Brussel is blij, maar niet voor lang

analyse | Echte macht zullen de eurosceptici niet krijgen, ook al neemt hun aantal in het Europees Parlement toe. Maar hun stemgeluid beïnvloedt met een omweg waarschijnlijk wel de besluitvorming in de andere machtsbastions in Brussel: de Commissie en de Raad.

CHRISTOPH SCHMIDT

BRUSSEL - Ze hebben verloren." Jean-Claude Juncker staat bekend om zijn soms onverstaanbare gemompel, maar deze drie woorden kwamen er luid en duidelijk uit, in de Brusselse verkiezingsnacht van zondag op maandag. Met 'ze' bedoelde de Luxemburgse oud-premier de eurosceptici, die weliswaar een grote opmars maken in het Europarlement, maar in harde cijfers niet eens in de buurt komen van de grote pro-EU-fracties.

Hier sprak de echte winnaar, wilde Juncker maar even gezegd hebben. Als boegbeeld van de christen-democraten doet hij een gooi naar het voorzitterschap van de Europese Commissie. Zijn politieke familie blijft verreweg de grootste in Brussel en Straatsburg, met 28,5 procent van de stemmen. Vanwaar toch al die aandacht voor de eurosceptici? vroeg hij zich af. 'Ze hebben verloren.'

Cijfermatig gezien heeft Juncker gelijk, al vormt zijn overwinningskreet ook onderdeel van zijn campagne om de sterke man van de Europese Commissie te worden.

Je hoeft echter niet over bovennatuurlijke gaven te beschikken als je de verwachting uitspreekt dat de opkomst der eurosceptici wel degelijk zal doorklinken. In eerste instantie in de lidstaten waar ze zo veel stemmen hebben gekregen, in de tweede plaats in de manier waarop de Europese Unie de komende jaren zal worden bestuurd.

In Parijs en Londen, waar respectievelijk het Front National van Marine Le Pen en de United Kingdom Independence Party (Ukip) van Nigel Farage de grootste partijen werden bij de Europese verkiezingen, zijn de gevolgen nu al merkbaar. Nog voor de Britse uitslag bekend werd, lieten de Conservatieven van premier David Cameron weten dat de regering harder zal optreden tegen immigratie, een van de grootste zorgen voor de Ukip-aanhang.

"We zullen elke beschikbare weg bewandelen om de netto-immigratie terug te brengen", zei minister Philip Hammond van defensie zondag.

De Franse socialistische premier Manuel Valls kondigde gisteren belastingverlagingen aan. Hij zei expliciet dat de overwinning van het Front National - die hij omschreef als een 'aardbeving' - duidelijk maakt dat de Franse bevolking genoeg heeft van de hoge belastingdruk.

Welke belastingen hij precies wil verlagen, zei hij er niet bij, maar een dergelijke stap zou kunnen leiden tot een confrontatie met de Europese Commissie. Die wil immers dat de Franse regering haast maakt met het op orde brengen van de begroting, die al geruime tijd een tekort vertoont dat groter is dan het EU-plafond van 3 procent. Als de regering-Hollande kiest voor een ramkoers met Brussel, kunnen ze daar niet volhouden dat de opkomst van het FN geen gevolgen heeft voor de EU.

Commissievoorzitter José Manuel Barroso, die tegen het einde van zijn tweede en laatste ambtstermijn aanloopt, reageerde gisteren strijdbaar op de verkiezingswinst van de eurosceptici en de lage opkomst. "Dit is het moment om de manier te bepalen waarop de Unie voorwaarts gaat. De zorgen van de proteststemmers en van degenen die niet hebben gestemd worden het best aangepakt via duidelijke politieke actie voor groei en banen, en via een waarachtig democratisch debat."

Net als Juncker straalde de verklaring van Barroso echter ook iets triomfantelijks uit, iets op-de-borst-klopperigs zelfs. "Het is belangrijk dat de politieke krachten die de gezamenlijke crisisbestrijding van de Unie hebben geleid en ondersteund, met name de politieke krachten die zijn vertegenwoordigd in de Europese Commissie, opnieuw hebben gewonnen."

Het zou handig kunnen zijn om deze uitspraak de komende maanden in het achterhoofd te houden bij de samenstelling van de nieuwe Europese Commissie. Als regeringsleiders en Parlement het eenmaal eens zijn geworden over de opvolger van Barroso - dat dreigt een lange loopgravenoorlog te worden - moeten de 27 andere Eurocommissarissen worden aangewezen, voor elk land één. Die voordrachten zijn de uitkomst van nationale politieke processen. Zo ligt het voor de hand dat Nederland een PvdA'er voordraagt, na ruim twintig jaar van CDA'ers en VVD'ers.

undefined

Oliemannetje

Op die manier kunnen vanuit andere landen wel degelijk eurosceptische geluiden binnensijpelen in Brussel. Ook hier zijn weer alle ogen gericht op Londen en Parijs. The Sunday Times meldde eergisteren dat premier Cameron waarschijnlijk een 'gematigde euroscepticus' naar Brussel wil sturen, in de persoon van Andrew Lansley. Dat is de huidige Conservatieve leider van het Lagerhuis, een soort oliemannetje tussen regering en parlement.

Lansley zou een compromis-kandidaat zijn tussen de Conservatieven en de kleine coalitiegenoot, de Liberaal-Democraten van Nick Clegg, die meer pro-Europees is. Met de eventuele benoeming van Lansley of een vergelijkbare persoon in de Commissie zal het Britse geluid in dat EU-instituut heel anders gaan klinken. Nu komt dat nog diplomatiek uit de mond van Catherine Ashton, die de speciale functie vervult van buitenland-chef van de EU.

De cruciale vraag in het land waar de euroscepsis is uitgevonden is echter of Ukip ook de parlementsverkiezingen van 7 mei volgend jaar naar haar hand kan zetten. Om Ukip de wind uit de zeilen te nemen, heeft Cameron vorig jaar aangekondigd in 2017 een referendum over het Britse EU-lidmaatschap te houden als zijn Conservatieven de verkiezingen winnen. Als de Britse bevolking echter wil doorpakken en de macht meteen aan Ukip gunt, worden de kaarten heel anders geschud.

Een eventueel 'exit' van het Verenigd Koninkrijk zal de EU in een diepe crisis storten. Dat het Europarlement dan tegelijk een hele roedel kritische Ukip'ers kwijtraakt, zullen weinig pro-EU-partijen in dat huis als een opluchting zien.

Maar laten we in dit spelletje associatief denken ook Berlijn niet vergeten, de echte hoofdstad van Europa. Hoewel ook in Duitsland de nieuwe, EU-kritische partij Alternative für Deutschland een verkiezingssucces boekte, zit de gevestigde, pro-Europese orde daar stevig in het zadel. Bijna twee op de drie Duitse kiezers stemden op de CDU van bondskanselier Angela Merkel of op coalitiegenoot SPD. Zo zijn er meer landen, zoals Spanje en België, waar euroscepsis geen weerklank vindt.

En dan heb je nog een aantal landen in het midden, waar we Nederland ook tussen kunnen scharen. Al die landen samen zullen tijdens hun periodieke overleg in de Europese Raad een nieuwe consensus moeten zien te bereiken over de koers van de EU, of de rem erop moet of dat er juist gas bij moet worden gegeven. Vanavond praten ze al over deze grote lijn, tijdens een informeel diner in Brussel. De lidstaten zijn wat dat betreft nog steeds bepalender dan de Europese Commissie.

Na de verkiezingen zullen enkele regeringsleiders meer dan voorheen het gevoel hebben dat de eurosceptici over hun schouder meekijken. Dat beïnvloedt ongetwijfeld de besluitvorming tijdens komende eurotoppen.

Veel hangt dus af van de opstelling van Merkel. Zal zij het Europese project, dat nog steeds het vertrouwen lijkt te krijgen van de Europese bevolking, met verve weten te verdedigen? Zal zij zich weten te verzetten tegen de angst die veel van haar ambtgenoten in de greep lijkt te hebben? Tijdens de verkiezingscampagne leek het immers alsof de meeste politici niet dúrven te zeggen dat verdere Europese integratie nodig is, omdat dat zogenaamd tegen het volksgevoel ingaat.

In Nederland bleek zo'n pro-EU-boodschap, zoals die werd uitgedragen door vooral D66, juist in vruchtbare kiezersbodem te vallen. Wellicht iets om over na te denken voor VVD-premier Rutte tijdens zijn autorit naar Brussel eind deze middag.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden