Bruno Kernen zal moeten leren leven met status van ster

Van onze sportredactie AMSTERDAM - Bruno Kernen is mogelijk het grootste allroundtalent op skies, maar hij hield dat bij voorkeur verborgen. Ook voor zichzelf, omdat hij de geestelijke blokkade vreest zodra verwachtingen te groot worden. Nu hij bij volslagen verrassing wereldkampioen op de afdaling is geworden, zal hij zijn psychische zwakte in balans moeten brengen met zijn formidabele fysieke kwaliteiten.

Bruno Kernen II -geen familie van zijn naamgenoot die in 1983 Kitzbühel, de meest gerenommeerde van alle afdalingen, won- had in Sestrière de pest in het lijf omdat zijn trainingsresultaten hem niet aanstonden. Dat gevoegd bij het feit dat in alle speculaties omtrent kanshebbers zijn naam ontbrak, maakte dat de Zwitser zaterdag met de juiste spanning in het starthok stond van de 3299 meter lange afdaling op de Kandahar-Banchetta-helling. Onbevreesd ondanks eigen crashes in het verleden èn de wetenschap dat vlak voor hem drie favorieten op de verraderlijk beijsde helling ten val waren gekomen.

Met titelverdediger Patrick Ortlieb was het nog op miraculeuze wijze goed gekomen. Na een sprong zwabberende de Oostenrijker vervaarlijk op één been, herstelde zich, maar was wel het zicht op een medaille kwijt. Dat was voor de Oostenrijkers de inleiding tot een rampdag, met valpartijen van Werner Franz (gebroken ellenpijp) en Jozef Strobl. Toen ook de Franse troef Luc Alphand de finish van de formule I-race van het skiën niet haalde, ontlokte dat het onsportieve Italiaanse publiek zelfs een opgetogen gejuich, aangezien hun landgenoot Kristian Ghedina zich vorstelijk aan kop van de ranglijst handhaafde. Hetzelfde publiek dat vervolgens doodstil werd bij het vernemen van de tussentijden van de Oostenrijker Fritz Strobl. Elke trainingstijd van hem was al de snelste geweest, en in de wedstrijd won hij halverwege meer dan een volle seconde op Ghedina. Eén fout maakte dat hij uiteindelijk op 0,01 seconde buiten de top-drie bleef.

Een fout die Kernen niet maakte. De man die eerder tijdens de WK het Zwitserse skiën uit de impasse haalde door zilver te winnen op de combinatie, werkte zich meesterlijk door de vele moeilijke bochten. Zijn euforie terstond na de finish bleek terecht: de Noor Lasse Kjus was later weliswaar sneller dan Ghedina, maar Kernen bleef onbereikbaar.

Achteraf waren er genoeg theoriën die de winst van Kernen konden verklaren. Tenslotte had hij vorig seizoen zijn eerste twee wereldbekerzeges geboekt op een vergelijkbaar verijsd afdalingsparkoers als die van Sestrière. Kernen wordt bovendien als een specialist op de super G beschouwd, hetgeen een groot voordeel is daar een WK-parkoers haast bij traditie meer weg heeft van een veredelde super G dan van een echte afdaling zoals men die in de World Cup pleegt af te werken. Maar dat had hem op vorige WK's (16e in '93 en 17e in '96) niet gemaakt tot wat hij zaterdag op de koningsdiscipline werd. “Ik was mijn eigen geheime favoriet”, bekende Kernen na zijn triomf. “Ik achtte mezelf goed voor een plaats bij de eerste vijf, maar ik had nooit gedacht dat ik zou winnen.”

Winnen, door ervaring wijs geworden leerde Kernen dat hij zich daarop niet moet fixeren. De 24-jarige geldt al lang als het grote talent van de Zwitsers, maar nadat hij in 1991 op de combinatie wereldkampioen bij de junioren was geworden, kwam dat er nooit meer echt uit. Ofschoon Zwitserland weer over hem heen viel toen hij vorig jaar aan het einde van het seizoen twee WC-zeges boekte, weigerde hij zichzelf als een toekomstige ster te zien.

In december 1993 scheurde Kernen bij een val in een super G-training de kruisbanden van zijn linker knie. Ofschoon hij na drie maanden al weer op skies stond, bleek de weg naar boven een zware. Vooral omdat hij het moeilijkste pad zocht, dat van allrounder. Hij bemerkte dat hij zichzelf altijd hoge doelen stelde, maar gefrustreerd raakte omdat die niet haalbaar bleken. “Hoe hoger de verwachtingen zijn die ik mezelf opleg, deste zenuwachtiger ik word als ik zie dat ze onbereikbaar zijn.”

Tijdens zijn gevecht terug naar de top vond hij weliswaar afleiding in zijn studie bouwtechnisch ingenieur, maar bemerkte hij ook dat het plezier in skiën hem ontglipte. Hij overwoog zelfs om te stoppen. Vorig jaar voltrok zich bij hem de sportieve ommekeer, zei Kernen onlangs in het Zwitserse weekblad Sport. “Vroeger lag ik voor een wedstrijd met koorts in bed, de frustratie was zo groot als ik me op de afdaling niet kwalificeerde en op de super G slechts 45ste werd. Maar ik heb mijn les daaruit geleerd. Ik zeg nu altijd maar weer tegen mezelf: de vreugde en het plezier in het skiën zijn veel belangrijker dan een te hoog doel nastreven.”

In Sestrière was de situatie eigenlijk ideaal. “Ik was in de training ongelukkig met wat ik deed. Maar dat bewijst dat training en race twee compleet andere dingen zijn” analyseerde de eerste Zwitserse wereldkampioen op de afdaling sinds Urs Lehmann in 1993 even snel opkwam als weer verdween. Verdwijnen wil Kernen niet: zaterdag noopt hij op een derde WK-medaille op de slalom. Ofschoon hij voor Sestrière slechts drie dagen op dat onderdeel trainde, kreeg hij de derde Zwitserse startplaats toegewezen. Wat de uitslag ook moge zijn: de man die geen ster wil zijn, is in eigen land al als zodanig verheven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden