Brussel wil af van regelzucht: Landbouwbeleid moet 'renationaliseren'

In januari besproeiden melkveehouders het gebouw van de Europese Raad in Brussel met melkpoeder om te protesteren tegen Europese regels die leiden tot een lagere melkprijs. Beeld AP
In januari besproeiden melkveehouders het gebouw van de Europese Raad in Brussel met melkpoeder om te protesteren tegen Europese regels die leiden tot een lagere melkprijs.Beeld AP

Brussel doet een aanzet tot renationalisatie van een hoeksteen van de EU, het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Als iemand aan de borreltafel een goed voorbeeld zoekt van ‘Brusselse bureaucratie’, dan komt die vaak uit bij het Europese landbouwbeleid. Brussel wil nu zelf af van die veronderstelde regelzucht. In de volgende periode van het gemeenschappelijke landbouwbeleid, die over ruim drie jaar begint, moeten EU-landen veel meer werk zelf opknappen, onder meer op het gebied van uitvoering, toezicht en het opleggen van boetes.

Dat staat in de voorstellen voor een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid die de Europese Commissie vandaag presenteert. Het document, dat in het bezit is van Trouw, leest als een oproep tot renationalisatie van het Europese landbouwbeleid, nota bene gedaan vanuit de machinekamer van de Brusselse regelfabriek.

Hoeksteen

“Het huidige systeem berust op gedetailleerde eisen op EU-niveau en bevat strenge controles, sancties en toezichtsprocedures”, schrijft de commissie. “Die regels zijn vaak zeer gebiedend, tot op het niveau van de boerderij. In het model van de toekomst zou de Unie de elementaire beleidswaarden moeten vaststellen, terwijl de lidstaten een grotere verantwoordelijkheid krijgen, onder meer voor de manier waarop zij de op EU-niveau vastgestelde doelen behalen.”

Door deze decentrale werkwijze kan het landbouwbeleid meer rekening houden met lokale omstandigheden en behoeften, zo argumenteert de commissie.

Het gemeenschappelijke landbouwbeleid, inclusief zijn omstreden miljardensubsidies voor boerenbedrijven, vormt nog steeds een hoeksteen van de Europese Unie. In de huidige begrotingsperiode 2014-2020 beslaat de landbouwpolitiek nog steeds 38 procent van de gehele EU-begroting. In 1984 was dat zelfs nog 71 procent. Sinds het begin van het gemeenschappelijke landbouwbeleid in 1962 heeft Brussel op geen enkel ander terrein zo veel macht gekregen.

Momenteel gaat ruim 50 miljard euro per jaar naar ondersteuning van de landbouw in de (nog) 28 lidstaten. Ruim twee derde daarvan is directe inkomenssteun voor agrariërs.

Discussie

Het document ‘De toekomst van voedsel en landbouw’ dat de commissie vandaag presenteert, vormt het startschot voor een lange en traditioneel heetgebakerde discussie. Die zal vooral volgend jaar worden gevoerd tussen conservatieven die weinig aan het EU-landbouwbeleid willen veranderen en hervormingsgezinden die met name de subsidies achterhaald vinden.

Ook mondiaal wordt de EU vaak met de nek aangekeken wegens deze staatssteun, die bijvoorbeeld landbouwexporteurs uit ontwikkelingslanden geen eerlijke kans zou geven.

Het aanstaande debat over het landbouwbeleid gaat hand in hand met onderhandelingen over de meerjarige EU-begroting voor 2021-2027, al zijn er pleidooien om die periode te verkorten tot vijf jaar. Ook die discussie begint op stoom te komen, mede geïnspireerd door de beoogde Brexit. Die zou de meerjarenbegroting, het landbouwbeleid en het regiobeleid grondig door elkaar kunnen schudden.

Subsidies

Hoewel de Europese Commissie vandaag op tal van landbouwterreinen verregaande hervormingen voorstelt, blijft het principe van die directe inkomenssteun, verstrekt vanuit Brussel, overeind. Volgens de commissie blijft die nodig om de grote inkomensverschillen tussen de agrarische en andere sectoren in de economie te overbruggen.

Wel wil de commissie de subsidies breder uitsmeren over meer bedrijven. Nu krijgt 20 procent van de boerenbedrijven nog 80 procent van het EU-geld. Om de verdeling evenwichtiger te maken, stelt de commissie een subsidieplafond voor van tussen de 60.000 en 100.000 euro per bedrijf per jaar.

Bovendien worden de milieu-eisen strenger, daartoe gedwongen door het klimaatakkoord van Parijs uit 2015. Maar het toezicht daarop, en de sancties op eventuele overtredingen, dat zou allemaal het pakkie-an moeten worden van nationale autoriteiten.

Tot nu toe heeft de EU de sector vooral inspanningsverplichtingen opgelegd, zonder dat bedrijven worden afgerekend op resultaten. Dat gaat veranderen, als het aan de commissie ligt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden