Bruguera verslaat landgenoten op en rond baan

PARIJS - Er gaan geruchten dat er in heel Spanje slechts een handjevol mensen te vinden is, dat Sergi Bruguera de overwinning gunde. Toen de 23-jarige Spanjaard de finale van Roland Garros vorig jaar in vijf sets voor de neus van Jim Courier wegkaapte, konden ze dat in zijn land hogelijk waarderen. Maar met een landgenoot als tegenstander dachten ze daar toch even anders over.

Met twee roodgele tennissers in de finale had Spanje gisteren een luxeprobleem. Het ging niet om de eer van het land, het ging er om wie het aardigst, het beminnelijkst en het populairst werd bevonden. Dat was zonder enige twijfel Alberto Berasategui. Al was het uiteindelijk Sergi Bruguera, die het laatst en het best lachte. Hij was het, die geschiedenis maakte door in het tweede achtereenvolgende jaar de finale te winnen (6-3 7-5 2-6 6-1).

Vanaf de eerste slagenwisseling stond de 20-jarige Berasategui te trillen op zijn benen. Bruguera kon de zaak moeiteloos onder controle te houden en keek al vrij snel tegen een riante voorsprong aan. “Om die topspinballen van Bruguera goed op te vangen, moet je honderd procent alert en geconcentreerd zijn”, ontdekte Berasategui. “En daarvoor was ik veel te verkrampt.” Met van die typisch Spaanse rallies, waarbij dertig balwisselingen geen uitzondering waren, putten beide spelers elkaar volkomen uit. Berasategui verklaarde dat hij al na twee sets doodop was geweest. Bruguera drukte zich nog sterker uit: “Ik was bijna dood.” Was dat de reden waarom Bruguera er in de derde set niet aan te pas kwam? “Berasategui begon plotseling op een ongelofelijke manier aan te vallen”, herinnerde Bruguera zich. “Ik kon het tempo niet bijhouden.” Geleidelijk aan hervond Bruguera zijn ritme, zijn service en zijn backhand, die alle drie een tijdje uit beeld waren geweest. “Plotseling had ik weer de fut om de ballen harder te slaan.”

De finale tussen Bruguera en Berasategui was een finale tussen een reus en een klein duimpje. Toen Bruguera al lang en breed deel uitmaakte van de top twintig, spartelde de tennisser uit Bilbao nog ergens tussen de driehonderd beste tennissers ter wereld rond. En vergeleken met de elf toernooititels, die Bruguera in de wacht sleepte, stellen de twee van Berasategui niet veel voor. Na diens recente overwinning in Nice kopte de Franse sportkrant L'Equipe 'Berasate-wie?' Want wat wist men nou nog van die omhooggevallen Bask?

Als kind wilde Alberto Berasategui alleen maar gelukkig zijn. Om dat te bereiken sloeg hij met zijn vriendjes af en toe een balletje op de plaatselijke tennisbaan. Totdat zijn vader op een goede dag meende dat de kleine Alberto zoveel talent had, dat hij geen uur langer in Spanje kon blijven. Op zijn dertiende reisde Berasategui naar de Verenigde Staten en klopte hij aan bij de tennisacademie van Harry Hopman in Saddlebrook. De Amerikaanse trainers probeerden hem onmiddellijk van zijn idiote forehand af te helpen, die hij met hetzelfde racketblad sloeg als de backhand. “Maar nadat ik op hun advies een andere grip toepaste en op die manier een paar hekken rueerde, hebben ze me mijn gang laten gaan”, grinnikt Berasategui. Op zijn zestiende keerde hij terug naar Spanje, waar hij deel uitmaakte van de elitegroep die zich op de Olympische Spelen van Barcelona voorbereidde.

In juli vorig jaar, toen hij op het gravel van Stuttgart de grote, de onaantastbare, de reus Bruguera versloeg, begon Berasategui in zichzelf te geloven. “Sindsdien wist ik dat ik op gravel alle spelers ter wereld kon verslaan.” Hij eindigde het jaar met een 36ste plaats op de wereldranglijst en is sindsdien nog dertien treetjes gestegen. Zonder een set af te staan sloeg hij zich de finale van Roland Garros in.

In tegenstelling tot Berasategui heeft Bruguera een jaar achter de rug, waarin de zaken niet zo goed verliepen. Het leek alsof zijn spectaculaire overwinning op Roland Garros alle energie uit hem gezogen had. Afgezien van drie onbelangrijke titeltjes was er geen toernooi meer dat hij won. Op de US Open vloog hij er in de eerste ronde uit en van de vierde ronde in Melbourne werd hij evenmin vrolijk. Twee weken geleden arriveerde hij in Parijs in de verwachting, dat hij zijn titel aan een ander moest afstaan. Temeer omdat hij vlak daarvoor vanwege een schouderblessure twee weken niet had kunnen tennissen.

Op de Open Franse kampioenschappen hebben de Spaanse tennissers vijf halve finalisten, vier finalisten en drie kampioenen afgeleverd. Bij de mannen won Sergi Bruguera, bij de vrouwen Arantxa Sanchez en bij de jongens Jacobo Diaz. Bij die aantallen komt automatisch de vraag op, wat het geheim is van het Spaanse graveltennis. Tot zo'n tien jaar geleden waren de prestaties allesbehalve om over naar huis te schrijven. Spanje, en dan nog voornamelijk het mannelijke deel van bevolking, is pas gaan tennissen nadat Emilio Sanchez het goede voorbeeld had gegeven. Zijn broer en zuster, Javier en Arantxa, zagen dat een tennisser, als hij bereid was hard te werken, het ook zonder een overdosis aan talent een eind kan schoppen en gingen dezelfde weg als hun oudere broer. Na hun successen schoten de tennisclubs in hun geboortestreek Catalonië als paddestoelen uit de grond. Op dit moment telt Spanje 600 clubs, waar anderhalf miljoen tennissers hun balletjes slaan.

Het Spaanse tennis is onderverdeeld in zeventien federaties, die elk hun eigen privéscholen hebben. Aangezien er in Spanje geen link bestaat tussen tennisclubs en de bond, zijn slechts 105.000 tennissers bondslid. Dat verklaart waarom de Spaanse bond zo armlastig is, dat het geen cent kan bijdragen aan de ontwikkeling van de tennissport. Het benodigde geld komt voor de helft van de regering, voor de andere helft van sponsors. Met de Olympische Spelen van twee jaar geleden in eigen land kostte het weinig moeite de geldschieters over de brug te trekken. En nu de successen werkelijk tastbaar zijn, blijft het geld, met Atlanta in het achterhoofd, toestromen.

De zwakte van het Spaanse tennis is, dat er uitsluitend in gravelbanen is geévesteerd. In het hele land is praktisch geen hardcourt- of indoorbaan en al helemaal geen grasbaan te vinden. Wat verklaart waarom spelers als Bruguera en Berasategui met een grote boog om Wimbledon heenlopen. Arantxa Sanchez verschijnt er weliswaar trouw, maar is nooit verder gekomen dan de kwartfinales. De Spaanse tennisbond heeft inmiddels ingezien dat het kweken van gravelkampioenen van een beperkte visie getuigt. Er bestaan plannen om Catalonië te voorzien van een ruimer assortiment aan tennisondergronden. Voor Sergi Bruguera komt dit inzicht te laat. Na twee dramatische vertoningen op Wimbledon heeft hij de afgelopen drie jaar keurig netjes afgezegd. Over twee weken wil hij in Londen zijn geluk beproeven, maar de man uit Barcelona calculeert nu al in dat het wel weer niks zal worden. “Ik wil een allroundspeler worden. Mijn service en mijn volley zijn al een stuk vooruitgegaan, maar op Wimbledon geef ik mezelf weinig kans.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden