelden. "Je mag en kan de Britten niet over een kam scheren", zegt hij. "Er zit een wereld van verschil tussen Jeremy Corbyn van Labour en Nigel Farage van Ukip. Natuurlijk hebben alle Britten - ook die van Labour - last van 'eiland-denken', maar als het gaat om de strijd voor een socialer Europa staat Labour uiteraard aan de goede kant."

Bas Eickhout (GroenLinks) ziet onder de Britten "een aantal sterke parlementariërs die zich gewoon bezighouden met goede wetgeving". Maar de eurosceptische Britten, zoals de Ukip'ers, schreeuwen slechts vanaf de zijlijn en laten zich verder niet zien, zegt hij. "Je komt ze vrijwel nooit tegen en ze doen ook geen voorstellen om een wet te verbeteren of bijvoorbeeld 'minder Europees' te maken. Ze zijn er nooit en stemmen in Straatsburg altijd tegen."

Wat zullen ze het meest missen aan de Britten, als het tot een Brexit komt?

'Hun humor' is het sleutelbegrip in de antwoorden van de Nederlandse Europarlementariërs. "Daarmee halen ze in onderhandelingen ook vaak de kou uit de lucht", zegt De Lange.

Tang heeft het daarnaast over "hun gave van het debat, hun wijze kalmte. We houden van de Britten juist omdat ze zo eigenwijs zijn".

Ook Eickhout prijst hun debattechniek. "Het is knap hoe veel Britse politici in de minuutjes spreektijd die we hebben tot de kern komen. Zelden zie je dat de voorzitter ze moet afhameren omdat ze nog aan het wauwelen zijn over technische details. Daar kunnen veel van mijn collega's nog iets van leren."

Van Baalen noemt ook "hun kritische positie ten aanzien van een federale EU. Britten zijn vooral vrijhandelaren en dat komt Nederland en onze positie zeer ten goede".

Gebral

Wat zullen ze juist het minst missen? "Het schooljongens-gebral vanuit de bankjes van Ukip en de British National Party", stelt In 't Veld.

"De discussie over Brexit", noemt Tang. "Nigel Farage die nog steeds in het empire gelooft - dat allang niet meer bestaat - en die bij een Brexit Groot-Brittannië terugbrengt tot Little England", meent Van Baalen.

"Wat ik zeker goed kan missen, is de tegenwoordige angst van pro-Europese Britten om kritisch te zijn op de Europese Commissie en de angst van de commissie om met voorstellen te komen", zegt Eickhout. "Over alles hangt een zweem van 'zou dat de Brexiteers niet in de kaart kunnen spelen?'. Ik wil gewoon aan het werk met wetgeving."

Volgens De Lange gedragen de Britten zich altijd als slachtoffer van het Europese integratieproces. "Terwijl er geen land is dat zoveel uitzonderingen heeft op geldende Europese verdragen en ze voor een dubbeltje op de eerste rij zitten door de fameuze korting op de EU-bijdrage. Ik heb de Britten er het liefst bij, maar niet tegen elke prijs."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden