Broekman, uit de generatie 'pa-amateurs'

Op 1 februari 1953 vierde Kees Broekman als eerste Nederlander een Europese titel in het allroundschaatsen. Op gewijd ijs nog wel, op de oude ijsbaan van Hamar. De aandacht voor dat wapenfeit was echter minimaal. Kort voordat Broekman met het voor huidige begrippen astronomische puntentotaal 199.650 te sterk bleek voor zijn landgenoot Wim van der Voort, was Nederland in rouw gedompeld door de watersnoodramp.

Johan Woldendorp

Toen de typische stayer Broekman op zondagmiddag de tien kilometer winnend afsloot, had hij daarvan trouwens nog geen weet. Bondscoach Klaas Schenk vertelde de onheilsmare pas 's avonds tijdens het diner. Hij had de concentratie in de ploeg niet willen verstoren.

Het succes van de Zuid-Hollander kwam niet helemaal uit de lucht vallen. Het jaar ervoor won hij op de Olympische Winterspelen van Oslo tweemaal zilver, uiteraard op de lange afstanden. Ook Van der Voort, meer een allrounder, werd op dat podium een keer tweede. Op de 1500 meter moest hij Hjalmar Andersen net voor laten gaan. In 1953 was deze legendarische Noor er in Hamar niet bij. Een week voor het Europees kampioenschap had hij diens wereldrecord op de 5000 meter al in handen van Kees Broekman zien vallen: 8.06,6.

Er stond, eigenlijk voor het eerst, een ploeg om U tegen te zeggen op het ijs. Op de Olympische Spelen van 1948 (in Sankt Moritz) had Broekman in de betrekkelijke anonimiteit al wel proef gedraaid, maar in de jaren vijftig kon Nederland voor het eerst serieus de concurrentie met de Skandinaviërs en de Sovjets aan.

De kernploeg van Schenk, die zestien jaar bondscoach zou blijven en vrijwillig afstand deed toen zijn zoon Ard als supertalent doorbrak, werd er stilaan een van naam en faam: naast Broekman en Van der Voort was er ook een schaatser voor de toekomst opgestaan: Henk van der Grift, in 1961 de eerste na-oorlogse wereldkampioen.

Toch was het voor Schenk altijd weer een bange vraag hoe de ploeg er voor het EK en WK uit zou zien. De KNSB beschikte niet over financiële middelen om kernploegen naar het buitenland te sturen. Schenk noemde zijn pupillen dan ook altijd 'pa-amateurs'; de schaatsers moesten geld meebrengen, uiteraard geld dat welwillend door pa beschikbaar was gesteld. Schenk ging er zuinig mee om. De ploeg logeerde meestal op een boerderij inplaats van een hotel. Hij eiste onvoorwaardelijke inzet, maar kon ook geen ijzer met handen breken. Een rijke erelijst heeft Kees Broekman per saldo nooit bij elkaar geschaatst. Van der Voort trouwens ook niet. ,,Kees had de vechtlust van Wim moeten hebben en Wim de techniek van Kees'', vertelde Schenk in het jubileumboek van het gewest Noord-Holland/Utrecht van de KNSB.

Heel sportief gaf Van der Voort in 1951 zijn Europese allroundtitel cadeau aan Andersen. Die speelde mooi in op het gemoed van de onervaren schaatser door te beweren dat een val bij de start was veroorzaakt door het flitslicht van een fotograaf. Andersen vroeg Schenk te mogen overrijden. ,,Liever verdiend tweede, dan een gekregen eerste plaats'', zei Van der Voort naderhand. Een ander startincident hielp Broekman juist weer aan zijn continentale titel van 1953. Toen de starter van dienst tijdens de 500 meter het commando 'Klaar? Af!' gaf, ging Broekman niet in de starthouding staan en riep droog 'nee'. De starter geloofde hem op zijn woord en bood de Nederlander een herkansing.

Broekman bleef als schaatser actief tot 1960, maar haalde, omdat de Russen doorgaans toch oppermachtig waren, geen ereprijzen meer. Als bondscoach van de vrouwen, van 1968 tot '71, maakte hij, zij het in eerste instantie langs de zijlijn, de opkomst en de opmerkelijke successen van Atje Keulen-Deelstra mee.

Buiten de kernploeg om reed de Friezin werkelijk fantastisch, maar hij en de technische commissie van de KNSB vonden het te bizar voor woorden om een 30-jarige moeder van drie kinderen als nieuweling op te nemen in de nationale elitegroep. Toen Atje Keulen in januari 1970 Nederlands kampioene werd, kon hij uiteraard niet om haar heen. In het Amerikaanse West-Allis leidde Broekman haar zowaar naar de wereldtitel. Die prestatie herhaalde de boerin in 1972, '73 en '74.

Daarbij was Broekman overigens niet betrokken. In het voorjaar van 1971 ging hij in op een lucratief bod van de Zweedse schaatsbond de nationale mannentop, met indertijd Göran Claesson als vedette, te coachen. Onder protest van de vrouwen werd Egbert van der Ploeg zijn opvolger. De meteen ontstane vertrouwenscrisis culmineerde nog voor het volgende wedstrijdseizoen in diens ontslag.

Broekman emigreerde later naar (West-)Berlijn, waar hij op 8 november 1992 op 65-jarige leeftijd overleed.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden