Review

Bröcheler schittert in 'Walküre'

De 'Ring des Nibelungen' als cyclus. 'Voor drie dagen en een vooravond', zo luidt vertaald de ondertitel van Richard Wagners schepping. Alleen Nederland en Finland hadden onder de Europese landen met een echte opera-cultuur zo'n evenement nog niet weten te produceren. Met de viermaal gegeven cyclus gedurende de maand juni in het Muziektheater blijven we de Finnen net voor. Die zetten deze maand 'Götterdümmerung' op de planken van het mooie, enkele jaren oude operatheater in Helsinki. Dan staat hun 'Ring' (in regie van Götz Friedrich en muzikaal geleid door Leif Segerstam) klaar voor de cyclische weergave in 2000.

Die Finse 'Ring' is bezet met louter Finse zangers; alleen voor Brünnhilde staat een dubbele bezetting genoteerd, naast een Finse sopraan de Amerikaans/Duitse Karan Armstrong, echtgenote van de regisseur. De Finnen beschikken al decennialang over zo'n groot en uitstekend zangersreservoir, dat hun 'Ring' vocaal op hoog niveau uit eigen kweek kan worden ingevuld.

Onze eerste Nederlandse 'Ring' is vocaal bezet met stemmen uit alle windstreken. Wat niet wil zeggen dat het Nederlandse zangersaandeel ondergeschikt is. Integendeel. Met John Bröcheler als Wotan en Henk Smit als Alberich doen twee kanjers mee in kernrollen; zij zetten duidelijk een stempel op het succes van deze 'Ring' bij het publiek, zo bleek dinsdag (Vorabend) met 'Das Rheingold' en woensdag (eerste dag) met 'Die Walküre'.

Wanneer je eerst de vier opera's onder muzikale leiding van Hartmut Haenchen en onder regie van Pierre Audi als afzonderlijke elementen hebt meegemaakt, en weet dat in de grondige voorbereiding voor de cyclus het artistieke team de resultaten nog eens kritisch heeft getoetst, dan kijk en luister je met het gevoel: is er wat veranderd in de regie, hebben de vertolkingen meer diepte gekregen?

Natuurlijk noteer je dat in de uitdossing van de goden in 'Das Rheingold' Wotan ook een gestileerd, gladplastic-achtig haarstukje (rood) heeft gekregen. Het valt beslist op dat het koekiemonster dat vorige keer als draak werd opgevoerd, nu bestaat uit vervaarlijk slingerende en vuurtongen lekkende staarten, terwijl op de achtergrond twee autokoplampen als ogen fungeren, een theatereffect dat ontwikkeld werd voor 'Siegfried'.

En dan die enorme KNAL dinsdagavond op het moment dat Alberich zich in een pad ('Kröte' in Wagners beestenspul) veranderde. Vorige keer liet dirigent Haenchen met zijn rechterhand een superkikker huppelen over de loopbrug achter zijn rug; Wotan zette er zijn voet op en greep Alberich! Toen hilariteit; nu verstijvend publiek dat verschrikt keek naar twee dansende lichtjes en een enorme rookontwikkeling. Haenchen liet het orkest stoppen en gebukt rende een toneeltechnicus naar de plek des onheils ter zijde van de dirigent. Een verkeerd mengsel plofstof had de onbedoelde superknal en een schroeieffect opgeleverd. Na enkele minuten liet Haenchen het orkest weer verder spelen.

Maar je komt niet naar zo'n cyclus-presentatie voor de verschillen. Het gaat om het ervaren van de grote lijn in het verhaal: hoe goden hun macht zien ontglippen omdat oppergod Wotan twijfelt aan de dogma's waar onder anderen zijn echtgenote Fricka met furie-achtige hardnekkigheid (schitterend uitgedrukt door Reinhild Runkel) aan vasthoudt; hoe hij poogt de vrije mens (Siegmund; ondanks infectie aan de luchtwegen een indrukwekkende zingende John Keyes) te scheppen en de consequentie niet aandurft, wat hem in conflict brengt met zijn liefdesdochter Brünnhilde (Jeannine Altmeyer, prachtig in theatrale expressie maar vocaaltechnisch gehinderd in de Walküre-kreten), ontstaan uit een intieme relatie met de aardgodin Erda (wederom sublieme Anne Gjevang).

Zo ver zijn we; vanavond volgt 'Siegfried' en maandag 'Götterdümmerung'. Je zou wensen dat alle vier opera's naar Wagners idee op aansluitende dagen worden uitgevoerd. Pas dan ontplooit zich op de indringendste wijze Wagners schepping in de grootse, de maten van de ogen te buiten gaande decors, beeldende kunst in de vorm van 'installaties'.

In ieder geval kwam de rol van Wotan in perspectief te staan door de opvolgende avonden, mede door de sterke vertolking van John Bröcheler. De dreigend-tedere waarschuwing van Erda ('Weiche Wotan') in 'Das Rheingold' voelde je doorwerken in Wotans woedende discussie met Brünnhilde in 'Die Walküre'. Die botsing, prachtig omgebogen door Brünnhilde die zich terugvecht uit haar vernedering (instrumentaal ingekleurd met basklarinet en althobo en psychologisch perfect getroffen door Wagner), werd door Bröcheler schitterend ingevuld. Hij zong met de ziel op zijn stembanden, op meesterlijke wijze begeleid door het Nederlands Philharmonisch Orkest en dirigent Haenchen. Hier werkte de gestileerde regie van Pierre Audi maximaal, van de starstijve oppergod Wotan in zijn afwijzing van zijn 'Wünschmaid' tot de tedere kus van vader Wotan op de lippen van zijn beminde dochter. Grandioos. Daar hoeven we beslist niet voor naar Finland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden