Britse vader en zoon werken voor het eerst samen bij een Nederlands operagezelschap.

Het is de eerste keer dat ze samenwerken - de Langridges. Philip, tenor, en zijn zoon Stephen, operaregisseur, werden door de Nationale Reisopera professioneel aan elkaar gekoppeld voor Benjamin Brittens hallucinerende 'The turn of the screw'.

Een paar weken zijn ze nu samen aan het werk bij de Nationale Reisopera. De succesvolle enscenering die Stephen Langridge in 2002 van Benjamin Brittens 'The Turn of the Screw' realiseerde, wordt door de Reisopera hernomen met Philip Langridge in de rol van Peter Quint. De première is vanavond.

Langridge's productie werd destijds door de pers uitvoerig geprezen en kreeg een opvallende muzikale invulling van het Schönberg Ensemble onder leiding van Reinbert de Leeuw - vroeger een verklaard Britten-hater. Een paar van de oorspronkelijke zangers keren terug en het is fantastisch voor de Reisopera -en voor de operaliefhebber- dat Philip Langridge de rol van Quint, die hij elders al eerder zong en ook voor cd opnam, in zijn zoons productie wilde zingen.

In schouwburg Orpheus in Apeldoorn schalt die karakteristieke Langridge-tenor door de lege zaal. Je herkent hem uit duizenden: hoog, prettig nasaal en onder de huid kruipend. Precies het soort stem dat Langridge geschikt maakt voor rollen als Quint, vorst Sjoejski in Moessorgski's 'Boris Godoenov', Aron in Schönbergs 'Moses und Aron' of Loge in Wagners 'Das Rheingold'. Ook voor kleinere rollen haalt de zanger zijn neus niet op; laatst was hij op televisie nog te zien als een heerlijk kuipende Basilio in 'Le nozze di Figaro' in de nieuwe Covent Garden-productie met Antonio Pappano.

In Apeldoorn is deze middag een doorloop van verschillende scènes. De voorbereidingen zijn in de eindfase, de première ligt nog een week in het verschiet. De sfeer is rustig, bedaard. Da's wel eens anders tijdens dit soort repetities. Toch hebben de zangers en het artistieke team na afloop lang nodig om her en der puntjes op de i te zetten. Als dat voorbij is, nemen regisseur en dirigent nog ruim de tijd voor elkaar. Philip Langridge is klaar en schuift alvast aan om het gesprek te beginnen. In afwachting van zijn zoon hebben we het eerst maar eens over zijn stem en over het typerende van dé Britse tenor.

“Ik weet eerlijk gezegd niet of er zo'n type zanger bestaat“, zegt Langridge na enig nadenken. “Er zijn natuurlijk wel van die tenoren die voortkomen uit onze beroemde college choirs, maar die zingen naar mijn smaak te veel achter in de keel.“ Langridge geeft er zingend een voorbeeld van. “Maar dat bedoel je waarschijnlijk niet. Jij hebt het over Peter Pears, dé Britse tenor, icoon, én de levenslange partner van Britten, voor wie hij al zijn grote rollen schreef. Pears is een probleem. Of eigenlijk: Pears is een probleem geweest; het wordt minder. Pears is natuurlijk een groot zanger geweest, zonder twijfel. Ik heb met hem en Britten samengewerkt en dat was een droom. Maar Pears had een stem waar je pas na een tijd aan wende.“ Het geluid dat hij voortbracht deed denken aan de stem van Brittens moeder, zoals de componist meerdere malen opmerkte.

“Da's een gek statement, toch? Een tenor die klinkt als de stem van iemands moeder. En doordat Britten alle tenorpartijen in zijn opera's voor zijn vriend schreef, ook deze Quint die ik nu zing, heb je als zanger al snel het idee dat het beter is om zo goed mogelijk in de stijl van Pears te zingen. Maar dat is een onmogelijkheid. Er zijn echt zangers over gestruikeld. Het was bijzonder moeilijk voor Britse tenoren in het Pears-tijdperk. Zo iemand als Richard Lewis was een fabelachtig zanger, maar hij had lang niet het succes dat hij verdiende vanwege Pears' slagschaduw. Ik zong in het begin wel muziek van Britten, maar niet al te veel. Nu is dat veel meer. Ik kan mij helemaal niet identificeren met Pears' stem, hoewel hij, ik zeg het nogmaals, een uitzonderlijk artiest was. Je moet altijd jezelf blijven, goed kijken naar de muziek en die uitvoeren op jouw manier.“

Stephen Langridge schuift aan. Vader en zoon kijken elkaar aan en zien allebei de volgende vraag van ver aankomen. Hoe is het om als vader en zoon zo nauw samen te werken? “We hebben de samenwerking denk ik bewust uitgesteld“, zegt Stephen, en zijn vader knikt. “En misschien heeft men ons niet samen uitgenodigd omdat men problemen verwacht tussen samenwerkende familieleden. Toen ik nog regie-assistent was, zou ik het ook nooit gedaan hebben; dan zouden de relaties tussen mij, mijn vader en de regisseur te zeer vertroebeld kunnen raken. Maar het voelt nu heel logisch. Eindelijk. De Reisopera heeft ons deze mogelijkheid geboden. En het voelt ook helemaal niet alsof we het voor de eerste keer doen.“

Vader Langridge beaamt het en zegt: “Het gaat heel goed, omdat de constellatie goed is. Als ík de regisseur was geweest en Stephen de zanger, dan had het volgens mij niet zo goed gewerkt. Dan krijg je toch meer het vader-zoongedoe, waarbij de vader-regisseur zegt wat de zanger-zoon moet doen. En de samenwerking krijgt een prachtig vervolg. In 2008 doen we in Covent Garden in Londen samen de wereldpremière van 'The Minotaur' van Harrison Birtwistle.“

Zoon Stephen regisseert al een tijd opera's. Hij voelde geen weerstand om het vak in te gaan, hoefde zich niet tegen zijn vader af te zetten. Integendeel. Net als zijn zusters ging hij de muziek in, speelde een tijdlang hoorn, maar bekwaamde zich al snel in drama en muziektheater.

Opera kreeg hij met de paplepel ingegoten, al duurde het lang voordat hij zijn vader echt op het toneel zag. Ze zeggen dat ze elkaars gedachten kunnen lezen en dat ze ideeën over esthetiek, intentie en verbeelding delen.

“Uiteraard is dit een bestaande productie“, zegt Stephen, “de vormen en ontwerpen waren er al. Het uitgangspunt was bekend, en toch heb ik geprobeerd om opnieuw te beginnen. Niet alleen mijn vader is nieuw in de productie, maar ook een paar andere zangers. Als je in de keuken een favoriet recept klaarmaakt, smaakt het toch elke keer net iets anders. Zo voelt het nu ook. Ik heb het gevoel dat ik alles veranderd heb. Het team hier wil experimenteren, nieuwe dingen ontdekken. Ik ben begonnen met opnieuw het stuk door te lezen met elkaar. Stel je open, gun jezelf om opnieuw verrast te worden.“

“Daarom wil ik graag samenwerken met Stephen“, zegt Philip Langridge. “Die openheid en onbevangenheid spreken me erg aan. Wat weer niet betekent dat we het altijd met elkaar eens zijn. Stephen vindt bijvoorbeeld dat Britten met opzet geen duiding of uitleg geeft. Dat is juist de kracht van het stuk, zegt hij. Ik twijfel. Ik heb zo'n vijfentwintig jaar met de rol van Quint geleefd en ik weet zeker dat Britten de antwoorden op de vragen in het stuk kende. Die hele wereld van geesten? Zou Britten deze opera hebben geschreven als hij nu leefde? Als pacifist en homoseksueel leefde Britten in een voor hem afschuwelijke tijd. Ik ben ervan overtuigd dat hij zichzelf haatte en dat hij uitingen zocht voor de wanhopige passies van zijn bloedende hart.“

“Maar hoe ambigu ook, 'The Turn of the Screw' is een groots kunstwerk. Ik vind het Brittens beste opera, beter nog dan 'Peter Grimes'. Het gaat verder dan Brittens eigen verbeelding en weerspiegelt zich vervolgens in de verbeelding van ons allemaal.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden