Broze 90-jarige van verf en kalkmortel mag even uit depot

De kunstredactie van Trouw vraagt een aantal musea om een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen, dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van directeur Evert van Straaten van het Kröller-Müller Museum in Otterlo: 'Composition géométrique' van Auguste Herbin.

Alleen al het korte ritje op een speciale schokvrije kar van het ondergrondse depot naar de erboven gelegen museumzaal was een hachelijke onderneming. Maar 'Composition géométrique' heeft het transport ongeschonden doorstaan. Broos, zo zou je de toestand van de 90-jarige kunnen omschrijven.

Toen directeur Evert van Straatenvan het Kröller-Müller Museum het verzoek van Trouw kreeg om een bijzonder werk uit de kelder te halen, dat maar zelden of nooit is te zien voor het publiek, wist hij meteen dat het deze Herbin moest worden. "Een werk dat eigenlijk te kwetsbaar is om te tonen, maar dat het niet verdient om in het donker en ongezien weg te kwijnen in het depot." Het staat op de rode lijst, wat betekent dat het vanwege zijn kwetsbaarheid nooit mag worden uitgeleend en bij hoge uitzondering te zien is 'op zaal'.

Toen Van Straaten twintig jaar geleden aantrad als directeur, lag het schilderij Geometrische compositie al veilig opgeborgen in een la in het depot. Herbin schilderde dit werk met melkhoudende caseïneverf op een plaat van kalkmortel, die hij waarschijnlijk zelf heeft gemaakt. In de loop der tijd is die plaat steeds brozer geworden.

Van Straaten: "Er treedt een soort verzandingsproces op. Als je dit werk nu plat aan de muur zou hangen, valt de mortel er zo af. Daarom hebben we tien jaar geleden bij de restauratie een speciale sokkel laten maken, zodat we het in een hoek van 45 graden kunnen laten zien."

De eerste keer dat de directeur dit werk van Herbin zag, vond hij het meteen een bijzonder stuk, al was de verf toen al aan het craqueleren. "Je ziet duidelijk dat het ook een experiment was voor de kunstenaar. Er waren meer kunstenaars in die tijd die allerlei dingen uitprobeerden met materialen. Theo van Doesburg en Bart van der Leck, tijdgenoten van Herbin, schilderden bijvoorbeeld op eternietplaten."

Herbin werkte ook op hout, kurk en cement, hij was heel erg bezig met de bestendiging van materialen. Ook de schildering zelf is waarschijnlijk een experiment geweest, vermoedt Van Straaten, gelet op de combinatie van allerlei figuren en symbolen. "Het geheel heeft iets primitiefs met motieven die aan Afrika doen denken, maar je zou er ook een poort in kunnen zien. In ieder geval is het een ongelooflijk originele en intrigerende compositie."

Auguste Herbin was afkomstig uit een familie van handarbeiders in het noorden van Frankrijk. Een groot deel van zijn werk bevindt zich in het Musée Matisse in het Noord-Franse Le Cateau-Cambrésis, waar ook de kunstschilder Henri Matisse werd geboren. Evert van Straaten hoopt ooit samen met dit museum nog eens een grote tentoonstelling te maken over Herbin. Zijn laatste overzichtsexpositie in Nederland was in 1963, in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Voor de Tweede Wereldoorlog hebben diverse Nederlandse musea, maar ook particulieren veel werk van hem gekocht. Ook Helene Kröller-Müller, de grondlegster van het Kröller-Müller Museum, en haar kunstadviseur H. P. Bremmer waren bewonderaars van Herbin. Het museum bezit in totaal 36 werken van deze kunstenaar.

Van Straaten: "Je zou kunnen zeggen: doe er achttien weg en toon de rest permanent, maar dat zou een verarming zijn van onze collectie. Een museum dat altijd alles laat zien, is heel vervelend. Omdat we zoveel Herbins hebben, kunnen we die in steeds wisselende combinaties laten zien. Zo kunnen we steeds weer verrassend voor de dag komen en een ander verhaal vertellen."

Voor Helene Kröller-Müller (1869-1939) was Auguste Herbin de ideale kunstenaar omdat hij het hele proces heeft doorlopen van figuratieve naar abstracte kunst om uiteindelijk weer uit te komen bij de figuratie. Aanvankelijk schilderde hij in een pointillistische stijl, later liet hij zich beïnvloeden door het fauvisme, om daarna de overstap te maken naar strakke, geometrische patronen.

De volgende stap was het resoluut uitbannen van alle vormen en lijnen, die nog zouden kunnen herinneren aan de organische werkelijkheid. Vervolgens ging hij terug naar het figuratieve en begon hij weer opnieuw, met grote kleurvlakken.

Helene Kröller-Müller was gefascineerd door de ontwikkeling die Herbin doormaakte. En wat haar ook aansprak in zijn werk was dat de realiteit er nog herkenbaar in was. Kunst had voor haar pas betekenis als de werkelijkheid nog zichtbaar was. Daarom koos ze ook niet voor het werk van Mondriaan, maar wel voor dat van Van der Leck. Kunst die helemaal los gezongen was van de werkelijkheid, vond ze decoratief.

Maar neigt dit werk van Herbin ook niet naar het decoratieve? Van Straaten: "Dat is inderdaad het geval, het is op het randje van het decoratieve, maar zo dat het toch nog zeggingskracht heeft. Helene heeft het gekocht omdat het voor haar het hoogtepunt was in het oeuvre van Herbin.

"In dit werk zag ze de kunstenaar weerspiegeld die gelouterd door het proces naar abstractie weer terugkeert naar het figuratieve."

Maar ze kon zich voorstellen dat niet iedereen zou begrijpen wat dit werk zo bijzonder maakt. Ze schreef er het volgende over in haar in 1925 verschenen 'Beschouwingen over problemen in de ontwikkeling der moderne schilderkunst', een samenvatting van de lezingen die ze in 1923-1924 had gehouden in opdracht van de Haagsche Volksuniversiteit over de schilderijen in haar verzameling.

Kröller-Müller: "Slechts weinigen onder u zullen dit werk van Herbin op het eerste gezicht aesthetisch waarderen; de meesten zullen er zelfs tegen gekant zijn en het niet meer als kunst willen aanvaarden, omdat hun oog te ongeschoold is om de strakheid van lijn en de prachtig en toch stil levende kleuruitspraak te erkennen, waarin Herbin zich hier openbaart en omdat hun een dergelijke vorm en geestelijke houding te nieuw is."

Ter verduidelijking verwijst ze naar de middeleeuwse wapenschilden met emblemen in de Grote Kerk in Den Haag. Daarvan weten we ook niet, aldus Helene Kröller-Müller, wat ze oorspronkelijk voorstelden. "Maar we voelen dat ze zinnebeeld van iets anders zijn en dit andere is de menschelijke ziel van den vertolker." Zo zag ze ook de ziel van Auguste Herbin weerspiegeld in deze geometrische compositie.

Van Straaten: "Helene was haar hele leven op zoek naar vergeestelijkte kunst. Dit werk was voor haar een hoogtepunt."

Afdeling: schilderkunst
Titel: Composition géométrique
Kunstenaar: Auguste Herbin, 1882-1960
Datering: 1921
Verwervingsinformatie: aankoop, 1921
Depotnummer: 104.015

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden