Broechien staat op geen enkele landkaart

Het plaatsje Broechien is illegaal, formeel bestaat het niet. Het begon met een paar containers, er werd een weg aangelegd, er kwam aansluiting op het elektriciteitsnet en de waterleiding, en daarna schoten de huizen uit de grond. Broechiens ontstaansgeschiedenis staat model voor de Israëlische kolonisering van de Westelijke Jordaanoever.

Broechien, zo verwijst het bord naar de nieuwe villawijk in hartje Westoever. Een wegwijzer naar Farha, het naburige Palestijnse dorp, ontbreekt. De weg naar Broechin is een vrij nieuwe asfaltweg en heeft zelfs een naam, de Elimelech-weg, naar een kolonist die hier is omgekomen.

Het kleine weggetje naar Farha is afgesloten met grote betonblokken, of beter gezegd: het dorp Farha is afgesloten; de nieuwe wegen op de Westoever zijn niet toegankelijk voor Palestijnen. Zij dienen slechts de kolonisten, die zo binnen een halfuur van en naar hun werk in Tel Aviv kunnen rijden.

Twee Palestijnse arbeiders zijn bezig aan de bouw van een nieuw huis in Broechien. „Hopelijk komt dat huis niet af”, zegt Dror Etkes. Hij is de waakhond van de Vrede-Nu-beweging, die al jaren probeert de bouw van nederzettingen en buitenposten tegen te houden. „Doorgaans tevergeefs”, erkent hij met een cynisch lachje.

Het villawijkje ligt er om elf uur ’s ochtends verlaten bij, het is een slaapwijk. De woningen hebben iets vreemds en het duurt even voordat doordringt wat het is: de bovenverdieping heeft geen ramen. Daar waar de kozijnen en de ramen horen te zijn is het keurig opgevuld met cement. „Dat is omdat de woningen in haast worden gebouwd, maar al wel met de mogelijkheid tot uitbreiding met een bovenverdieping. Nu dient die nog als vliering”, legt Etkes uit. Die haast is geboden omdat Broechien illegaal is, zelfs in Israëlische ogen. Tegen elk van de vijftig huizen is een sloopbevel uitgevaardigd.

Voor de internationale gemeenschap zijn alle nederzettingen die Israël op de Westoever heeft gebouwd illegaal. Maar Israël maakt onderscheid tussen ’legale’, door de overheid erkende nederzettingen en ’illegale’ nederzettingen en buitenposten die zonder toestemming zijn gebouwd. Broechien is ook in de Israëlische terminologie een illegale buitenpost. Formeel bestaat het plaatsje niet, het staat op geen enkele officiële landkaart aangegeven.

De sloopbevelen zijn deel van een schijnvertoning, zoals het grote bord bij de ingang van Broechien aangeeft. Er staat vermeld wie heeft ’geholpen’ bij de bouw, zoals het ministerie van woningbouw en andere overheidsinstellingen. Broechien is aangesloten op het elektriciteitsnet, op de waterleiding en voorzien van alle benodigde infrastructuur. Bij het begin van de toegangsweg houdt het leger de wacht.

Broechien vormt geen uitzondering. De wijk is een kleine schakel in de nieuwe werkelijkheid die Israël via de kolonistenbeweging op de Westelijke Jordaanoever nog dagelijks creëert. De geschiedenis van Broechien staat model voor de Israëlische kolonisering van de Westelijke Jordaanoever, waarbij de rechterhand de linker helpt en beide zich in onschuld wassen. Het begon met een paar containers die als huisvesting dienden voor een religieuze leerschool, er werd een weg aangelegd, er kwam aansluiting op het elektriciteitsnet, op de waterleiding. En ineens rezen de huizen als paddestoelen uit de grond. De verkoop verliep voorspoedig, want een huis in Broechien kost zo’n 100.000 euro, nog geen derde van de prijs voor eenzelfde huis, dertig kilometer verderop, in Tel Aviv.

Broechien past ook in de nieuwe realiteit van het afscheidingshek en de muur die Israël in de Westoever aanlegt. De kolonistenbeweging is als een razende bezig zich het gebied toe te eigenen dat ’binnen’ het hek valt – dat wil zeggen: het gebied tussen de grens en het hek.

De bouw in de Westoever gaat gepaard met de aanleg van een wegennet. In de discussies over de nederzettingen wordt het vaak over het hoofd gezien, maar de wegen vormen de ruggegraat van de Israëlische kolonisering. Zij doorklieven het land van noord naar zuid, van oost naar west en delen zo de Palestijnse gebieden op. Want de nieuwe hoofdwegen zijn grotendeels slechts toegankelijk voor de Israëliërs. De weggetjes van de Palestijnse dorpen die uitkomen bij de hoofdwegen zijn versperd met betonblokken en bergen gruis. Hoe meer het wegennet zich uitbreidt, des te ingrijpender zijn de beperkingen voor de Palestijnen.

Rondom de grotere Palestijnse steden staan steeds omvangrijkere controleposten en wegversperringen, die in niets onderdoen voor grote grensovergangen. Palestijnse mannen onder de 35 in het noordelijk deel van de Westelijke Jordaanoever mogen doorgaans nauwelijks hun gebied uit. Voor tienduizenden Palestijnen bestaat een deel van de dag uit wachten voor de wegversperring. Wat ooit een rit van een kwartier was, is nu een onvoorspelbare reis van op zijn best een uur of twee. „Soms lukt het me de universiteit te bereiken”, vertelt een Palestijnse student. „Soms ook niet.” Hij studeert aan de Al-Najah-universiteit in Nabloes en woont in een dorpje in de omgeving. Vaak blijft hij ’s avonds bij vrienden overnachten.

Die ochtend is het het gebruikelijke dringen bij de Hoewwara-controlepost ten zuiden van Nabloes. Op afstand heeft het iets bedrieglijks, kleurrijk door de kleine kraampjes met fruit en felgele taxi’s aan beide kanten van de controlepost. Via tourniquets en poortjes met metaaldetectors bereiken de Palestijnen de andere kant, te voet. Vanachter betonnen muurtjes en deels vanuit glazen kooien controleren soldaten de identiteitspapieren, met behulp van computers. Dagelijks passeren hier zo’n 6000 mensen.

Auto’s kunnen niet passeren, tenzij de chauffeurs een speciale Israëlische vergunning bezitten. Het goederenverkeer werkt veelal volgens de rug-aan-rugmethode: uitladen, de controle door, en weer inladen in een wagen die aan de andere kant gereed staat. Israël stelt dat de reisbeperkingen voor de Palestijnen nodig zijn om aanslagen te voorkomen en om de 250.000 kolonisten op de Westoever te beschermen. Verleden week kwam er een nieuwe restrictie bij: Palestijnen mogen voortaan niet meer zonder speciale toestemming in auto’s met Israëlische nummerplaten meerijden.

Op de terugweg naar Tel Aviv passeren we een laatste wegversperring. In de ene strook staat een lange rij Palestijnse auto’s. Een auto staat een beetje overdwars, waardoor onze chauffeur er niet langs kan op de lege strook die voorbestemd is voor Israëlische auto’s. Hij drukt op zijn toeter. De Palestijnse chauffeur voegt zich snel in zijn eigen strook.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden