Bruin-wit poeder met kwik, kalk, wierook, mint en mirte

Het gebalsemde leeuwenhart van koning Richard I

Op 31 juli 1838 werd bij opgravingen in de kathedraal van Rouen een loden kistje gevonden met het opschrift: Hier ligt het hart van Richard, koning van Engeland. Veel was daar niet van over. Een paar gram bruin-wit poeder, te midden van wat vage resten. Maar dat wil niet zeggen dat de balsemers destijds hun werk niet goed hebben gedaan, schrijven Franse artsen vandaag in het vakblad Scientific Reports. "Het betekent slechts dat het evenwicht tussen het gemummificeerde hart en zijn vochtige omgeving verloren is gegaan."

Koning Richard I, beter bekend als Richard Leeuwenhart, overleed op 6 april 1199 in de buurt van Limoges, twaalf dagen nadat hij door een pijl was getroffen in zijn schouder en een wond opliep die niet goed werd behandeld. Naar middeleeuws gebruik werden de stoffelijke resten gescheiden. Zijn ingewanden werden ter plekke begraven, het grootste deel van zijn lichaam werd naast dat van zijn vader Hendrik II bijgezet in de abdij van Fontevraud (niet ver van het punt waar de Vienne in de Loire stroomt) terwijl zijn hart een plaatsje kreeg in de Notre Dame van Rouen, het centrum van de Engelse bezetter in Normandië.

Maar niet dan nadat het gebalsemd was. De Franse artsen kregen toestemming een klein beetje van het poeder te analyseren. Het was te weinig om vast te stellen dat dit werkelijk de resten van het hart van Richard I waren - dat moesten ze maar op gezag van de autoriteiten aannemen. Een maand geleden overigens werd een skelet geïdentificeerd als dat van Richard III, door het DNA te vergelijken met dat van een verre, levende nazaat.

De artsen hadden wel genoeg poeder om aan te tonen dat het menselijk weefsel was geweest. En dat er conserveringsmiddelen aan waren toegevoegd zoals kwik en ongebluste kalk, en geurende stoffen zoals wierook, mint en mirte.

Waarom deden die middeleeuwers dit allemaal? Om praktische redenen, schrijven de Fransen nu. Rouen ligt 530 kilometer bij Limoges vandaan. En de verplaatsing had weer politieke redenen: het hart verschafte Rouen een zekere legitimatie als Engelse zetel in Frankrijk.

Maar er waren vast ook religieuze overwegingen. Kruisvaarder Richard Leeuwenhart was immers geen lieverdje geweest. De ingrediënten van de balseming hadden een bijbelse oorsprong en de behandeling zou zijn gang naar de hemel kunnen bespoedigen. En inderdaad, enkele decennia na Richards dood verklaarde de bisschop van Rochester dat de koning 33 jaar in het vagevuur had verbleven voordat hij, gereinigd van zijn zonden, kon opstijgen naar de hemel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden