Britten stoppen direct hulp aan zestien landen

De Britse regering stopt de ontwikkelingshulp aan zestien landen, bevriest de hulp aan India, maar geeft meer aan een kleinere groep.

Het hele ontwikkelingsbudget van minister Andrew Mitchell blijft op hetzelfde niveau - 0,7 procent van het nationaal inkomen. Maar Rusland, China, Vietnam, Bosnië, Servië en Irak moeten het voortaan doen zonder de financiële steun van Groot-Brittannië. Ethiopië, Nigeria, Bangladesh, Pakistan en Congo krijgen daarentegen meer geld. De komende vier jaar zal het aantal donorlanden tot een derde van het huidige worden beperkt. De ponden gaan voortaan vooral naar de allerarmste landen. Vietnam en Bosnië en India zouden de armoede zijn ontgroeid. Door zich op minder landen te richten, krijgt de Britse belastingbetaler 'meer waar voor zijn geld', zo legt Mitchell de maatregel uit.

De coalitie van premier David Cameron (Conservatieven) en Nick Clegg (Liberaal-Democraten) wil tegemoet komen aan de sceptische blik van het publiek, dat zich afvraagt waarom er zoveel geld overzee gaat en niet in het eigen, door de crisis getroffen, land wordt gestopt.

Het beleid lijkt een trendbreuk met dat van de regeringen van Gordon Brown en Tony Blair. Labour had armoedebestrijding hoog in het vaandel. Maar alleen al uit de toejuichingen vanuit de oppositiebankjes blijkt dat schijn bedriegt. De Labourkabinetten waren al gestopt met de hulp aan Latijns-Amerikaanse landen, en ook het besluit om zich terug te trekken uit China en Rusland was al in 2007 genomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden