Bruisend Belfast is nu een ’happy place’

T-shirt met ’I love Belfast’. Wie langs de hoge ’vredesmuur’ loopt die de protestantse Shankill scheidt van de katholieke Falls, is ervan overtuigd dat het om een grap moet gaat. Timmy White (24) verkoopt ze in de trendy kledingzaak Liberty Blue in het centrum van Belfast. Het shirt is razend populair onder jongeren die elders in het Verenigd Koninkrijk gaan studeren. Ze zijn trots op hun stad en willen dat graag uitdragen.

Voor iedere bezoeker aan Belfast is duidelijk waarom. Meer dan dertig jaar lang haalde Noord-Ierland de krantenkoppen voor de verkeerde redenen, maar Noord-Ierland is nu een happy place. Alleen de politici bleven vastzitten in hun sektarische strijd, terwijl de bevolking het verleden achter zich wil laten. Maar ook daar is nu een doorbraak. Eeuwige aartsvijanden Gerry Adams, ooit de leider van de Ira, en de onverdraagzame dominee Paisley, hebben elkaar na de verkiezingen voor zelfbestuur voor het eerst ontmoet en alles wijst erop dat de Republikeinse politieke partij Sinn Féin en de hardliners van de Ulster Democraten (DUP) eindelijk samen gaan regeren over Noord-Ierland (1,7 miljoen inwoners).

En Belfast bruist. Voor Lonely Planet reden om Noord-Ierland eind vorig jaar uit te roepen tot een van ’s werelds must-see bestemmingen voor 2007, en Belfast als een van de toptiensteden die gelden als rijzende sterren. Daaronder rekent het bijvoorbeeld ook Vilnius in Litouwen en Perth in Australië.

„Noord-Ierland is vol leven: de steden kloppen, de economie gaat voor de wind en de mensen, het levensbloed dat door het land stroomt, zijn in goede moed”, zei de uitgever voor reisgidsen. „Het landschap van Noord-Ierland is buitengewoon mooi, de mensen zijn warm en oprecht, en tot op heden is het relatief onontdekt. Dat maakt het de perfecte bestemming”, aldus Maureen Wheeler, de medeoprichtster van Lonely Planet die opgroeide in Belfast.

Sinds 1998, het jaar van het Goede Vrijdag-vredesakkoord, is het aantal bezoekers aan Noord-Ierland gestegen van 1,4 miljoen tot bijna twee miljoen in 2005. In de eerste helft van 2006 nam het aantal bezoekers van buiten Ierland toe met 4 procent en het aantal toeristen met 16 procent. Door de snelgroeiende economie en de in vergelijking met de rest van het Verenigd Koninkrijk gunstige huizenprijzen, keren ook steeds meer Noord-Ieren terug naar hun geboortegrond.

Belfast is zeker geen prachtige historische stad – groot geworden tijdens de industriële revolutie, deels platgebombardeerd tijdens de Tweede Wereldoorlog en jarenlang een no-go-area door het bloedige conflict tussen Republikeinen en Loyalisten. Belfast roept door haar historie als havenstad vergelijkingen op met Rotterdam. Het meest tastbare bewijs voor de renaissance van de hoofdstad van Noord-Ierland, is de ongebreidelde bouwactiviteit. Hoge kranen sieren de skyline en zullen net als in de afgelopen jaren ook in de komende jaren tot het landschap van de stad behoren.

Zo moet het vrijwel lege haventerrein waar eens de Titanic werd gebouwd, in zijn tijd vergelijkbaar met zoiets als de super-Airbus, uitgroeien tot een wijk waar meer dan 15.000 mensen wonen en werken. De tragische ondergang van de Titanic lijkt misschien niet de beste associatie, maar als de plannen haalbaar worden geacht, moet er een absolute toeristentrekker komen in de vorm van een futuristisch gebouw voor de Belfast Maritime Experience, over de bouw van de Titanic. Ook al is er nu nog niet veel te zien, toch komen veel toeristen even kijken naar de enorme dokken van het gedoemde schip. Ook de vele moderne gebouwen en het enorme, oude stadhuis doen aan Rotterdam denken.

De beste attractie van Belfast zijn echter de mensen. Wie er in een pub niet in slaagt om in een animerend gesprek te raken met de locals, moet echt van een andere planeet komen. Iedereen is vriendelijk en uitnodigend. „We zijn misschien niet een grote stad zoals Londen of een hele oude stad, maar Belfast is nu hot”, zegt White.

Meer dan dertig jaar lang bepaalden krantenkoppen over bomaanslagen en sektarische moorden het beeld van Noord-Ierland en Belfast. Het is misschien cynisch, maar niet verwonderlijk dat een tour door de loyalistische en republikeinse bolwerken in de stad een van de belangrijkste toeristische attracties is. Het vertellen van verhalen zit de Ieren in het bloed, dus het is meer dan de moeite waard om met een gids op pad te gaan. Die kunnen kleurrijk vertellen over de verhalen achter de beroemde politieke muurschilderingen en de historie van The Troubles.

Aan een van de gevels in de protestantse Shankill wappert een gerafelde Britse vlag. Symbolischer kan het bijna niet, maar veel muurtekeningen spreken nog steeds de agressieve taal van gezworen vijanden. Beelden van mannen in bivakmutsen met machinegeweren met teksten als ’Wie verdedigt Ulster nu?’ of van de protestantse paramilitaire groep C-Company, met als ondertekst ’Simpelweg de beste’. Langzamerhand maken veel van zulke tekeningen plaats voor murals ter herinnering van ’gevallen strijders’, maar ook steeds meer positieve beelden, zoals van de voetballer George Best. Beide partijen hebben lange geheugens.

Op Falls Road, de hoofdstraat voor de republikeinse gemeenschap, neemt een gevel met Bobby Sands, die als eerste Ira-gevangene tijdens de bekende hongerstaking in 1981 omkwam, een centrale plaats in. Op de grens tussen beide wijken staan hoge muren en de bevolking moet er niet aan denken dat die zouden worden afgebroken. De verschillende toegangspoorten tussen beide wijken gaan nog steeds ’s nachts dicht.

„Ik hou ervan hoe de inwoners van Belfast iedere sociale interactie aangrijpen als een excuus om een feestje te bouwen”, zei Lonely Planet-oprichtster Maureen Wheeler over haar geboortestad. Maakte de stad vroeger na negen uur een verlaten en lege indruk, nu zitten de pubs en clubs vol. De bevolking – bijna de helft is onder de dertig – geniet volop van de vrijheid.

Oude statige Victoriaanse bankgebouwen zijn omgetoverd tot zeer trendy en luxueuze roccoco-achtige hotels met ditto bars, restaurants en clubs. De opening van het weelderige Merchant Hotel vorig jaar, belichaamt het herwonnen zelfvertrouwen van de stad en de toenemende welvaart. Het hotel in het oude hoofdkwartier van de Ulster Bank, een imposant Victoriaans gebouw, heeft suites van meer dan 675 euro per nacht. In de gewelven zit een bruisende nachtclub en de cocktailbar is ook een populair ontmoetingspunt. Hotel Malmaison is een ander voorbeeld van een oud Victoriaans bankgebouw dat is omgetoverd tot een modern trendy hotel met intiem restaurant en hippe loungebar.

Wie op zoek is naar traditionele originele pubs met volop Ierse muziek, kan zijn hart ophalen in Belfast. De bekende pubketens die honderden kroegen bezitten, hebben nog niet op grote schaal hun intrede gedaan. En alles ligt min of meer op loopafstand van elkaar.

De beroemdste pub is The Crown tegenover Europa Hotel – ooit het meest gebombardeerde hotel in Europa – op Great Victoria Street. De rijk gedecoreerde Victoriaanse pub uit 1826, in bezit van Monumentenzorg, heeft nog steeds gasverlichting en nissen waar je lekker in kunt wegkruipen. In de mozaïeken buiten zit een grote kroon precies voor de ingang. De protestantse oprichter mocht van zijn katholieke vrouw de kroeg alleen The Crown noemen ’als mensen hun voeten eraan af konden vegen’. De Crown (www.crownbar.com) heeft geen muziek, maar om de hoek bij Fibber Magees is elke avond livemuziek. Andere sfeervolle pubs zijn John Hewitt in ’Cathedral Quarter’ – het ’culturele hart’ waar steeds meer nieuwe galleriën openen – McHughs in het oudste gebouw van Belfast, Kelly’s Cellars of Whites Tavern.

De zondagskrant The Observer koos deze markt vorig jaar tot de sfeervolste in het Verenigd Koninkrijk. Op vrijdag (tot 13.00 uur) wordt er behalve etenswaren ook antiek en kleren verkocht. Op zaterdag (tot 15.00 uur) is de markt een waar eetfestival met 230 marktkramen. Het is de belangrijkste vismarkt in Ierland.

De kronkelende kustweg over de rotsen en door de valeien van Antrim behoort volgens velen tot de mooiste kustroutes ter wereld. Het is de perfecte dagtocht vanuit Belfast voor wie wil uitwaaien, hoewel de weg op mooie dagen druk kan zijn. Aan de horizon ligt de kust van Schotland.

Bushmills was de laatste stopplaats voor de rijtuigen vanuit Belfast naar de Causeway. Er werd al in de 13de eeuw uisce Beatha – ’levenswater’ in Keltisch – gedistilleerd, maar in 1608 kreeg de Old Bushmills whiskydistilleerderij een licentie van koning James II. De Old Bushmills organiseert rondleidingen, die beginnen met een informatieve film over de oorsprong en het productieproces van whiskey (de Ierse spelling) en de verschillen met Schotse whisky.

„Toen de wereld uit vormeloze chaos gestalte kreeg, is dit stuk waarschijnlijk over het hoofd gezien – een overblijfsel van de chaos”, sprak de 19de-eeuwse satirische schrijver William Tackeray toen hij in 1842 de Giant’s Causeway bezocht, het beroemde hoogtepunt van de kustroute. Het is niet voor niets Unesco-werelderfgoed. De Causeway bestaat uit een verzameling van bijna 40.000 zeshoekige basalten zuilen die van de kliffen langzaam in zee verdwijnen als een weg die deels is ondergelopen. Vandaar de naam Causeway (geplaveide weg). Wie midden op de stenen staat, waant zichzelf een pion op een halmaboord. De Ieren, bij wie het verhalen vertellen diep in het bloed zit, verklaren het natuurwonder aan de hand van de legende over de reus Finn McCool. Deze reus die het leger van de Ierse koning aanvoerde, wilde om zijn superieure macht te bewijzen, zijn Schotse rivaal Benandonner verslaan. Omdat er geen boot groot genoeg was om Finn naar de overkant te brengen, bouwde hij zijn eigen weg van Ierland naar Schotland. Op het eiland Staffa in de Hebriden zijn soortgelijke zeshoekige stenen te vinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden