Bronkhorst & Jongewaard maken knieval voor Van Manen dans

t/m 21 jan. in Felix Meritis (beh. zo.en ma.); 23/1 Leeuwarden; 25 en 26/1 Rotterdam, 28/1 Maastricht, 2/2 Alkmaar, 4/2 Amersfoort, daarna elders .

EVA VAN SCHAIK

Ditmaal gaan zij niet zelf het podium op om er hun passie te beleven, maar werpen zij vier meisjes en vier jongens in de leeuwenkuil. Als acht werkpaardjes moeten zij daar hun eigen waarachtigheid en zielsverwantschap verkennen, in een transparant zilver-wit walhalla.

Woensdagavond begon die nieuwe fase in hun samenwerking in de Concertzaal van Felix Meritis; op vertrouwd terrein dus, niet alleen omdat verdiensten daar gelukkig maken, maar ook omdat daar gewerkt wordt naar de regel van Lucebert: alles van waarde is weerloos.

De acht jonge dansers kregen tot taak hun eigen drijfveren, hun intenties en motieven, maar vooral ook hun diep romantische hunkering naar de wondere wereld van hun professie kenbaar te maken. Belooft die hemelse, liefde en verbroedering brengende theaterdans immers niet alles wat nooit in de hel kan gebeuren? Wat is het podium anders dan wat het kruis voor de Verlosser was?

Hun eigen afwezigheid op het toneel grepen Bronkhorst en Jongewaard aan om nog roomser te zijn dan hun eigen pauselijkheid. Hun eigen passie dient immers vermenigvuldigd, moet dus nog strenger en principiëler overkomen, al laten zij de teugels waarmee de vier hengsten en vier merries worden gemend iets losser. Het thema van 'Wonderful World' komt dus sterk overeen met dat van de musical 'Chorus line', echter zonder de druk van moordende concurrentie in de mogelijke afwijzing en plein public. Die rol wordt aan het publiek zelf gelaten. Zonder veel omhaal stellen de twee choreografen, toch de representanten van eigentijdse dans en mime, dat 'ballet is beautiful'. . . met dien verstande dat onder ballet veel meer moet worden verstaan dan doorgaans wordt voorgesteld. Ballet is geen gefossileerde Pierlala, maar brengt - integer uitgevoerd - altijd weer een stap dichter tot harmonie, humaniteit, humor.

Opnieuw werden daartoe grijsgedraaide dansklassiekers (Satie, Prince, Branca, Part, naast Pachelbel, Ter Veldhuis en Mahler) uit de kast getrokken, maar ditmaal is het Paradijs van deze danskinderen een door zilver glinsterende stroken afgeschermde witte vloer, die door de meisjes in zwarte tricots en de jongens in zwarte jeans met riem blootvoets wordt betreden. Prince zingt 'Black day, stony night, no hope inside'.

Slagveld

Vier alternatieve Truzen en Marienen, behept met hun 'Tits and Asses' brengen daarna op de Gymnopedies van Satie hun vier variaties op eenzelfde thema, op het slagveld der seksen, waarin zij juist hun verschillen en strijd willen opheffen. Nu is Satie zeker geen vrijblijvende keuze, want deze 'musique pauvre' is niet alleen een leitmotiv in Bronkhorst eigen oeuvre, maar ook in dat van Hans van Manen, met name door zijn Squares, Portrait, Trois Gnossiennes. 'Wonderful World' is behalve een pastiche van hun eigen werk, ook een dwaaltocht door het Hof van Hans van Manen.

In hun blootlegging van een utopie hebben de twee choreografen zich onbeschaamd (dus onbewust?) gespiegeld aan zijn creaties, vooral uit de periode 1965-1985. Tal van citaten uit Grosse Fuge, Squares, Situation, Sacre, Metaforen of Sarcasmen en In the future geven blijk van hun intense zielsverwantschap met hun inspirator, maar het uitblijven van bronvermelding wekt wel verbazing. Opvallend is ook hoe moeiteloos zijn logo uit de jaren zeventig aansluit bij meerdere typische Bronkhorst poses en herhalingsprincipes, zoals de gebalde vuisten, de kruispassen, de blikrichting, het roerloos vullen van stilte en leegte. Met hoeveel verve de vier jongens en meisjes dat ook proberen te continueren, over de vereiste timing, rigide soberte en subtiele simpelheid beschikken zij niet. Première-koorts of gebrek aan instudering haalde ook de nodige synchroniteit uit de unisono ensembledelen.

Fraai is vooral het mannenkwartet op Pachelbel waarin zij als vier musketiers letterlijk met de billen bloot gaan. Het volgende vrouwenkwartet op Branca voor de dames Godiva (met manen tot op de billen) is echter een regelrechte afknapper door gebrek aan dramaturgie en dans. De reeds op Satie aangegeven verlangens krijgen tot slot hun louterende apotheose. Op het Adagietto uit Mahlers vijfde symfonie en een ontroerend lied van Ter Veldhuis geven de acht op een rij elkaar beurtelings vleugels in puur klassieke lifts en mogen zij eendrachtig opgaan in de alles opheffende kiss at end. 'Wonderful world' is een knieval naar Hans, dus aan dans, maar ook naar zijn niet te evenaren voorloper- en meesterschap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden