Brussel geeft goedkope dienstverlener de ruimte

De vrije markt voor diensten in de Europese Unie is een stap dichterbij. Het Europees Parlement voelt vooralsnog weinig voor maatregelen die de sociale gevolgen kunnen verzachten.

De vakbonden maken zich op voor een zware campagne. Tot januari hebben ze de tijd om het Europese Parlement op andere gedachten te brengen over de 'dienstenrichtlijn', voor het liberaliseren van de dienstenmarkt in de EU. Het dreigt op een vrijwel compromisloze vrije markt uit te lopen.

Dat bleek nadat de parlementscommissie voor de interne markt er in vijf uur maar liefst 1602 amendementen had doorgehamerd over de dienstenrichtlijn. Alleen de publieke en private zorgsector en de audiovisuele diensten moeten volgens de commissie enigszins worden gespaard voor de tucht van de markt. Dat betekent dat de oproep van de bonden om ook andere sectoren te sparen in de wind is geslagen. Onder de energiebedrijven, in het uitzendwerk en in het onderwijs mag wat de commissie betreft vrijelijk worden geconcurreerd.

De keuze voor de vrije markt blijkt ook duidelijk uit de steun van de commissie voor het beginsel van het land van oorsprong. Dat gaat uit van het principe dat als een dienstverlener in één EU-lidstaat aan de slag mag, hij dat dan ook in alle andere EU-landen moet kunnen doen. Een Poolse aannemer mag dus in Nederland zijn diensten aanbieden, en bovendien volgens de tarieven en arbeidsvoorwaarden die in zijn eigen land van toepassing zijn.

Het 'oorsprongsbeginsel' is geïntroduceerd door voormalig eurocommissaris voor de interne markt Frits Bolkestein, die ooit met zijn dienstenrichtlijn een nederlaag leed in het Europees Parlement. Ook de huidige Europese Commissie dringt sterk aan op de vrijmaking van de markt voor diensten, die maar liefst 70 procent van alle economische activiteit in de EU beslaat. Zo is er in de financiële wereld nauwelijks sprake van echte concurrentie. Consumenten en bedrijven lopen tegen nationale barrières op, veelal door de landen zelf opgeworpen.

De commissie interne markt van het Europese Parlement heeft nu met nadruk voor de koers van Bolkestein gekozen. Maar eerder was een andere parlementscommissie, die voor sociale zaken, een stuk kritischer. Daar was meer steun voor het idee dat de marktwerking op een aantal punten beperkt moet worden. Zo eisen de vakbonden respect voor de cao's die ze in eigen land met werkgevers en de overheid afsluiten. Die worden straks mogelijk met het grootste gemak door buitenlandse bedrijven gepasseerd.

Om die reden opperde de Duitse socialistische europarlementariër Evelyne Gebhardt nog het idee om het oorsprongsbeginsel te vervangen voor het 'bestemmingsbeginsel'. Volgens dat principe zouden werknemers niet werken volgens de regels van hun land van herkomst, maar volgens die van het land waar ze daadwerkelijk aan de slag zijn. Maar haar voorstel haalde het niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden