Broeder Daniel 1920-1998

AMSTERDAM - Hij werd 77 jaar geleden geboren als Oswald Rufeisen in een plaatsje in Zuid-Polen, niet ver van Krakow. Een gewoon jongetje in een gewoon Joods gezin, in niet zo gewone tijden. Zondag werd hij begraven als Broeder Daniel op de begraafplaats van de karmelieten in de Israëlische havenstad Haifa.

'Broeder Daniel' is ook de naam waaronder Israël hem leerde kennen, toen hij begin jaren zestig verhitte discussies opwekte en uiteindelijk in een van Israëls meest spraakmakende rechtszaken voor nieuwe rechtspraak zorgde.

Oswald Rufeisen was net twintig toen hij - het jaar is 1941 - door de Duitsers werd opgepakt. Oswald pretendeerde geen Jood te zijn en wist te ontsnappen. Niet voor lang. Zijn Duits was zo goed dat hij voorgaf Duitser te zijn en de Duitse politie hem rekruteerde als tolk. In die hoedanigheid wist hij tientallen, zo niet honderden Poolse Joden uit het getto van Mir van de ondergang te redden. Rufeisen ontsnapte weer en vond asiel in een klooster. Daar liet hij zich dopen en na de oorlog trad hij toe tot de orde van de karmelieten en werd Broeder Daniel, maar zijn oorsprong verloochende hij niet. Eind jaren vijftig stuurde zijn orde hem naar Israël, naar het karmelklooster Stella Maris op de berg Karmel. Het in de dertiende eeuw door de Kruisvaarders gebouwde klooster dient als hoofdkwartier van de orde.

Als Jood zou Rufeisen volgens de 'Wet op de Terugkeer' het recht hebben onmiddellijk bij voet aan wal Israëlisch staatsburger te worden. Die wet was speciaal in het leven geroepen om het specifieke karakter van Israël als Joodse staat te onderstrepen en de zogeheten 'inzameling der ballingen' te bevorderen.

Maar was Broeder Daniel nog wel Jood? Het Israëlische ministerie van binnenlandse zaken vond van niet en weigerde hem als zodanig te registreren. Broeder Daniel ging in beroep. Hij stelde dat zijn Joodse nationaliteit los stond van zijn christelijk geloof: hij was Jood én christen. Hij beriep zich daarbij ook op de Talmoed, op het Sanhedrien-tractaat dat zegt dat 'een Jood ook als hij gezondigd heeft, een Jood blijft'. De zaak sleepte zich voort en kwam tenslotte bij het Hooggerechtshof.

De rechters zagen zich voor een enorm dilemma geplaatst. Volgens de oude joodse wet, de halacha, was een ieder Jood die uit een Joodse moeder is geboren of tot het joodse geloof was overgegaan. Op zich een regel die ooit paste bij de Joden toen zij een stam waren: je werd er in geboren of je kon toetreden als je de regels aanvaardde. Dat de overdracht via de moeder plaatsvond was sociologisch ook verklaarbaar: de mannen hadden vaak meerdere vrouwen en de vrouw zorgde voor de opvoeding, dus voor het overbrengen van de normen en waarden. Ook toen eenmaal de secularisatie - vooral in het westen - toesloeg bleef de regel simpel, je was Jood door geboorte of door je te bekeren. En bij dat eerste deel deed het er niet toe of je je nu wel of niet aan de regels hield, of je nu wel of niet geloofde. Want zoals de rabbijnen het uitlegde: eenmaal als Jood geboren kon je afdwalen maar ook altijd weer naar het geloof terugkeren. Alleen ging in die opvatting 'afdwalen' niet zo ver dat je een ander geloof aannnam en beleed, zoals bij Broeder Daniel.

Bovendien, als de rechters hem als Jood erkenden, zouden zij daarmee allen die ooit tot het christendom waren bekeerd als Jood erkennen en de intentie van de zionistische wet onrecht doen. Het hof deed uiteindelijk met meerderheid van stemmen een zeer vergaande uitspraak, die tot op de dag van vandaag, 36 jaar later, omstreden is en bestreden wordt. De Wet op Terugkeer, stelden de rechters, was een wet van de staat en daarom niet per se identiek aan de bijbelse wetten, de halacha. Voortaan zou de definitie van 'wie is een jood?' voor de Wet op de Terugkeer bepaald worden door de historische visie dat het jodendom zowel een religie als een nationaliteit is. De juridische definitie luidde voortaan dat Jood is wie 'is geboren uit een Joodse moeder, of overgegaan is tot het jodendom en niet behoort tot een ander geloof'. Kortom, iemand kon niet Jood zijn op grond van zijn nationaliteit en christen op grond van zijn geloof. Broeder Daniel werd niet erkend als Jood. Hij bleef wel in Israël wonen, tot aan zijn dood, binnen de muren van het karmelklooster.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden