Broedergemeente wil dansen wat anderen hinken

ZEIST - 'Man muss die Feste feiern wie sie fallen'. Het is geen Broedergemeente-spreekwoord, maar het typeert wel de Hernhutter spiritualiteit. Er is altijd veel te vieren. De feesten van het kerkelijk jaar en de gedenkdagen van de eigen geschiedenis. Dit jaar herdenkt de Evangelische broedergemeente dat zij zich 250 jaar geleden in Zeist vestigde.

Op de pleinen gaat een mooi verhaal. Over een man die Rome bezocht had, Jeruzalem en Mekka. En die op zekere dag naar Zeist kwam, om ook de heilige plaats van de Hernhutters te zien. Ds. Christoph Reichel vertelt het met een brede grijns. Om vervolgens te ontkennen dat Zeist voor de Broedergemeente zoiets is als Rome voor de katholieken. Zo Zeist al een bijzondere klank heeft, dan vooral voor de Surinamers. Die zijn immers gekerstend door Broedergemeente-zendelingen die vanuit Zeist waren gestuurd. De Evangelische broedergemeente is de volkskerk van Suriname.

Sinds de massale immigratie uit dat land in de jaren zeventig is de positie van de Zeister gemeente daarom ook veranderd. Van een kleine, overwegend blanke Europese kerkgemeenschap is de Broedergemeente nu de oudste van de niet-inheemse kerken geworden. Ds. R. W. Polanen, predikant van de Amsterdamse gemeente, is voorzitter van het overleg van niet-inheemse kerken. Zeist is een blanke minderheid in een gekleurde kerk geworden. Het hoofdbureau van de Broedergemeente in Nederland zetelt in Zeist. Verder is het een van de drie plaatsen waar het bestuur van de Europees-continentale provincie gevestigd is. De andere plaatsen zijn Herrnhut en Bad Boll in Duitsland.

Sinds de komst van de Surinamers is het ook veel moeilijker geworden uitspraken te doen over de grootte van de EBG in Nederland. Tussen de statistiek die in Zeist wordt bijgehouden en de werkelijkheid gaapt een kloof. Volgens de officiële cijfers telt Zeist 900 leden. Onder die kerkelijke gemeente vallen ook Arnhem, Eindhoven, Noord-Brabant en Overijssel. Alleen al van Arnhem is bekend dat er 500 leden zijn, terwijl die plaats voor 70 in de Zeister statistieken staat. Die verschillen worden veroorzaakt door het feit dat de Surinaamse Nederlanders zich vaker niet dan wel laten registreren, terwijl ze zichzelf wel als EBG-leden beschouwen. Burgerlijke gemeentes geven geen gegevens over kerklidmaatschap meer door en ziedaar het probleem. Het aantal geregistreerde Broedergemeenteleden in Nederland is 20 000. Geschat wordt dat daar zeker 10 000 bij opgeteld moeten worden. Behalve in Zeist zijn er gemeentes in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Noord-Holland. De rest, de diaspora, valt grotendeels onder Zeist.

Voornaam en stil

Echt florissant staat het er met Zeist niet voor, bij het 250-jarig bestaan. Tenminste, als je naar de rijke geschiedenis kijkt. Het Broederplein en het Zusterplein, aan weerszijden van de Nassau Odijcklaan die naar het Slot voert, liggen er onverminderd mooi en voornaam bij. Maar waar het vroeger gonsde van bedrijvigheid is het nu stil. Er wonen nog heel wat Broedergemeenteleden, maar alleen een kleine kern is nog volop betrokken bij het kerkelijk leven. Op een doorsnee zondagmorgendienst telt de kerk met de karakteristieke witte banken misschien honderd gelovigen. In de zangdiensten 's avonds zijn er soms meer koorleden dan overige bezoekers. Het is het eind van de twintigste eeuw.

De Evangelische broedergemeente, ook bekend als 'Hernhutters' of 'Moravische Broeders', vindt haar vroegste oorsprong in Bohemen en Moravië in de 15e eeuw. Tot de volgelingen van de verbrande ketter Johannes Hus uit Praag, hoorde een groepje dat zich de Unitas Fratrum noemden. Het waren hervormingsgezinden die zich wilden inzetten voor het herstel van de kerk. In eigen land werden ze vervolgd en in kleine groepjes verspreidden ze zich door Europa. Een van hun voormannen was de bekende theoloog en pedagoog Jan Amos Comenius.

Hun nazaten kwamen in de achttiende eeuw terecht bij de jonge graaf Nikolaus Ludwig Von Zinzendorf, een vooraanstaand jurist aan het Saksische Hof en iemand met een grote evangelische bevlogenheid. Hij zag het als ideaal dat gelovigen zich in gemeenschappen aaneen zouden sluiten, waarin ze als in 'republieken van God' heel dichtbij elkaar en bij hun Schepper zouden leven. De eerste nederzetting in deze trant bouwden de Moraviërs op Zinzendorfs landgoed in het zuidoosten van Duitsland. Dat werd 'Herrnhut' (onder 's Heeren hoede).

Communeachtig

Aangevuurd door Von Zinzendorf trokken de broeders en zusters verder, om op belangrijke knooppunten in Europa soortgelijke evangelische kolonies te stichten. In Nederland streken ze aanvankelijk neer in Heerendijk bij IJsselstein, maar tegenwerking van de plaatselijke autoriteiten verdreef hen in 1746 naar Zeist, waar ze van de hen welgezinde Amsterdamse koopman Cornelis Schellinger het Slot en omgeving ter beschikking kregen.

Zeist zou tot grote bloei komen. In communeachtig verband leefden en werkten de broeders en de zusters en zo bouwden ze samen ook de pleinen. De kerk in het midden en de gemeente er vlak omheen omdat dagelijks leven en geloofsleven nauw verweven waren. Economisch ging het de gemeenschap voor de wind; die welvaart verschafte de basis voor de zending die zo belangrijk werd geacht. Hoe al deze activiteit in deze eeuw verminderde is een verhaal apart, dat zich hier niet kortweg vertellen laat.

Het is eind twintigste eeuw. De Hernhutters bestaan nog steeds, maar zelfs van de rijke liturgische traditie van Von Zinzendorf wordt steeds meer afgeknabbeld.

Zielen winnen

Er is veel om dankbaar op terug te kijken en de Broedergemeente laat geen gelegenheid daartoe onbenut. Is dat omdat de traditie alles is wat er nog rest? Ds. Reichel is zelf telg uit een geslacht van vier broers die zich in de achttiende eeuw bij de Unitas Fratrum voegden en die in elke generatie wel een predikant hebben voortgebracht. “Het gaat om de manier waarop je terugkijkt”, zegt hij. “Kun je die rijke geschiedenis vruchtbaar maken voor de situatie van nu.”

Hij ziet daarvoor wel mogelijkheden als de Broedergemeente aanknoopt bij haar sterke punten. “De onderlinge band, de grote betrokkenheid op elkaar kan in deze tijd van secularisatie en individualisme opnieuw zijn waarde tonen. En wat de zending betreft, nu het aloude 'zielen winnen voor het Lam' er niet meer zo bij is, kun je in deze multiculturele samenleving het zendingselan op een andere manier laten terugkomen.”

Verder benadrukt Reichel de oecumenische traditie van de Hernhutters. Vanouds zijn zij er nooit op uit geweest een eigen kerk te vormen. Altijd voegde men zich naar bestaande stromingen en bewegingen. In Duitsland heeft de Broedergemeente lutherse trekjes, in Nederland calvinistische. In de kerkorde worden naast elkaar belijdenissen uit diverse tradities genoemd: de Augsburgse confessie, de Barmer Thesen, de Boheemse belijdenis en geschriften uit de anglicaanse traditie.

De EBG kent ook de mogelijkheid van het dubbel lidmaatschap. Men kan tegelijk hervormd èn EBG-lid zijn. Die oecumenische instelling gaat opvallend genoeg samen met een sterke nadruk op de persoonlijke geloofsbeleving. Vrolijk piëtisme, waarvoor Von Zinzendorf de basis legde. Het is leven vanuit de Opstanding. Vandaar ook de overheersende aanwezigheid van de kleur wit in kerk en liturgie. Zinzendorf zette zich af tegen zwaarmoedig piëtisme: “Zo'n piëtist is een hinkende broeder. Hij legt hinkend de weg af die wij dansen.” “Ik wil niet beweren dat wij dat altijd doen, maar het is wel iets waar je naar toe wilt werken”, zegt Reichel.

'Dodenrijk, waar is uw overwinning?'

“Dood waar is uw prikkel? Dodenrijk, waar uw overwinning?” Uitdagend klinkt de vraag boven de nog verse graven. Achter de huizen is de zon opgekomen. “God zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Heer Jezus Christus.”

Paasmorgen in Zeist. Buiten begint het langzaam licht te worden. In de kerkzaal van de Evangelische broedergemeente zitten honderden mensen zwijgend bijeen. Om half zeven gaat de deur voorin de kerk open, ds. Chr. Reichel komt op een drafje binnen. “De Heer is opgestaan”, roept hij. De gemeente antwoordt: “Ja, Hij is waarlijk opgestaan.” En aansluitend zingt zij: 'Wees gegroet, gij eersteling der dagen'.

De dienst bestaat uit het reciteren van de geloofsbelijdenis, afgewisseld met gemeentezang en koorzang. De begeleiding komt van blazers en orgel. Na het 'Zo heb ik het eeuwige leven en Hij zal mij opwekken ten jongste dagen', gaat de gemeente naar buiten, waar de muzikanten zich hebben opgesteld bij de toegang van het Zusterplein. Achter hen formeert zich de stoet, vanaf beide ingangen van de kerk. Het is stil zoals op 4 mei. In de verte rijdt een auto, de vogels zingen.

Dan beginnen de blazers te spelen. Op de klanken van verschillende paasgezangen wandelen de kerkgangers het plein af, langs het Slot naar de begraafplaats, waar de Broedergemeente al vanaf 1747 haar doden neerlegt. Alle graven zijn identiek. Aan de noordkant liggen de broeders, aan de zuidkant de zusters. Op het nieuwste stuk, waar veel zerken met bloemen versierd zijn, gaat de viering verder. Ds. Reichel noemt de namen van hen die sinds Pasen vorig jaar gestorven zijn. Acht zijn het er. Hun namen staan voor alle geliefden die zijn voorgegaan.

Het zingen klinkt ijl in de ochtendkou. Na 'U zij de glorie' is de dienst ten einde. Iedereen wenst elkaar gezegende paasdagen. Broedergemeenteleden hebben nu een gezamenlijk paasontbijt; andere belangstellenden - en dat zijn er veel - gaan naar huis.

Overal ter wereld vieren de Hernhutters zo hun Pasen. “Het is altijd een bijzonder moment”, zegt ds. Reichel. “De geloofsbelijdenis lijkt wel eens te groot om zomaar in de mond te nemen. Maar als je daar staat en je roept 'Dood waar is uw prikkel?', dan word je even opgeheven boven je eigen ongeloof.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden