Brug naar Marokko dicht

'Studenten kunnen best zonder Nederlands Instituut naar Arabische landen reizen'

RABAT - Het wordt lastiger voor Nederlandse studenten om onder de vleugels van een Nederlands Instituut ervaring op te doen in een Arabisch land. Er zijn nog maar twee instituten waar ze terecht kunnen voor hun minor of voor onderzoek: in Egypte en in Marokko. Maar naar Egypte sturen universiteiten hun studenten voorlopig niet meer in verband met de veiligheid, en het instituut in Marokko moet volgend jaar wegens bezuinigingen sluiten. Een derde instituut in Syrië is al gesloten, vanwege de oorlog die daar woedt.

Joost Scheffers (22) studeerde zeven maanden Arabisch in Caïro. Hoewel hij dat niet op het Nederlands Instituut deed, onderschrijft hij het belang van dit soort onderwijsinstellingen. "Ze hebben de kennis en de contacten die je als student niet hebt." Scheffers ging op eigen initiatief naar Caïro. "Maar niet iedereen durft dat aan." De ervaring vindt hij van onmisbare waarde. "Jarenlang las ik boeken en keek ik documentaires over de Arabische wereld, maar in de zeven maanden dat ik in Caïro zat, leerde ik meer dan ooit."

In 1995 deed journalist en antropoloog Joris Luyendijk onderzoek in Caïro voor zijn boek 'Een goede man slaat soms zijn vrouw'. "Een instituut helpt met het vinden van de juiste contactpersonen en behoedt je voor culturele uitglijders", zegt hij. "Ik had daar tijdens mijn onderzoeken veel profijt van." De instituten vervullen volgens Luyendijk nog een tweede belangrijke rol. "Het zijn een soort culturele ambassades die niet direct onder Buitenlandse Zaken vallen. Juist daardoor vangen ze vaak andere dingen op en hebben ze meer slagkracht."

De ervaring die studenten en onderzoekers opdoen, is voor Nederland belangrijk, zegt woordvoerder van het ministerie van onderwijs, Michiel Hendrikx. "Kennis is altijd van toegevoegde waarde. Zowel in handel als in wetenschap hebben we veel met de Arabische wereld te maken. Maar studenten en onderzoekers kunnen ook op eigen initiatief naar een Arabisch land reizen." En dus wordt de geldkraan dichtgedraaid. Het Nederlandse Instituut in Rabat (Nimar) is daar de dupe van.

Het Nimar wordt bekostigd door het ministerie van OCW. De Radboud Universiteit, penvoerder van het Nimar, kan de 450.000 euro die het instituut nodig heeft niet alleen ophoesten, en dus sluit het in 2015 de deuren.

Ron Strikker is de Nederlandse ambassadeur in Rabat. In die hoedanigheid steunt hij de beslissing van het kabinet om de subsidie stop te zetten, maar jammer vindt hij dat wel. Vooral omdat de komende jaren in het teken staan van het verdiepen van de betrekkingen met Marokko. "Om dat te kunnen bereiken, heb je bruggen nodig. De ambassade is zo'n brug, maar een onderwijsinstituut als het Nimar ook." Niet alleen door de rol die het vervult, maar ook omdat de ambassade het Nimar vaak gebruikt als podium om de Nederlandse cultuur te presenteren, zegt Strikker. Zo presenteerde de Nederlands-Marokaanse schrijver Abdelkader Benali er onlangs zijn nieuwe boek. "En we organiseren regelmatig filmavonden, ook voor Marokkanen." Samen met Nimar-directeur Jan Hoogland bekijkt Strikker de mogelijkheden om het instituut toch open te houden.

Als het Nimar er niet meer is, blijft alleen het Nederlands-Vlaams Instituut (NVIC) in Caïro over. Het NVIC is een wetenschappelijk instituut en draait op investeringen van acht Nederlandse en Vlaamse universiteiten. De rijksbezuiniging raakt het dus niet, maar het instituut kampt met een ander probleem: de politieke situatie in Egypte. Hoewel het instituut open is, leggen de universiteiten hun programma's daar stil, zolang er een negatief reisadvies geldt.

Directeur verzamelt handtekeningen

Hoewel de toekomst van het Nimar (Nederlands Instituut Marokko) er somber uitziet, is voor directeur Jan Hoogland de strijd nog niet gestreden. Hoogland was nauw betrokken bij de oprichting van het instituut, in 2006, en zoekt naarstig naar mogelijkheden om studenten te blijven ontvangen. Hij heeft er nog net geen slapeloze nachten van, maar het gaat hem aan het hart.

"Het Nimar is mijn kindje. We hebben de afgelopen jaren zoveel geïnvesteerd in de opbouw. Het zou doodzonde zijn als dat nu verdwijnt." Met een handtekeningenactie hoopt Hoogland bestuurders van Nederlandse hogescholen en universiteiten over te halen te investeren in het instituut.

De actie leverde inmiddels ruim duizend handtekeningen op. Verscheidene prominenten zetten zich in voor het Nimar, zoals arabist Jan Jaap de Ruiter, criminoloog Frank Bovenkerk en verscheidene hoogleraren. Ook de Nederlandse ambassadeur in Marokko, Ron Strikker, zoekt mee naar mogelijkheden om het Nimar open te houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden