Brommers, kleren en muziek bepaalden sfeer van jeugdbendes

Ruim dertig jaar geleden stonden John van Prehn en Rob Mindé regelmatig tegenover elkaar in geruchtmakende knokpartijen tussen de Haagse jeugdbendes de Plu en de Kikkers. Vorig jaar ontmoetten ze elkaar weer tijdens een optreden in een radioprogramma van de VPRO over een hedendaags fenomeen: de bomberjacks van extreem-rechtse jeugd.

Of er destijds ook al sprake was van racisme, luidde een voor de hand liggende vraag. Want de Plu bestond uit Indische Hagenaars en de Kikkers uit blanke, Hollandse scholieren. Hun antwoord was eensluidend: nee, beslist niet. Rob Mindé van de Kikkers: “Zoiets als rassenhaat bestond toen niet, speelde absoluut geen rol.”

Om die associatie met rassentegenstellingen de wereld uit te helpen, besloten Van Prehn (48) en Mindé (51) officieel en met enig uiterlijk vertoon de rivaliteit van toen definitief ten grave te dragen. Gevochten werd er weliswaar al jaren niet meer, maar toch.

Daarom werd in de zomer van 1996 de Vrede van Den Haag getekend - een uitvoerig document waarin onder meer is vastgelegd dat een grote verzoeningsreünie zal worden gehouden. Zaterdagavond is het zover. Waar anders dan in de Houtrust-rotonde worden van iedere bende zo'n 250 aanhangers verwacht. Vrijwel allemaal vijftigers die weer kunnen dansen op hun destijds favoriete muziek. Want er speelt zowel een Kikker-band (de Scarlets) als een Plu-band (de Crazy Rockers). Met als extraatje nog een 'verrassingsband'.

De Plu is de oudste van de twee benden. John van Prehn: “Het is rond 1960 als een vriendenkring begonnen. Eerst kwamen we bij een van de jongens thuis, in de Goudenregenstraat, maar toen de club uitgroeide, weken we uit naar een automatiek, de Gouden Paraplu, waar we schuilden en waar je lekkere vette gehaktballen kon eten. Uiteindelijk, toen we meer dan honderd man hadden, troffen we elkaar in de Bosjes van Poot. De Plu telde veel Indische jongens, maar niet uitsluitend. Als het nodig was, kregen we versterking van de Koentjis, letterlijk de sleutels, uit Leiden.”

Sleutelwoorden uit die dagen: bromfietsen, kleding, muziek en dansen. John van Prehn: “We reden op Puchs met hoge sturen, maar buikschuivers, waarop je helemaal naar voren leunt, mochten ook. We droegen spijkerbroeken en groene of blauwe vliegeniersjacks. Als je ging stappen, droeg je zoiets als een pak met een wit overhemd en een dunne stropdas. Hoe groter de vetkuif hoe mooier; ik gebruikte daar pommade voor, dan bleef de kuif echt lekker lang dik. Onze muziek, de Indo-rock, was erg belangrijk. Indo-rock, met veel invloeden van Chuck Berry, had drie gitaren in plaats van de gebruikelijke twee. De tweede sologitaar had vaak extra snaren. Populair waren de Tielman Brothers (pa Tielman was een krontjong-muzikant), de Crazy Rockers en de Hot Jumpers.”

De Kikkers zijn van later datum. Van eind 1963, herinnert Rob Mindé zich: “De Kikkers is eigenlijk een verzamelnaam voor zeven bendes, die voor het grootste deel uit de Vogelwijk en de Vruchtenbuurt kwamen. Ze ontstonden uit kleine groepjes gelijkgestemden op de HBS of het gymnasium. Belangrijk voor het ontstaan was de doorbraak van de beatmuziek: de Beatles en de Rolling Stones. Kikkers kwamen uit milieus met meer centen; veel van hen hebben nu vette banen. Ik kom nog vaak Kikkers tegen bij voetbalverenigingen als HBS en Quick.”

Een Puch was voor een Kikker een absolute noodzaak. Rob Mindé: “Zwart, met zwart tankie, zweefzadel, absoluut geen buddyseat, hoog stuur. De jongens hadden Beatlehaar, de meisjes lang sluik haar. De Kikkers telden veel meisjes, meer dan de Plu, waar ze vaak petticoats droegen. Een must waren spijkerbroeken met wijduitlopende pijpen en Clarks, halfhoge suede schoenen. Kijk, ik draag ze nog steeds. Verder droegen we een zwarte cape of een groene parka.”

John van Prehn: “Het waren net kikkers als ze met die capes op hun Puch reden. Vandaar die naam.”

Rob Mindé: “We kwamen samen in de Bosjes van Pex en hadden een vaste plek op het strand, waar we ook overnachtten. Kun je je die massale vechtpartij nog herrinneren toen we jullie de zee injoegen?”

John van Prehn: “Dat viel wel mee, het was niet verder dan tot de knieën.”

Ze troffen elkaar soms op afspraak, net als recent de voetbalvandalen van Ajax en Feijenoord. Van een vergelijking willen ze echter niets weten. Onlangs hebben ze geweigerd met 'die idioten' aan een praatprogramma op de televisie deel te nemen. John van Prehn: “Een veldslag op afspraak kwam niet zo vaak voor, dat gebeurde alleen als je revanche wilde nemen, als iemand van een overmacht een pak slag had gekregen. Je kwam elkaar toch vooral spontaan, in groepjes, tegen. Op Koninginnedag op de kermis op het Malieveld, op Scheveningen bij het vuurwerk, op het Voorhout.”

Rob Mindé: “Wij waren de netste bendes uit die tijd, hoewel de politie daar heel anders over dacht. Wij vielen, in tegenstelling tot de Newton Boys en de Magneet uit Scheveningen geen onschuldige mensen lastig. We hebben één keer een niet-aanvalspact gesloten en samen tegen de Newton Boys gevochten. Toen die in de Bosjes van Pex kwamen, zaten daar zo'n twee- tot driehonderd man. Dat was iets te veel voor ze.”

Waarmee gingen de Kikkers en de Plu elkaar destijds te lijf? En vooral: waarom? John van Prehn: “Er gaan verhalen over boksbeugels en stiletto's, maar de vuist was het favoriete wapen. Als je in nood zat, gebruikte je ook wel attributen, zoals een stuk hout of een fietspomp. Boksbeugels, messen, ploertendoders en dergelijke werden eigenlijk alleen bij de massale vechtpartijen gebruikt. We zagen ons niet als criminelen, ook nu nog niet. Je deed het voor de spanning; het was ook een vorm van vertier. De West Side Story? Zal wel invloed hebben gehad, maar de film draaide in 1963 voor het eerst; wij bestonden toen al drie jaar.”

Het had voorts te maken met kleding en, vooral ook, met meisjes. De Indische jongens konden goed dansen en muziek maken en waren daardoor zeer in trek bij de (blonde) Haagse meisjes. John van Preen: “De Indische jongens hadden meer show en glitter. We scholden de Kikkers uit voor kweetjes, en voor artistiekelingen.” Verzoenend: “Maar later gingen die Hollandse jongens ook goede muziek maken.”

Rob Mindé: “Wat dacht je van de Earrings (nu Golden Earring), Q65, de Sandy Coast en de Scarlets?”

De politie wist aanvankelijk geen raad met het verschijnsel van rivaliserende bendes, maar trad later met groot machtsvertoon op. Rob Mindé: “Hetgeen de feestvreugde aanzienlijk verhoogde. Ze scheurden rond in zwarte jeeps, Willy's, van waaruit ze met lange latten en zwepen op ons in mepten. In de media werden de ouders verantwoordelijk gesteld voor het gedrag van hun kinderen, maar die hadden geen flauw benul van wat wij op straat uitspookten. Er werden ook veel arrestaties verricht; dan moest je een nacht zitten en belden ze de volgende ochtend je ouders dat ze je konden ophalen.”

In 1966 was het snel afgelopen met de Kikkers en de Plu. Rob Mindé: “De jongens gingen studeren, moesten in dienst of kregen verkering. En anderen moesten noodgedwongen trouwen.”

John van Prehn: “Ja, dat probleem hadden wij ook.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden