Bruckners Negende eindigt nu zoals het hoort: in D

CD KLASSIEK

Simon Rattle

Bruckner

Symfonie 9 compleet

EMI

Onaffe composities! Ze zorgen altijd voor ophef. Laten we ze onaf, als een laatste heilig torso van de voortijdig overleden componist, of laten we iemand anders het stuk in de geest van de overledene afmaken?

In deze kwestie wordt vaak met twee maten gemeten, en er wordt ook tamelijk veel onzin verkocht. Feit is dat we Mozarts 'Requiem' niet zouden kennen als het niet was afgemaakt door Franz Xaver Süssmayer. Puccini's 'Turandot' was voor eeuwig onbevredigend geweest als niet Franco Alfano zich over de schetsen had gebogen, en sommigen zijn ook blij met de derde akte van Bergs 'Lulu'.

En dan zijn er de werken waarover eigenlijk nauwelijks enige discussie is geweest. Schuberts 'Unvollendete' heeft door die naam alleen al een soort aantrekkingskracht. In onvolledige vorm is het een compositie die veelvuldig in de concertzaal gespeeld wordt.

Zo ook de Negende symfonie van Anton Bruckner. Een symfonie in drie delen, omdat Bruckner stierf vóór hij het afsluitende vierde deel had kunnen afmaken. Niemand heeft moeite met die Negende in drie delen, het stuk is ingeburgerd. Waarschijnlijk zouden velen het zelfs vervelend vinden als na dat 'hemelse' adagio - Bruckners afscheid van de wereld - nog een deel zou komen. En toch heeft Bruckner dat vierde deel bijna in zijn geheel achtergelaten. Er zijn verschillende mensen in de weer geweest om van de nagenoeg voltooide torso die Bruckner achterliet iets compleets te maken. En om de zoveel tijd laait de discussie weer op of je dat vierde deel dan zou moeten spelen of niet.

Het lijkt er nu op dat er net als bij de Tiende van Mahler (al is dat weer een héél ander geval) een soort standaardversie van een volledige Negende van Bruckner is gekomen. Aan dat deel is bijna dertig jaar gewerkt door een viertal mensen: Nicola Samale, John A. Phillips, Benjamin-Gunnar Cohrs en Giuseppe Mazzuca. Net zo'n collectief als datgene dat Mahlers Tiende mogelijk maakte.

Uitvoeringen van deze versie vonden in februari van dit jaar plaats in Berlijn en EMI was met microfoons aanwezig om deze toch historische gebeurtenis op cd vast te leggen. Sir Simon Rattle - ook al zo'n fervent verdediger van Mahlers Tiende - leidt de Berliner Philharmoniker in een uitvoering die staat als een huis, een huis mét een dak!

Het is een mythe, betoogt Rattle, om te denken dat van het laatste deel slechts schetsen zijn bewaard. Van de 650 maten zijn er 600 volledig door Bruckner opgeschreven of konden door zijn aanwijzigingen gereconstrueerd worden. Voor driekwart moest de instrumentatie voor de houtblazers 'bedacht' worden, maar er zijn slechts 28 maten helemaal nieuw gecomponeerd. Er zit dus meer Bruckner in dit deel, dan er Mozart in het Requiem zit, zegt Rattle terecht. Bovendien kan de symfonie nu mooi eindigen in de toonsoort waarin Bruckner hem begon - iets anders was voor hem ondenkbaar.

En hoe klinkt het allemaal? Geweldig mooi. Geen moment heb je het idee dat je naar muziek zit te luisteren die niet van Bruckner is. En dat is dus ook niet zo. Het deel begint echt heerlijk bruckneriaans met zo'n typisch obsessief ritmisch gegeven. En dan, we zijn vijf minuten onderweg in het laatste deel komt dat allesoverdonderende koraalthema - trompetten schallen het uit, strijkers gaan daaronder lyrisch en wagneriaans tekeer. Het geheel is van een onaardse schoonheid. Nikolaus Harnoncourt noemde dit thema het mooiste dat Bruckner ooit bedacht had, en ja, wie zijn wij om Harnoncourt ongelijk te geven. Rattle en de Berliners geloven niet alleen in deze 'nieuwe' symfonie, ze tillen de muziek ook meteen naar een hoger plan. Deze Bruckner is helemaal af, in meerdere betekenissen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden