'Britten zullen altijd koeltjes zijn over EU'

Premier Cameron krijgt het moeilijk om de Britse eurosceptici over te halen. Journalist John Peet, veteraan van The Economist, legt uit waarom de Britten nog lauwer dan andere Europeanen zijn.

To Brexit or not to Brexit, daar gaat het de komende tijd over, in de aanloop naar het referendum van 23 juni. Premier David Cameron moet luidkeels campagne voeren om de Britten in de EU te houden. Daarbij moet hij heftige tegenstand overwinnen van prominente partijgenoten als Londens excentrieke burgemeester Boris Johnson, en van Michael Gove, de bedachtzame en invloedrijke minister van justitie. Camerons eigen tweeslachtigheid maakt het voor hem nog moeilijker om zijn boodschap te verkopen.

Interessante tijden, zeker voor politiek journalisten in Groot-Brittannië. John Peet (61) is één van de meest prominente schrijvers voor The Economist, het tijdschrift dat zich al sinds zijn oprichting in 1843 hardmaakt voor de klassiek liberale beginselen en de vrije markt als hét medicijn tegen economische problemen in de wereld.

Voor Peet heeft dit referendum een extra lading. Hij was jarenlang correspondent in Brussel, waar hij de Europese instituties van binnenuit leerde kennen, en ook leerde begrijpen waarom de Britse en de Brusselse werkelijkheid zo vaak botsen. In die tijd vulde hij wekelijks de Charlemagne-column, die altijd over Europa gaat. Ook schreef hij een kritisch boek over de aanpak van de eurocrisis: 'Unhappy Union'. "In Brussel vonden ze mij eurosceptisch, en in Londen was ik een eurofiel", zegt hij vanachter zijn bureau op de Economist-redactie in de chique Londense wijk Mayfair.

Is Cameron aangeslagen door het vertrek van Gove en Johnson naar het Brexit-kamp?

"Nou, hij heeft een paar heel zware dagen achter de rug. Hij had het gevoel als overwinnaar uit Brussel terug te keren. Hij had er een soort status aparte uitgesleept, waarvan hij dacht: daarmee overtuig ik niet alleen een meerderheid van het Britse volk, maar hou ik ook menig euroscepticus binnen mijn eigen partij binnenboord. Maar het tegendeel is waar. Dit zag hij niet aankomen. En zie wat er gebeurde toen Johnson bekendmaakte dat hij voor het Vertrekken-kamp campagne zal voeren. Het pond verloor pijlsnel zijn waarde, tot het laagste punt in zeven jaar ten opzichte van de dollar. Daaraan merkte je direct hoeveel impact een Brexit straks kan hebben. Die onzekerheid speelt op de financiële markten nu al een grote rol."

Wat moet Cameron voor campagne voeren, wil hij het referendum winnen?

"Het is voor hem heel belangrijk dat het de komende tijd niet meer over al die details gaat die hij in Brussel heeft uitonderhandeld. Nee, hij moet zorgen dat het straks gewoon gaat over de vraag op het stembiljet: in de EU blijven of vertrekken? Je hoorde het Cameron afgelopen week al zeggen. Uittreden is een sprong in het duister, niemand kent de gevolgen. Daar zijn denk ik veel Britten uiteindelijk heel gevoelig voor.

Partijen als Labour, Liberal Democrats en de Schotse SNP zijn nu even vrienden: zij willen EU-lid blijven. Cameron heeft meer te stellen met zijn eigen Conservatieve Partij. Waarom is die partij zo eurosceptisch?

"De partij is daar al jaren over verdeeld. Ze is nou eenmaal een brede koepel van conservatieve stromingen, van oer-conservatieven tot de meer sociaal-liberalen.

"Wel onthult dit referendum hoe diep de verdeeldheid is. En dit referendum zal daar ook geen einde aan maken. Want stel dat de Britten ervoor kiezen om in de EU te blijven, dan nog blijven de eurosceptici in de fractie - bijna de helft van de Conservatieve Lagerhuisleden- hun scepsis uiten.

Dit referendum lost dus misschien wel voor een tijdje het probleem op of de Britten in de EU blijven of niet, maar de verdeeldheid binnen de Conservatieve Partij absoluut niet. Europa blijft haar achilleshiel."

Wanneer begon die euroscepsis?

"Eind jaren tachtig, toen Margaret Thatcher van haar troon werd gestoten, mede omdat ze zo vijandig was geworden tegen Europa. Haar opvolger, John Major, was zeker geen eurofiel, maar wel degelijk pro-EU. Dat zette kwaad bloed bij de eurosceptici, die toen al tot hoog in de partij veel invloed hadden."Onder diens leiderschap was het Verdrag van Maastricht groot in het nieuws. Toen de Denen per referendum ratificatie van dat Verdrag en deelname aan de euro afwezen, werd ook bij de Conservatieven de roep om een referendum groot.

Maar in 1997 verloren de Conservatieven de verkiezingen en werd Tony Blair premier.

"Pas in 2010 wonnen de Conservatieven onder Camerons leiding weer de verkiezingen. En hij wist: dit probleem over het referendum moet nog worden opgelost."

En daar kwam nog de opkomst van UKIP bij, de UK Independence Party onder leiding van Nigel Farage. Die maar één ding wil: uit de EU.

"Zeker. Ze werden in 2014 de grootste partij bij de Europese verkiezingen, en haalden ook bij de verkiezingen vorig jaar bijna 4 miljoen stemmen. Door het districtenstelsel betekende dat slechts één zetel, wat niet wil zeggen dat die partij niet populair is. Mede daardoor voelde Cameron zich gedwongen dit referendum uit te schrijven. In de hoop voor eens en voor altijd een einde te maken aan dit thema.

"23 juni zal niet de eerste keer zijn dat de Britten in een referendum kunnen stemmen over het EU-lidmaatschap. In 1975 was er ook een over toetreding tot de toenmalige EEG. 67 procent van de Britten stemden toen voor."

Was de sfeer rondom dat referendum te vergelijken met nu?

"Er zijn zeker overeenkomsten. Ook toen zag je de uiterst rechtse vleugel van de Conservatieve partij samenwerken met de uiterst linkse vleugel van Labour om uit de EEG te blijven. En de gematigder vleugels van beide partijen vonden elkaar juist in de behoefte om toe te treden. Dus ook toen was het al een partij-overstijgend thema. En ook toen vroeg men zich af in hoeverre ons parlement in Westminster soeverein is; of wij als Britten in ons parlement, het oudste democratische parlement ter wereld, onze eigen wetten maken, zelf de controle hebben over onze eigen grenzen, of dat Brussel dat doet.

"De campagnes van 2016 zien er wel heel anders uit. Het bedrijfsleven speelt nu een veel grotere rol. We hebben hier vele multinationals, die met de EU zaken doen. En de EU ziet er natuurlijk totaal anders uit. Met 28 lidstaten en met veel meer invloed. Dat heeft het Britse enthousiasme voor de Unie bepaald geen goed gedaan."

Met wat voor idee ging u als correspondent naar Brussel, eind jaren negentig?

"Ik ben zelf altijd pro-EU geweest. Ik zat er tijdens de ratificatie van het Verdrag van Maastricht (1993, red.) en de BSE-crisis (1996, de gekkekoeienziekte). Ook toen was al duidelijk hoe anders de Britten naar Europa kijken. Ik merkte het vorige week ook weer tijdens de Eurotop, waar ik bij was. Hoezeer de irritatie in Brussel leeft dat de Britten maar blijven zeuren over hun eigen relatie met de EU, terwijl er zoveel grotere belangen op het spel staan. De vluchtelingencrisis, het Schengen-verdrag.

"Dat is iets wat blijft. Het Britse enthousiasme over Europa zal altijd koeltjes zijn. We zitten in de Unie omdat het beter is voor onze economie - allemaal heel pragmatisch. Dat is ook nu het belangrijkste argument in het pro-EU-kamp. Er heerst hier nou eenmaal totaal geen familiegevoel, een Europese familie waar we bij willen horen. Ik bespeur ook geen enkel idealisme over het Europese project en wat er allemaal bereikt is in de afgelopen zestig jaar."

Dat is ook wel wat The Economist zijn lezers voorhoudt. Jullie schrijven zelden enthousiast over de EU, maar concluderen altijd dat het beter is het Britse lidmaatschap niet op te geven.

"The Economist is pro-EU; de voordelen voor de Britten om in de EU te blijven zijn groter zijn dan die van er uitstappen. Maar kritisch zijn we wel: het antwoord op de vluchtelingencrisis blijft uit, men trok in de eurocrisis niet samen op en veel andere problemen zijn ook nog steeds niet opgelost. Bovendien is er weinig vooruitgang geboekt over de interne markt de afgelopen jaren, waardoor de Europese concurrentiekracht onder druk staat. Daar probeerde Cameron in zijn onderhandelingen wat aan te doen: hij wilde substantiële hervormingen. Dat is hem maar voor een deel gelukt."

Waarom hebben de Britten van huis uit zo'n andere houding tegenover Europa?

"Dat komt echt door de geschiedenis. Kijk naar de achtergrond van al die andere EU-leden. Of ze zijn in de Tweede Wereldoorlog bezet geweest door de Duitsers, of ze hebben decennia achter het IJzeren Gordijn geleefd. Of neem de Zuid-Europese landen: die zijn lang bestuurd door dictators. De EU was voor al die landen onderdeel van het proces om een vrijer, democratischer en moderner land te worden. En daardoor is het in veel andere lidstaten onderdeel van de identiteit geworden om juist ook onderdeel van de EU te zijn.

"Groot-Brittannië is het enige land in Europa zonder zo'n geschiedenis. We zijn nooit bezet geweest, kwamen als overwinnaar uit de Tweede Wereldoorlog, onze democratie heeft de afgelopen eeuw niet onder druk gestaan en daardoor is er hier nooit een emotionele band ontstaan met het Europese project. Sterker nog, van begin af aan hadden we het gevoel dat we onze democratische waarden en soevereiniteit juist moesten afgeven aan Brussel."

Dus er komt nooit een Britse premier die zegt: ik wil een Verenigde Staten van Europa?

"Vergeet het maar. Zelfs Tony Blair, de meest pro-Europese premier die we de afgelopen decennia hebben gehad, haalde het niet in zijn hoofd om zoiets te zeggen. Hij wist dat hij zich altijd moest opstellen alsof hij voor de Britse belangen vocht. Zo werkt het gewoon."

Peet verwacht dat een kleine meerderheid Cameron zal volgen en vóór het Britse EU-lidmaatschap stemt. "Maar het is absoluut geen gelopen race. Het wordt ongelooflijk spannend want het is geen enorm sterke, emotionele boodschap die hij uitdraagt. Bij het Schotse referendum in 2014 hoorden we Cameron wel zeggen dat het emotioneel vreselijk was als het Verenigd Koninkrijk zou breken. Een argument waar veel Schotten gevoelig voor bleken. Zoiets zal hij nooit over de EU zeggen.

"Cameron heeft nog een ander probleem. Hij begon als een eurosceptisch partijleider, hij heeft jarenlang aangeschopt tegen Europa, Brussel, en alles wat met de EU te maken heeft. En de komende vier maanden moet hij dat project juist verdedigen. Dat is nogal een draai, die niet iedereen heel geloofwaardig zal vinden."

Wie is John Peet

John Peet (1954) is econoom en redacteur van The Economist. Hij begon zijn loopbaan als ambtenaar, op het ministerie van economische zaken en daarna op het ministerie van buitenlandse zaken.

In 1986 ging hij bij The Economist aan de slag. Hij was correspondent in Washington en in Brussel van 1996 en 1999. Tussen 2002 en 2015 was hij chef van de Europaredactie en commentator. Hij is co-auteur van diverse boeken over Europa: 'The Frontiers of Europe' (2011), 'The Foreign Policy of the European Union' (2012) en 'Unhappy Union: how the euro crisis - and Europe - can be fixed' (2014). In dat laatste boek breekt hij een lans voor hechtere economische, financiële en politieke samenwerking in de Europese Unie, en hekelt hij het Franse verzet tegen economische hervormingen.

Sinds vorig jaar richt hij zich bij The Economist weer op de Britse politiek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden