Brood op de plank voor zieke zelfstandige

Menig zzp'er heeft er slapeloze nachten van: wat als ik ziek word en lange tijd niets kan verdienen? Een arbeidsongeschiktheidsverzekering is duur en de uitsluitingsclausules talrijk. Maar het kan anders: elkaar financieel bijstaan bij ziekte in een zogeheten broodfonds.

Vijftien ondernemers die elkaar kennen van De Netwerkonderneming (DNO) Den Bosch zitten in het kantoor van een van hen in Zaltbommel. DNO Den Bosch is een groep volgens het boekje. Twee derde van de Nederlandse zzp'ers heeft geen arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) en dat geldt ook voor hen. En om nu te zeggen dat degenen met een aov, die honderden euro's per maand aan premie betalen, zich zeker voelen? Tja, die kleine lettertjes... Zouden ze er nu echt wat aan hebben als het onheil toeslaat?

Er is een alternatief, vertelt André Jonkers. Hij richtte zeven jaar geleden met andere ondernemers een broodfonds op en inmiddels begeleidt hij via de BroodfondsMakers Coöperatie andere broodfondsen. "Een broodfonds is een betaalbare, transparante oplossing, gebaseerd op onderling vertrouwen." Hij legt het simpele principe uit. Een club van twintig tot vijftig ondernemers verenigt zich. Elke deelnemer zet maandelijks een bedrag van 45 euro tot 90 euro per maand op een aparte rekening. Wordt een van hen ziek of arbeidsongeschikt, dan krijgt hij maandelijks een schenking van de anderen. (Voor de details zie kader.)

Twee jaar
"Een zieke kan maximaal twee jaar schenkingen krijgen", vertelt Jonkers. "Dat is dus anders dan bij een aov, aov-uitkeringen kunnen tot je 65ste duren. Maar zo blijft het betaalbaar. En het overgrote deel van de ziektegevallen ondervang je zo. Uit onderzoek van TNO blijkt dat slechts 0,8 procent van de ondernemers langer dan een jaar ziek is, en maar 0,2 procent langer dan twee jaar." En lid worden van een broodfonds sluit een aov niet uit, legt Jonkers uit. Wie zich wil verzekeren tegen langdurige arbeidsongeschiktheid, kan alsnog een aov afsluiten met een eigen risico van twee jaar. "Dat maakt de premie een stuk lager."

Een ander verschil met een aov is dat je de 'premie' niet kwijtraakt. De inleg minus de schenkingen blijft van jezelf. Wie uit het broodfonds stapt, houdt zijn gespaarde geld. En uitsluitingsgronden? Die zijn er niet. Jonkers: "Je wordt niet gestraft voor ziekte. Een chronische ziekte bijvoorbeeld, heeft geen invloed op de hoogte van de inleg. Iemand moet alleen laten zien dat hij tot dan toe een bedrijf draaiend heeft weten te houden."

"Het lijkt één groot succesverhaal", zegt een van de ondernemers na Jonkers presentatie. "Dat is het ook", zegt Jonkers. Zijn eigen broodfonds draait al zeven jaar probleemloos, en vindt navolging. Er zijn nu 48 broodfondsen met in totaal 1500 deelnemers en er zijn nog twintig groepen in oprichting.

De zzp'ers in Zaltbommel hebben nog wel een paar vraagjes. "Hoe bepaal je nu wanneer iemand ziek is?", wil iemand weten. "Dat doet een deelnemer zelf", antwoordt Jonkers. "Maar wat nu als iemand doet alsof?", houdt ze aan. "Dat zou erg dom zijn, want dat komt uit. Iedereen kent elkaar in een broodfonds, je wordt lid op uitnodiging. Bij misbruik zet je dus je netwerk op het spel." Jonkers ervaring is dat deelnemers eerder te terughoudend zijn dan dat ze te snel een beroep doen op een broodfonds. "Omdat het collectief geld is, van bekenden. Niemand maakt daar lichtzinnig gebruik van."

Een andere prangende kwestie: zit er weleens te weinig geld in de pot? "We gaan bij het vaststellen van de benodigde buffer uit van een ziekteverzuim van 4,5 procent, terwijl we weten dat het ziekteverzuim onder ondernemers binnen de broodfondsen op 1 procent ligt. Maar om als beginnend broodfonds toch een buffer te hebben, besluiten sommige groepen om de eerste keer ineens drie keer het maandbedrag in te leggen."

Er is tot nu toe nooit iets misgegaan, aldus Jonkers. Geen misbruik, geen geldtekort, geen conflicten. "Maar dat gaat ongetwijfeld een keer gebeuren", besluit hij opgewekt. "Want overal waar mensen samenwerken gaat weleens wat mis." Hij hamert op communicatie. In een broodfonds bepalen de leden zelf de gang van zaken, dus moeten ze die zeggenschap ook gebruiken. "Bij problemen: praat erover in de groep." Zaltbommel is overtuigd: zeven aanwezigen besluiten nog eens bij elkaar te komen om te bekijken of ze een broodfonds kunnen oprichten.

Partner
Een broodfonds heeft niet de nadelen van een aov, maar ook niet de voordelen: een langdurige uitkering. Kunnen de Broodfondsmakers daarvoor niet wat bedenken? "Dan moet je zelf verzekeraar worden en dat is ingewikkeld", zegt Jonkers later in zijn kantoor. Ziet hij dan wat in een collectieve door de overheid verplichte aov voor ondernemers, zoals die er was tot 2004? "Nee, laat mensen de keuze. Niet iedereen heeft zo'n aov nodig. Als je een partner hebt die goed verdient, bijvoorbeeld. En een béétje risico mag je als ondernemer wel lopen."

Jonkers ziet meer in het verbeteren van de bestaande verzekeringen. Verzekeraars zijn nu geobsedeerd door winst en dus door risico-uitsluiting en dat moet anders. "Want dat gaat ver. Zelfs wie al jaren genezen is van bijvoorbeeld kanker betaalt een hele hoge premie, of wordt uitgesloten. Er moeten betaalbare producten op de markt komen met heldere voorwaarden, zodat ook iedereen weet waarvoor hij precies verzekerd is." Want nu is weinig verzekerden helemaal duidelijk wanneer een aov uitkeert.

Jonkers heeft zijn verhaal weleens mogen doen bij het Algemeen Verbond van Verzekeraars. Maar weinig kans dat de bestaande aov's verbeteren. "Ze vonden ons wel schattig, maar in innovatie zagen ze niets."

Terug naar de coöperatie
Broodfondsen lijken nieuw, maar zijn het niet. Verzekeraar Achmea bijvoorbeeld is ooit net zo begonnen. Wat te doen als mijn boerderij in de fik vliegt, dacht een boer uit het Friese Achlum. Om te voorkomen dat hij in zo'n geval aan de bedelstaf zou geraken, richtte hij met zo'n veertig boeren in 1811 de waarborgmaatschappij Achlum om samen dit soort risico's te dragen. Zulke coöperaties ontstonden er meer in die tijd. Neem inmiddels grote bedrijven als Rabobank, voortgekomen uit onder meer de boerenleenbanken en zuivelcoöperaties als Campina.

De coöperatie, een vereniging waarin ondernemers of consumenten de krachten bundelen en zelf de touwtjes in handen houden, leeft weer op: van energiecoöperaties tot zorgcoöperaties en coöperatieve samenwerkingsverbanden van zzp'ers. Een opmerkelijke loot aan de stam: een groep van 200 prostituees in Utrecht die in een coöperatie hun ramen zelf willen gaan uitbaten nu de gemeente de vergunning van de exploitant van hun werkplekken heeft ingetrokken omdat hij verdacht wordt van mensenhandel.

'Het sympathieke is, dat het een fonds is van bekenden'
Kees Brinkman uit Nijmegen is mede-eigenaar van Raamwerk, een administratie- en organisatieadviesbureau voor kleinschalige bedrijven en particulieren. Brinkman is lid van Broodfonds Solidair.

"Anderhalf jaar geleden werd bij mij longkanker geconstateerd. Voor het herstel na de operatie stond twee tot drie maanden, maar ik werd maar niet fitter. Ik liet me opnieuw onderzoeken en ik bleek Q-koorts te hebben en het daarmee gepaard gaande vermoeidheidssyndroom. Ik heb ruim een jaar schenkingen gehad uit het broodfonds, eerst voor 100 procent, toen voor 75 procent, later voor 50 procent. Dat werkte prima.

Toen ik ziek werd, kreeg ik ook een uitkering van 500 euro per maand via mijn arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dat was natuurlijk bij lange na niet genoeg. Bovendien hield dat direct op toen bleek dat mijn vermoeidheid niet te maken had met de kanker. Mijn klachten waren zogenaamd 'niet objectief medisch aantoonbaar'. Terwijl wél medisch was aangetoond dat ik Q-koorts had. Het is absurd dat zo'n verzekeraar direct de kleine lettertjes aangrijpt om niet te hoeven uitkeren.

Ik werk inmiddels weer. Een paar uur per dag. De schenkingen uit het broodfonds heb ik laten stopzetten. Bedenk wel: het is een nóódvoorziening. 'Ik kan voor 50 procent werken, dús profiteer ik voor 50 procent van het broodfonds'; zo werkt het voor mij niet. Ik kijk of ik genoeg geld heb om van te leven, en dat is nu zo. Maar de anderen zouden direct zeggen: 'Maak gebruik van het fonds', als er niet meer genoeg binnenkomt.

Tuurlijk heb ik ook vaak aan de gevende kant gezeten. Ons broodfonds bestaat zeven jaar en we hebben de nodige zieken gehad. Van een timmerman die zijn hand in de zaagmachine had gestoken, tot mensen met burn-out. Nee, ik heb nooit gedacht dat iemand de kluit belazerde. Zou ook niet slim zijn hè. Neem mij: een deel van de leden van mijn broodfonds zijn mijn klanten. Dus lekker op Ibiza gaan zitten met schenkingen van het broodfonds, daar zou ik mijn eigen glazen mee ingooien.

Het gaat om vrienden en bekenden. Dat vind ik ook het sympathieke ervan. Het is leuk om mensen die je kent te helpen als het effe wat minder gaat, en andersom: dat het bekenden zijn die jou helpen."

Zo werkt een broodfonds
Elke deelnemer stort maandelijks een bedrag op een speciale broodfondsrekening. Als een van de deelnemers ziek of arbeidsongeschikt wordt, krijgt hij van elk van de anderen een maandelijkse schenking voor maximaal twee jaar.

De deelnemer kiest van tevoren de hoogte van de schenking, gebaseerd op de nettobedrijfswinst en het inkomen dat je maandelijks nodig denkt te hebben. Verdienen aan ziekte kan niet: de maandelijkse schenking mag niet hoger zijn dan wat je per maand uit je bedrijf haalt. Bij aanvang laat je je omzetcijfers zien.

Bij een inleg van 45 euro per maand is de schenking 1000 euro per maand, bij een inleg van 67,50 is dat 1500 euro, bij 90 euro 2000 euro. Een gedeeltelijke schenking kan ook, voor wie niet 100 procent arbeidsongeschikt (meer) is.

Een deelnemer betaalt eenmalig 275 euro voor de opstartkosten, de begeleiding en de (financiële) administratie en 10 euro per maand verenigingskosten.

Een broodfonds bestaat uit minimaal twintig personen, om genoeg buffer te hebben, en uit niet meer dan vijftig personen, zodat iedereen in de groep elkaar kent.

Er wordt geen geld opgepot. Boven een bepaalde buffer hoeft geen bijdrage meer betaald te worden zolang er geen zieken zijn. De hoogte van de buffer hangt af van het niveau van de gewenste schenking.

Twee keer per jaar kun je in of uit een broodfonds stappen. Als je schenkingen hebt ontvangen, moet je minimaal twee jaar lid blijven.

Het gespaarde geld, minus de kosten en de schenkingen blijft van jezelf. Als je je lidmaatschap opzegt, neem je je spaargeld mee.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden