Bruno, meester in eenzaamheid

In een kluizenaarsgemeenschap, in de hak van Italië, stierf morgen precies 900 jaar geleden Bruno van Keulen. De heilige Bruno was de stichter van de kartuizers, de strengste kloosterorde, genoemd naar Bruno's eerste stichting, in het dal van Chartreuse bij Grenoble.

De orde heeft de negen eeuwen sinds de dood van Sint Bruno overleefd. Door de sterke nadruk op de eenzaamheid geldt ze wel als strengste kloosterorde van de Westerse kerk. Zoals iedere orde hebben ook de kartuizers hun ups en downs gekend. Toch vleide paus Innocentius XI haar in 1688 niet geheel ten onrechte met 'nunquam reformata, quia nunquam deformata': de kartuis werd nimmer hervormd, omdat zij nimmer misvormd was.

In nauwelijks enige kloosterorde vertonen de huidige leefwijze, de dagorde, de inrichting van het huis, nog zoveel overeenkomst met die in de eerste gemeenschap rond de stichter als juist in die van de kartuizers. Dat geeft ze iets tijdloos. Kartuizers en kartuizerinnen lijken buiten de geschiedenis te staan, aan de wereld ontrukt.

Die indruk heeft al vaak aanleiding gegeven tot een soort van kartuizerromantiek. De Nederlandse bekeerling en literator Pieter van der Meer de Walcheren, zelf op latere leeftijd benedictijn geworden, schreef in 1929 een buitengewoon enthousiast boekje over het kartuizerleven onder de titel Het witte paradijs - op zijn bekeringsgeschiedenis 'Mijn dagboek' na zijn meest herdrukte werk. De Engelse journalist Robin Bruce Lockhart, ook al een bekeerling, betitelde de kartuizers in 1985 als Halfway to Heaven, halverwege de hemel. Maar behalve een beetje hemels en paradijselijk is het kartuizerleven toch vooral heel aards. De mens komt er in de eenzaamheid vooral zichzelf tegen, en daarmee misschien soms even God.

Dat was waar het Bruno van Keulen om ging toen hij in 1084 een veelbelovende kerkelijke carrière achter zich liet om met enkele gelijkgestemde vrienden de stilte op te zoeken. Hij wilde 'bij zichzelf zijn', hij wilde niet afgeleid worden bij zijn concentratie op het wezenlijke. Hij wilde in stilte en eenzaamheid een leerschool in de omgang met het mysterie ondergaan.

Bruno, afkomstig uit Keulen, was kanunnik te Reims en een gevierd magister aan de kathedrale school aldaar, een van die vormingsinstituten waaruit een eeuw later de universiteiten zouden ontstaan. Hij had vooral naam als uitlegger van de psalmen. Maar daarnaast was hij de hoop en toevlucht voor allen in het bisdom Reims die naar kerkelijke hervormingen verlangden. Het bisdom werd namelijk geleid door een corrupt figuur, aartsbisschop Manasses, die meer uit was op materieel gewin dan op het geestelijk heil van zijn gelovigen. Een tijdgenoot, Guibert van Nogent, tekende van hem de uitspraak op: ,,Reims zou een leuk bisdom zijn als ik er maar niet telkens de mis hoefde op te dragen'.

In de strijd van paus Gregorius VII tegen het kopen en verkopen van kerkelijke ambten moest uiteindelijk ook Manasses het onderspit delven. Maar de afperser en uitbuiter verliet zijn bisdom pas nadat zijn diocesanen hem dwongen te vluchten.

Voor zijn opvolging waren aller ogen gericht op magister Bruno, criticus en tegenstander van Mannases. Die was zich ervan bewust dat hij zich op een cruciaal punt in zijn leven bevond: een kerkelijke loopbaan met veel macht en aanzien ofwel het verlangen van zijn hart volgen? Dat laatste drong hem een andere kant op. Jaren later herinnerde Bruno zijn vriend en medekanunnik Radulphus de Groene aan een gesprek bij een vriend in Reims. Zij spraken over de valse verleidingen en de vergankelijke rijkdommen van de wereld en de verhevenheid van het eeuwige. Zij raakten al pratend helemaal in vuur en vlam, ,,brandend van goddelijke liefde', schrijft Bruno, en in die stemming besloten ze de vluchtige schaduwen van de wereld te verlaten - hoort u de echo van Plato? - en op zoek te gaan naar wat echt belangrijk en dus blijvend is.

Bruno zette zijn vurige voornemen in daden om. Hij verliet Reims en ging in de leer bij enkele kluizenaarsgemeenschappen. Die waren er heel wat in zijn tijd. Er was een sterk verlangen om het wat verkalkte kloosterleven te vernieuwen door terug te keren naar de wortels ervan: het kluizenaarsbestaan. Zo ontstonden er kluizenaarsexperimenten, waar soms nieuwe orden uit voortkwamen, zoals die van de cisterciënzers. De experimenten kenmerkten zich door een sterke nadruk op stilte, eenzaamheid en soberheid. Geen machtige abdijen met veel bezittingen, rijke landerijen en een uitbundige liturgie, zoals in Cluny. Nee, kleine groepjes kluizenaars die in elkaars nabijheid gingen wonen rond een ervaren leermeester, maar die toch een groot deel van de dag in eenzaamheid doorbrachten. Tot die eenzaamheid en tot het fysieke alleenzijn was in de kloosters voordien weinig gelegenheid: monniken waren bijna altijd samen: als ze baden, als ze werkten, aten, zelfs als ze sliepen.

De hang naar de eenzaamheid in de kluizenaarsexperimenten, had te maken met een nieuw besef van individualiteit. Dat uitte zich op uiteenlopende manieren, van het ontstaan van de autobiografie tot de meerstemmigheid in de muziek en de opkomst van de intieme liefde in de poëzie.

Ook kluizenaars cultiveerden de individualiteit, maar dan als vindplaats van wat het individu overstijgt. Zij wilden als het ware in zichzelf afdalen om aan zichzelf te ontstijgen. Daarvoor zochten zij een steeds sterkere concentratie in de ervaring van aanwezigheid en nabijheid. Om te beginnen zonderden zij een plek in de wereld voor zichzelf af: de kartuis. Deze werd in de monastieke beeldspraak vaak betiteld als de woestijn: de plek waar je aan jezelf bent overgelaten en waar je je achter niemand kunt verbergen. Binnen die afgezonderde plek was er vervolgens de monnikscel, het verblijf waar de kluizenaar het grootste deel van zijn dag in eenzaamheid doorbracht - eigenlijk niet meer dan een instrument, een middel om door te dringen in de innerlijke cel. Daar, waar de kluizenaar 'woonde bij zichzelf', was hij uiteindelijk niet meer alleen, maar trad hij binnen in de intimiteit van Gods aanwezigheid. Vroege kartuizerteksten beschrijven dat ideaal met een parafrase van Klaagliederen 3,28: ,,De eenzame zit en zwijgt, en verheft zich boven zichzelf'.

Dat was het ideaal dat Bruno nastreefde toen hij zich in juni 1084 met zes vrienden vestigde in het dal van Chartreuse, een plek hem aangewezen door zijn oud-student Hugo, die inmiddels bisschop van Grenoble was. Daar leefden zij in cellen rond een kloostergang. In die cellen woonden ze, baden ze, aten ze, sliepen ze en werkten ze. Alleen op zon- en feestdagen aten ze samen, baden ze alle getijden samen in de kerk; op gewone weekdagen kwamen ze daar alleen voor de nachtgetijden, de mis en de vespers.

Bruno bleef er ongeveer zes jaar. Toen gaf hij toe aan de aandrang van paus Urbanus II om als diens adviseur naar Italië te komen. Bruno deed dat onder voorwaarde dat hij zijn kluizenaarsleven zo veel mogelijk in stand kon houden. Uiteindelijk kreeg hij toestemming om in de streek van La Torre in Calabrië een tweede kartuis te stichten. Daar overleed hij, ongeveer zeventig jaar oud, op 6 oktober 1101.

De latere iconografie maakte van Bruno een uitgemergeld chagrijn. Maar zijn medebroeders getuigden na zijn dood dat hij altijd een feestelijk gelaat had. Dat kan ook bijna niet anders. Want Bruno leed niet onder de eenzaamheid, het fysieke alleen-zijn voerde hem binnen in de dynamiek van het goddelijke. Zonder twijfel sprak hij uit eigen ervaring toen hij, psalm 42 citerend, aan zijn vriend Radulphus schreef: ,,Wat is er zo goed als God? Of nog beter: is er enig ander goed dan God alleen? Daarom zegt de heilige ziel, die iets ervaren heeft van de onvergelijkelijke luister, schittering en schoonheid, aangestoken door de vlam van liefde: Mijn ziel dorst naar God, naar God die leven is; wanneer mag ik opgaan en verschijnen voor Gods aanschijn?'

Peter Nissen is hoogleraar kerkgeschiedenis in Nijmegen en vriend van de kartuizers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden