’Bromance-mannen’ práten met elkaar

Arie Boomsma (links) en Stephan Sanders. (JÿRGEN CARIS, TROUW)

Een sixpack of een buikje? Hoe belangrijk vindt de Nederlandse man zijn lichaam en wat maakt hem mannelijk? Stephan Sanders en Arie Boomsma deden een onderzoek.

’Bromance’, heet een nieuw genre in Hollywood, dat staat voor films over vriendschap tussen mannen die met elkaar praten, gevoelig en kwetsbaar zijn. En dat durven te uiten, zonder bang te zijn voor stempels of seksuele verwarring. Stephan Sanders, journalist en columnist voor Vrij Nederland, NRC Handelsblad en de Volkskrant, en tv-presentator Arie Boomsma delen zo’n ’bromance’.

Die is het laatste jaar versterkt door de samenwerking voor hun boek ’De man en zijn lichaam’, waarvoor ze 21 bekende en onbekende mannen interviewden, over de relatie met hun lichaam. Wat ontlenen zij aan hun lichaam, wat is schoonheid en wat maakt een man mannelijk? Het is voor het mannelijk geslacht de laatste jaren nogal diffuus geworden: het ene seizoen moet je metro zijn, het volgende weer überseksueel.

Boomsma en Sanders zien er uit als metromannen, wanneer ze aan komen zetten bij het Amsterdamse café De IJsbreker. Boomsma in een laag op de heup hangende spijkerbroek, zwart leren jasje, V-hals shirtje en een paars sjaaltje los om zijn nek; Sanders in spijkerbroek, grijs colbertjasje, diepe V-hals en met pilotenbril en pet. Wanneer ze elkaar op het terras treffen, volgt een innige omhelzing – heel bromance. Het terraspubliek kijkt er niet van op. Dit type man is al ingeburgerd.

Opvallend: de ’mannenknuffel’ van Boomsma en Sanders gaat niet gepaard met een ferme tik op de rug, waarmee mannen hun genegenheid doorgaans van een stoer randje voorzien. „Met die tik benadrukken mannen speelsheid en amicaliteit”, licht Boomsma toe. „Anders wordt het verdacht, ben je misschien homo.” Sanders, zelf homo, wijst er op dat ’de tik’ in Oosterse landen niet nodig is. „Omdat homoseksualiteit daar is verboden en is afgesproken dat het er niet bestaat, kunnen mannen hand in hand lopen. Pas wanneer homoseksualiteit, zoals in Nederland, een reële mogelijkheid is, moeten mannen elkaar daar op aftasten en hun grenzen benadrukken.”

„Als er zich bij een groepje heteromannen een homo voegt, krijgt een van die hetero’s vaak iets over zich van: als ’ie maar niet verliefd op me wordt’”, weet Boomsma. „Opvallend is dat het altijd de lelijkste mannen zijn die dat denken”, schampert Sanders. „Die wil ik nog met geen tang aanraken.”

Echte mannen spreken met elkaar af om iets te doen. Vissen of sporten. ’Bromance-mannen’ niet. Die gaan lunchen. En praten. Verschillende keren per week spreken Boomsma en Sanders hier bij De IJsbreker af. Toen ze met het boek bezig waren, spraken ze lang na over de interviews. Persoonlijke sessies, zegt Boomsma. „Dit onderwerp vereist graven in je eigen leven en gevoel. We waren continu aan het spiegelen. Zo van: ’Herken jij wat acteur Raymi Sambo zojuist zei?’” Een goed voorbeeld, vindt Sanders. „Sambo gaat in de controle over zijn lichaam, dat overigens prachtig is, zóver dat zijn geliefde hem niet mag aanraken wanneer hij niet heeft gesport. Hij wil dan geen seks. Dat vond ik ver gaan, al is het een logische consequentie van hypergecontroleerd trainen. Maar als het met mij zo ver komt, hoop ik dat iemand mij waarschuwt.”

„Stephan toetste dat bij mij, omdat ik ook fanatiek sport”, vervolgt Boomsma. „Maar ik heb dat niet. Al kan me er wel wat bij voorstellen.” „Ik ook hoor”, onderschrijft Sanders. „Hij is acteur, staat op het toneel, moet fysiek kunnen spelen en moet dan geen last hebben van onzekerheden over zijn lichaam. Seks is ook een performance. Je moet dan op je best zijn. En dat kan niet wanneer je lichaam niet is getraind.”

Boomsma reageert verbluft. „Maar dan ga je er van uit dat seks voor een man een performance is.”

De discussie is exemplarisch. Het boek van Sanders en Boomsma, waarbij het lichaam het vehikel is voor een zoektocht naar wat mannelijkheid inhoudt, laat zien dat eenduidigheid ver te zoeken is. Sanders: „De kern van ’de man’ is niet te definiëren, dat is hogere metafysica. Het is een constructie, veel is maatschappelijk bepaald.” Zoals hoe een man behoort te zitten. Boomsma en Sanders hebben beiden het ene been over het andere geslagen. „Vrouwelijk”, geeft Boomsma lachend toe. Hij herneemt zijn houding, gaat met zijn benen wijd zitten, zoals het hoort. Onzin, vindt Sanders. „Zo zitten voetballers. In de hogere klasse is zo’n houding not done. Je laat niet je kruis zien.” Je pols laten hangen als je zit, is ook niet des mans. Allemaal sociale druk en verwachtingspatronen.

„Het enige wat we kunnen doen, is mannen vragen wat mannelijkheid voor hen betekent”, zegt Sanders. „Want de effecten daarvan vinden we terug in het dagelijks leven.” Boomsma is blij dat er geen sluitende definitie is van mannelijkheid. „Anders zouden we ons gaan meten aan zo’n beeld. Met alle diverse verhalen die we nu hebben opgeschreven, valt er nog wat te kiezen. Er zijn verhalen bij waarmee ik mij niet kan identificeren. Dat sommige mannen een enorme seksuele geldingsdrang hebben bijvoorbeeld. Die willen overwinnen en veroveren. Heel mannelijk. Maar dat heb ik helemaal niet.”

Kwalificaties die doorgaans als mannelijk worden bestempeld, zijn kracht, moed en doorzettingsvermogen. Sanders vindt zichzelf erg mannelijk in zijn bewijsdrift en competitiedrang. „Dat zie ik niet vaak ziet bij vrouwen”, zegt hij. „Mannen willen dat datgene waarin zij goed zijn, opgemerkt wordt. Zij zijn niet geneigd tot onzichtbare arbeid, zoals huishoudelijk werk. Er is maar zelden iemand in het gezin die tegen een vrouw zegt: goh, wat zijn de lakens goed gesteven.” Lachend: „Terwijl een man, als hij een keertje strijkt, meteen zegt: zeg, vind je die lakens niet super gestreken?”

Je verantwoordelijkheid nemen en risico’s aangaan, noemen de schrijvers ook mannelijk. Dat Wouter Bos zijn gezin boven zijn carrière verkoos, vinden de heren een stoere beslissing. Boomsma: „Durf maar eens in een groep te zeggen: ik heb geen werk, ik zorg voor de kinderen. Dat is van oudsher not done.”

Een vader die sterk aanwezig is, kan voor jongens belangrijk zijn. In hun zoektocht naar mannelijkheid kijken en imiteren mannen vooral. Ze praten er niet over. „In de klassieke situatie is je moeder wanneer je als jongetje opgroeit meer aanwezig dan de vader”, zegt Sanders. „Je krijgt zo een intieme band met je moeder, maar op een gegeven ga je denken: ik ben Stephan, een jongen, en ik moet niet mijn moeder worden. Toen ik 15 was en de seks flink begon te spelen, ervoer ik dat: ik moet echt iets heel anders gaan doen dan mijn moeder, namelijk mijn eigen seksualiteit ontdekken.” Sanders rolt met zijn ogen: „Uiteindelijk bleken we op dezelfde soort mannen te vallen.”

Wat Sanders er mee wil zeggen is: de man laat zich nog het best definiëren door wat hij niet is, namelijk een vrouw. „Toch heb ik niet bewust gedacht: o jee, ik moet niet mijn moeder worden”, zegt Boomsma. „Ik keek vooral af van mijn broers, bij wie ik het lichaam zag veranderen en met wie ik het over masturberen had. Als je opgroeit met broers, zie je veel vanzelfsprekendheden van hoe jongens en mannen zich dienen te gedragen. Stoeien en vechten. Je speelt eerder soldaatje dan dat je een pop pakt. En je helden uit boeken en films zijn mannen die overwinnen en situaties redden.” „Toch zijn die rollen heel contingent”, nuanceert Sanders. „Ik had een zusje dat een echte tomboy was. Veel jongensachtiger dan ik. Zij vocht om mij te verdedigen. Ik hielp haar met praten omdat ze slecht haar gevoelens onder woorden kon brengen.”

Terug naar het lichaam. Hoe belangrijk vinden mannen een goed lijf en wat beschouwen zij als zodanig? Mannen van nu zijn vreselijk bezig met hun uiterlijk, signaleren Sanders en Boomsma. „Ze gebruiken allerlei verzorgingsproducten en zijn soms tot in de puntjes gestyled”, zegt Boomsma. Waar vrouwen elkaar complimenteren over elkaars uiterlijk, is dit onder mannen ondenkbaar. Toch zien de schrijvers een verschuiving. „In de sportschool zeggen mannen tegen elkaar: ’mooie triceps’”, vertelt Boomsma. „Of: ’wat ben jij mooi droog’.”

Sanders is pas vanaf zijn dertigste actief bezig met zijn lichaam. „Ik was een nerderig jongetje, dat meer met zijn hoofd bezig was”, verhaalt hij. „Pas later ontdekte ik dat mijn lichaam geen tegenstander maar een meestander was. Ik associeer het lichaam vooral met seks. Groot lichamelijk verval heeft consequenties voor de seks – trouwens, het is ook een verschuiving binnen de maatschappij, want vroeger werd schoonheid uitbesteed aan de vrouw. Nu denk ik: het is mooi meegenomen dat mijn buik binnen proporties blijft want dan zijn er nog avontuurtjes mogelijk.”

Boomsma laat zijn afgetrainde lijf graag zien, het zal niemand zijn ontgaan met al die blote torso-foto’s van de laatste jaren. Toch stelt hij dat een ’echt mannenlichaam een klein buikje heeft’. Boomsma. „Een tot in de puntjes verzorgd uiterlijk is eerder vrouwelijk dan mannelijk. Heel afgetrainde lichamen verraden een hyperbewustzijn en dat is een vrouwelijke eigenschap.” „De ideale combinatie voor een man is een lichte mate van verzorging en een actieve mate van verwaarlozing”, onderwijst Sanders.

Over een ding zijn de twee het roerend eens: over uiterlijke onzekerheid praten mannen niet. Sanders al helemaal niet. Hij trekt een pijnlijk gezicht naar Arie Boomsma. „Jij bent een goede vriend van mij, maar ik zal toch echt nooit tegen jou zeggen: ’nou, mijn billen’... Dat vind ik echt privé.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden