Brit bereid te dokken voor betere zorg

Het lijkt erop dat de griepgolf die Groot-Britannië teistert, voor de regering-Blair als een soort blessing in disguise komt. De regering kan met een beroep op de acute nood -ziekenhuizen en mortuaria overvol, artsen en verpleegkundigen overwerkt- de bevolking voorhouden dat er financiële offers nodig zijn om de Britse staats-gezondheidszorg uit het moeraste trekken.

Meer geld is een ad hoc-reactie op een probleem dat er al heel lang ligt. Al sinds jaar en dag ligt de National Health Service (NHS) onder vuur. Lange wachtlijsten, een enorm tekort aan ziekenhuisbedden, gebrek aan artsen en verplegend personeel, en -mede daardoor- beroerde omstandigheden in de staatsziekenhuizen. En voor elk van deze punten geldt het woord chronisch.

In mei 1997, na de verkiezingsoverwinning van Tony Blairs New Labour, gloorde er hoop dat de NHS weer het paradepaardje van de Britse samenleving zou gaan worden, zoals bij de geboorte, bijna vijftig jaar eerder.

In de achttien jaren Tory-regime die aan het tijdvak-Blair voorafgingen, maakte de overheid niet meer dan het minimaal noodzakelijke geld vrij voor deze icoon van socialistisch collectivisme. Waardoor de NHS in de versukkeling geraakte.

In februari '98, nog geen jaar na aantreden van het kabinet-Blair, lanceerde de regering een offensief om de NHS nieuw leven in te blazen. Onder de titel Our Healthier Nation (onze gezondere natie) publiceerde toenmalig minister van volksgezondheid Frank Dobson een ambitieus witboek dat beoogde'de onderliggende oorzaken van de slechte staat van de gezondheidszorg' aan te pakken.

Niet alleen de zorg in engere zin, ook de oorzaken (armoede, werkloosheid, slechte huisvesting) zouden in de aanpak betrokken worden. De vier belangrijkste terreinen waarop de regering extra actief wilden worden waren de preventie van en zorg bij hartziekten en beroertes, verkeersongelukken, kanker en psychische ziekten. Miljarden extra werden in de NHS gepompt, maar zoals bij vrijwel elke zorgsector, bleek ook de National Health Service een rupsje-nooit-genoeg. Hoeveel geld ervoor werd vrijgemaakt, het was altijd te weinig. En te laat. De wachtlijsten bleven groeien.

Op 5 juli 1948 zag de NHS het levenslicht. Minister van volksgezondheid Nye Bevan sprak trots van de ,,de grootste prestatie van hedendaags beschaafd bestuur''. Het simpele principe achter Bevans geesteskind was dat gezondheidszorg kosteloos was, en gefundeerd op behoefte, niet op koopkracht. Vanaf nu zouden de beste medicamenten ter wereld geheel gratis beschikbaar zijn voor ouderen, armen. Nou ja, gratis, de regering betaalde alles, dus de belastingbetaler droeg de kosten.

De NHS begon met 2751 ziekenhuizen over heel Groot-Brittannië met in totaal 533000 bedden -waaronder enorme zalen in psychiatrische inrichtingen. Vijftig jaar later was de NHS opgedeeld in 450 kartels die de bedden beheren, waaronder 110000 bedden voor acute zorg. In '48 waren er in Groot-Brittannië 19000 artsen, die elk 3000 patiënten moesten behandelen. Een halve eeuw later waren dat er 29400, ieder met een 'praktijk' van 1900 patiënten. Het aantal verpleegsters/verplegers en kraamverzorgsters groeide nog harder, van 125752 in 1948 tot 246000 in 1988.

Lang heeft Bevan niet van zijn paradepaardje genoten. De kosten rezen al snel de pan uit, de regering vorderde in 1951 van de cliënt de helft van de tandheelkundige zorg en één pond voor NHS-brillen, en Bevan trad woedend af vanwege deze breuk met het basisbeginsel van de NHS.

Maar de gesocialiseerde NHS was aanvankelijk een succes, en zeker in de jaren vijftig en zestig een instituut waar de rest van de 'beschaafde wereld' jaloers op kon zijn, en ook was. Groot-Brittannië werd wereldleider en koploper op gebied van effectieve, moderne zorg, of het nu ging om echoscopieën voor zwangere vrouwen, nierdialyse en -transplantatie, hart-long machines, heupvervanging, hart- en levertransplantaties, couveuses, chemotherapie.

Maar uiteindelijk deed bij de NHS de 'wet van de remmende voorsprong' zich gelden. In de eerste decennia na '48 kon Groot-Brittannië er nog op bogen dat de NHS uniek was, met zijn universele totaalpakket aan alles en iedereen, door de gemeenschap betaald. Nu kunnen veel geïndustrialiseerde landen hetzelfde zeggen, bij een -soms beduidend- hoger nivo van zorg.

Engeland kent, na de doorbraak in de jaren '60, nu de minste hartoperaties van bijna alle ontwikkelde landen. En de Britse bevolking is bepaald niet de meest gezonde.

De gezondheidszorg is in alle peilingen steevast het belangrijkste politieke item onder Britse kiezers. Geen wonder dat Blair en de zijnen er alles aan gelegen is om de NHS weer nieuwe glans te geven. Maar daarvoor valt nog heel wat werk te verstouwen, en dat zal niet gaan zonder belastingverhoging.

De kiezer heeft het er voor over: De voorgestelde verlaging van de inkomstenbelasting met één penny per pond mag wat de Britten betreft afgeschaft worden, het geld kan beter besteed worden aan het opkrikken van de NHS. Dat vindt 76 procent van de ondervraagden, 75 procent van de Labour-aanhang en liefst 80 procent van de Tories.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden