Review

Brokstukken van schuimrubber doen we allemaal, maar zij is er het beste in - omdat ze zo'n schattig klein meisje is. Ze gaat met het boek, jy weet, het boek van de Kerk van de Galileeer of zo iets en klopt op de deur en vraagt geld voor de kerk - voo...

Lesley Beake: 'Straatvlinders', vert. Nan Lenders, Querido, 128 p, F 22,90, vanaf 10 jaar; Beverley Naidoo: 'Reis naar Johannesburg', vert. Rika Vliek, ill. Randy van Lingen, La Riviere en Voorhoeve, 59 p, F 22,50, vanaf 9 jaar.

Een verwaarloosd bouwterrein bij Kaapstad, Zuid-Afrika. Johnny van 12 wordt ingewijd in de werkwijze van het groepje straatkinderen, waarbij hij zich heeft aangesloten. Hij is van huis weggelopen, overgehaald door zijn tienjarige vriendje. Met 'bommen' en 'aanklop' proberen ze wat geld te verdienen. Dat geven ze aan de leider van de groep, het kind met het meeste gezag, die bepaalt wat ervan gekocht wordt: eten, en soms sigaretten of thinner. Of aspirines voor een ziek groepslid; de zorg voor elkaar is ontroerend in zijn onbeholpenheid.

De kinderen zijn gelukkig met hun straatleven, al zijn er talloze gevaren: de politie, de criminele Spider Mannen, die de kinderen soms dwingen om als drugskoerier op te treden, en 'Kaatjie se bende', waarvan de leden vaak dronken zijn en dan op de vuist gaan.

Auteurs die schrijven over sociale misstanden, balanceren op het scherp van de snede. Allerlei valstrikken liggen klaar om de geengageerde schrijver er van te weerhouden schrijver te zijn: pamflettisme, sentimentaliteit, meer informatie verschaffen dan het verhaal aankan, een versimpelde voorstelling van goed en kwaad, moralisme, te snel oordelen. Toch zijn er de laatste jaren prachtige sociale jeugdromans geschreven, zoals 'De eikelvreters' van Els Pelgrom, 'De storm' van Gaye Hicyilmaz en 'Met je rug naar de muur' van Klaus Kordon.

Het recente 'Straatvlinders' van de in Zuid-Afrika wonende Schotse schrijfster Lesley Beake is niet zo monumentaal als bijvoorbeeld 'De eikelvreters', maar de vertelstijl ervan doet er wel aan denken. Net als Els Pelgrom zet Lesley Beake straatarme kinderen neer als kunstwerkjes van God: van binnenuit, met respect voor hun manier van zijn, ook als ze bedelen, sigaretten roken of lijm snuiven, en met een ragfijne precisie van kinderlijke gevoelens als jaloezie, zelfmedelijden en woede die zomaar uitbarst en ook zomaar weer wegsmelt. Alleen is de sfeer van 'Straatvlinders' melancholieker, zachter, minder grimmig.

Het onderwerp, straatschoffies, ligt goed in de markt na alles wat er het laatste jaar gepubliceerd is over de georganiseerde moorden op straatkinderen in Rio de Janeiro. De valstrik van het sentiment ligt dus klaar. Maar Beake trapt er niet in. 'Straatvlinders' is geen tearjerker, geen 'Ciske de Rat', met een hoofdpersoon die wel crimineel moet worden, maar uiteindelijk toch goed terecht komt. Het verhaal heeft een open einde, zij het een gelukkig open einde, want Johnny komt in de gevangenis terecht en wordt er dan door zijn vrienden van de straat uitgepraat.

Maar het is vooral de lichte maar nooit oppervlakkige verteltoon die het verhaal behoedt voor sentimentaliteit. Afwisselend is die kinderlijk-stoer ('de muziek was heftig, man, echt heftig') en relativerend, en steeds gekruid met Zuidafrikaanse jongerentaal. In de humor zit een diepe ernst.

De kinderen worden naturel uitgetekend, maar van Johnny's broer, die bij de gevreesde Spider Mannen zit, maakt Lesley Beake een narcistische, prachtig gesoigneerde mafia-karikatuur. Voortdurend is hij bezig met zijn image: zijn spiegelzonnebril, zijn pak van vanille-ijskleurige zijde, zwarte overhemd en diamanten dasspeld. 'Haai meneer, is dit regte kunstzij?' vraagt het jongste groepslid, een meisje van acht, 'met precies de juiste hoeveelheid ontzag in haar stem'. Prachtig komt de kleinheid van de grote Spider Man tot uiting, vooral wanneer het kleine meisje hem tegen wil en dank ontwapent met haar zorg voor zijn broertje Johnny, die in de cel zit.

Ook de beschrijvingen van Johnny's trips als hij lijm gesnoven heeft zijn heel mooi. Muren groeien, buigen en vallen bovenop hem, maar de brokstukken zijn van schuimrubber. Hij weet dat het verkeerd kan uitpakken, maar snuift toch een keer te veel en dan jagen de gewoonste dingen hem de stuipen op het lijf.

In 'Straatvlinders' komt sociaal onrecht en solidariteit haarscherp naar voren; niet als politiek pamflet, maar met de kracht en de melancholie van bluesmuziek die van heel diep weg komt.

Dat is helaas niet het geval met 'Reis naar Johannesburg' van Beverley Naidoo. Haar indrukwekkende roman 'Keten van verzet' uit 1989, over het verzet tegen de gedwongen verhuizing naar de zogeheten thuislanden in de jaren '70 en '80, maakte nieuwsgierig naar meer werk. 'Keten van verzet' is een politieke roman met documentaire trekken en absoluut integer; zo'n boek, waarin de vrijheidskreet 'Amandla!' net zo natuurlijk klinkt als bij ons 'Oranje Boven!' in WO II.

'Reis naar Johannesburg' blijkt echter een braaf geschreven voorproefje voor 'Keten van verzet' te zijn, eerder geschreven, in 1987, en veel minder uitgewerkt, alsof het een synopsis is. De hoofdpersonen, Naledi van 13 en Tiro van 9, zijn dezelfde als die in 'Keten van verzet', alleen jonger. Hun kleine zusje is doodziek (door gebrek aan melk, groente en fruit) en ze besluiten hun moeder te gaan halen die 300 kilometer verderop in Johannesburg als meid bij een blanke mevrouw werkt. De feiten waarop het boek gebaseerd is, zijn waar en onthutsend, maar er had een zoveel sterker verhaal van gemaakt kunnen worden. Nu is het geschreven als een schoolboekje: informatief, maar zonder kraak of smaak, een indruk die door de fantasieloze, amateuristische tekeningen versterkt wordt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden