Brussel is het Binnenhof niet

De Europese verkiezingen staan voor de deur. Om de stemmers in alle EU-landen te helpen hun keus te bepalen, wordt vandaag het Europese Kieskompas gelanceerd. Want hoe groot zijn bijvoorbeeld de verschillen tussen de nationale en Europese fracties van al die partijen?

Vandaag gaat het Kieskompas voor de Europese verkiezingen in de lucht. In twintig landen in de Europese Unie kunnen kiezers op de site van Kieskompas nagaan in hoeverre hun ideeën over de toekomst van Europa overeenkomen met die van de partijen die naar hun stem dingen. Een analyse, door medewerkers van het Kieskompas, van de programma's van al die politieke partijen, leidt al tot een opvallende conclusie: van homogene fracties, zoals wij die bijvoorbeeld in Nederland kennen, is geen sprake. Fracties in het Europees parlement zijn een bonte verzameling van standpunten en meningen.

De invloed van een individueel lid van het Europees Parlement varieert van gering tot ergens rond nihil. In principe is dat niet veel anders dan aan het Haagse Binnenhof. Ooit werden, ook in Nederland, volksvertegenwoordigers gekozen op individuele titel. Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan; om invloed te hebben, moet worden samengewerkt. Gelijkgestemden in de Tweede Kamer zochten elkaar in de negentiende eeuw al op. De fractie en later de politieke partij en de kandidatenlijst namens die partij waren geboren. Kandidaten verenigden zich op basis van een groots idee over de inrichting van de samenleving. Een politicus bekende zich tot het liberalisme, was een anti-revolutionair of een katholiek.

CDA en Berlusconi

In Europa is niet of nauwelijks sprake van een door fractiegenoten gedeelde verzameling ideeën. Er is niet zoiets als een Europese sociaal-democratische, een christen-democratische of een liberale ideologie. Zou die er wel zijn, dan lijkt het welhaast onmogelijk dat, om het klassieke Nederlandse voorbeeld aan te houden, de VVD en D66 deel uit zouden maken van één en dezelfde Europese fractie. Of, een ander voorbeeld, zou het CDA in dat geval samen met Forza Italia van de inmiddels hard van zijn troon gevallen Italiaanse ex-premier/ondernemer Silvio Berlusconi deel uitmaken van de Europese Volkspartij, de christen-democratische fractie?

Partijen in het Europees parlement vormen een veel losser fractieverband dan bijvoorbeeld aan het Binnenhof. De heterogeniteit in standpunten is veel groter, zoals ook blijkt uit de analyses van het team dat Kieskompas ook voor de komende verkiezingen voor het Europees parlement (in Nederland op 22 mei, maar in de meeste Europese landen op zondag 25 mei) ontwierp.

Zo is het tekenend om te zien hoe de standpunten van nationale partijen in hun afzonderlijke verkiezingsprogramma's worden weergegeven rond de vraag of een individuele lidstaat in zijn eentje belangrijke Europese beslissingen moet kunnen tegenhouden. Het vetorecht, een in de Europese politiek hevig bediscussieerd onderwerp, zorgt voor totaal verschillende standpunten in veel fracties. Zo vinden de Roemeense leden van de christen-democratische fractie, net als hun Nederlandse (CDA-)collega's dat het daarmee definitief afgelopen moet zijn, terwijl hun Poolse fractiegenoten het vetorecht juist nastrevenswaardig vinden.

Neutrale positie

In de sociaal-democratische Europese fractie (Pes) neemt de Nederlandse PvdA op dit punt een neutrale positie in, terwijl hun Spaanse collega's tegen het vetorecht zijn. Zij staan daarin weer tegenover de Litouwse sociaal-democraten, die juist weer sympathie hebben voor het vetorecht van een individuele lidstaat.

Binnen de liberale fractie (Alde) is de tegenstelling, zoals verwacht, zelfs waarneembaar tussen parlementariërs met dezelfde nationaliteit. D66 gelooft niet in het vetorecht, terwijl de VVD daar juist warm voorstander van is. De overtuiging van de VVD is op dit punt zeer uitgesproken en sterker dan het standpunt van bijvoorbeeld de Estse of Litouwse liberalen.

Fracties in Brussel (soms Straatsburg) en Den Haag zijn ook niet met elkaar te vergelijken, meent de Vlaamse politicoloog Steven van Hecke. Hij promoveerde op een onderzoek, waarin werd nagegaan hoe homogeen de ideologie van de veruit grootste fractie in het parlement, de Europese Volkspartij, is. Volgens Van Hecke is het niet meer dan logisch dat er op dit punt grote verschillen zijn. "Kijk alleen al eens naar de grootte van het gebied. Europa is toch wel iets anders dan Nederland of Vlaanderen. Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden of de Senaat is ook iets heel anders dan de gemeenteraad van Washington", meent hij.

"De fractie van de Europese Volkspartij in het Europees parlement telt meer dan 260 leden. Dat is al meer dan de Tweede Kamer in zijn geheel en ook meer dan de twee kamers van het Belgische parlement. Je kunt in een dergelijke situatie niet verwachten dat iedereen gelijkgestemd is."

Volgens Van Hecke is het eerder een grote verrassing dat fracties in Brussel nog zo werkbaar zijn. "Gelukkig zijn er krachtige prikkels om samen te werken. In een grotere fractie zijn bijvoorbeeld de voorzieningen voor de parlementariërs beter. Door lid te zijn van een fractie, is er een grotere kans op het voorzitterschap van een commissie van het parlement, een functie die onmiddellijk meer invloed geeft."

Zijn Nederlandse collega André Krouwel van de Vrije Universiteit, een achttal jaren geleden initiatiefnemer en ontwerper van het Kieskompas, stelt dat de Europese Volkspartij zulke verschillende stromingen als christelijk-sociale politici, conservatieven en half-liberalen in zich bergt. Volgens hem is de groene of de sociaal-democratische fractie homogener. Uiteindelijk gaat het bij het toetreden tot een fractie volgens Krouwel meer om de macht en minder om een eenstemmige ideologie.

Van Hecke nuanceert die constatering. "Een individueel parlementslid dat niet bij een grote fractie is aangesloten, kan desondanks veel invloed hebben. Bijvoorbeeld door een rapporteurschap te verwerven. In dat geval onderhandelt het parlementslid namens het hele parlement met de Europese Commissie over een voorstel. Uiteindelijk zijn met andere woorden ook de individuele kwaliteit van het parlementslid en zijn positie onder zijn collega's van groot belang."

Fractievorming gaat volgens Van Hecke met kleine stapjes, dan weer een stukje vooruit, soms weer even achteruit. "Er is ook in Brussel sprake van fractiediscipline, wellicht strenger dan in nationale parlementen. Dat werkt naar het Britse model. Een 'whip' (letterlijk zweep, red.) houdt het stemgedrag van de fractieleden in de gaten. Afwijkend stemgedrag wordt niet in dank afgenomen. En kan je ook duur komen te staan. Stel, je bent een Nederlandse sociaal-democraat en wilt iets bereiken rond consumentenrechten. Daarvoor heb je in eerste instantie je fractiegenoten nodig. Dan zorg je er wel voor hun steun te verwerven door ook hun voorstellen te steunen. Zo kan de homogeniteit in een fractie uiteindelijk groter zijn dan je denkt."

Volgens Van Hecke vallen de verschillen in de verkiezingsprogramma's tussen nationale partijen met dezelfde ideologie mede te verklaren door de zwakke positie van de Europese partij voorafgaand aan de verkiezingen. "In dat stadium is de nationale partij bepalend. Pas na de verkiezingen begint de Europese partij belangrijk te worden. Dan ontstaat er een Europees programma waar de fractieleden zich maar aan te houden hebben."

De noodzaak om te komen tot een algemeen gedeeld standpunt, leidt volgens Van Hecke tot typisch Europese manieren van politiek bedrijven. De algemene vraag waar het bijvoorbeeld met de Europese integratie - of welk ander groot onderwerp dan ook - naartoe moet gaan, wordt niet gesteld. Van Hecke: "Zo gaat dat ook bij ons in Vlaanderen. De vraag 'waar staat Vlaanderen in het jaar 2050' wordt niet gesteld, want het zou tot een Poolse landdag leiden. Politiek wordt bedreven op basis van een voorstel van de Europese Commissie, dat altijd maar een stapje bevat, zonder het grote geheel. Dat houdt zeker gevaren in. Het parlement wordt een fuik ingedreven waaruit op enig moment geen ontsnappen meer mogelijk is."

De onderlinge diversiteit en de verschillende standpunten in één en dezelfde fractie kunnen dan mogelijk een democratische tekortkoming zijn, volgens Van Hecke is de verhouding met de Europese Raad van Ministers in dat verband veel zorgwekkender. "Als je het wilt hebben over het democratische tekort, moet je kijken naar het functioneren van de raad van ministers. Daar zitten ministers in van de lidstaten met dezelfde ideologie als leden van het parlement. Maar vanuit nationaal belang stellen zij zich heel anders op. Dat brengt hun land- en partijgenoten in het parlement in verlegenheid. Idealiter zouden de kiezers dat aan de kaak moeten stellen en van hun politici eisen dat ze consequenter zijn."

Van Hecke: "Nederland en uw premier zijn daar een goed voorbeeld van. De Europese Unie heeft door de crisis veel aan macht gewonnen. Vooral op het terrein van financiële en begrotingspolitiek. Terwijl Mark Rutte daarover onduidelijk was en is. De VVD zou daar door de kiezer op gewezen moeten worden."

De Vlaamse politicoloog is optimistisch over de vraag of het ooit zal komen tot een soort Europese politieke ruimte. Dus met Europese politieke partijen met een eenduidige ideologie en, na verkiezingen, ook sterke, homogene fracties. Een mogelijk belangrijk moment daarvoor is de aanwijzing van de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie.

Voordracht

Van Hecke: "De afspraak in het parlement is dat de grootste fractie de nieuwe commissievoorzitter mag voordragen. De grote politieke stromingen hebben daarvoor ook hun kandidaat naar voren geschoven. Hopelijk komt er een duidelijke Europese uitslag. Dan kan de Raad van Ministers, die uiteindelijk benoemt, niet om de voordracht van het parlement heen. Blijft bijvoorbeeld de Europese Volkspartij veruit de grootste, dan moeten de regeringsleiders wel de Luxemburgse christen-democraat Juncker accepteren als commissievoorzitter."

Het proces zal onomkeerbaar zijn, hoe langzaam het ook gaat, wil Van Hecke maar zeggen. Uiteindelijk zal de democratische controle vanuit het Europees parlement verbeteren.

Het Europese Kieskompas

Kieskompas, in Europees verband EUVOX, heeft voor alle 28 EU-lidstaten een aparte vragenlijst ontwikkeld. Voor België zijn twee varianten ontwikkeld en voor Groot-Brittannië vier. Er is één website waar op de beginpagina voor een land kan worden gekozen. Elke stemhulp omvat 30 stellingen. Sommige vragen worden in heel Europa gesteld, bijvoorbeeld over het ingrijpen bij banken of het belang van Europese samenwerking. Daarnaast zijn er per land specifieke vragen. De Europa-brede vragen zijn ontwikkeld door een internationaal team van experts. Landen-specifieke vragen zijn samengesteld door lokale wetenschappelijke experts.

Per land worden de deelnemende partijen op de stellingen geplaatst volgens de zogeheten Delphi-methode. Elke deelnemende partij krijgt van een academisch team van vijf deskundige codeurs (politieke wetenschappers die de politiek in de betreffende EU-landen goed kennen) een plaats toegewezen. De plaatsingen worden bepaald aan de hand van verkiezingsprogramma's en officiële documenten, waardoor ze duidelijk onderbouwd zijn. Meer dan 300 politieke partijen in 28 lidstaten zijn op deze manier geanalyseerd om hun standpunt omtrent belangrijke kwesties te bepalen.

Na het beantwoorden van de dertig stellingen worden bezoekers in het politieke landschap van alle deelnemende partijen geplaatst. Kiezers kunnen hun standpunten vergelijken met partijstandpunten. Ze krijgen geen dwingend stemadvies voorgeschoteld.

Het Kieskompas wordt vandaag gelanceerd tijdens een bijeenkomst met debat op de Campus Den Haag (aanvang 15.00 uur).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden