Bril gokt goed met razendsnelle barragerit

AMSTERDAM - Een barrage bij een springconcours heeft wel iets van een Russische roulette. Wie in het eerste deel van de wedstrijd nog voorzichtig zijn paard over de hindernissen kan sturen, krijgt in de barrage met een extra eis te maken: tijd. De snelste wint, maar mag geen fouten maken. En wie geen fouten maakt, kan door te voorzichtig rijden te langzaam zijn en de hoofdprijs missen. Wie wil winnen, moet dus risico's nemen.

FRED TROOST

Roelof Bril was gisteren op Jumping Amsterdam daartoe bereid. Hij startte als tweede in de barrage van elf deelnemers en moest derhalve een scherpe tijd neerzetten. Een tijd die zo snel was dat de volgers hem wel als richttijd konden nemen, maar zich er ook op stuk zouden bijten. En dus ging Bril er als een bezetene vandoor, scheurde hij met Burggravin als een wilde tornado over het parcours. Bril nam de bochten scherper, hij benutte de stukken tussen de hindernissen, waar dat kon, voor galop en nam de laatste hindernis met een riskante sprong in volle ren. Zijn tijd was 35.89 en de negen die na hem het parcours aflegden, kwamen daar niet meer aan.

O zeker, ze probeerden het wel. Zoals Wout-Jan van der Schans, maar die sneuvelde al snel en beëindigde de barrage als laatste. Jos Lansink begreep dat Brils tijd voor hem onhaalbaar was, reed op safe en pikte de vierde prijs (elfduizend gulden) mee. De Zwitser Beat Mündli, vorige week nog winnaar in Berlijn, nam wel risico's, was zevenhonderdste seconde eerder over de finish, maar zijn Pozitano tikte onderweg een balk uit de lepels en werd zesde. Eric van der Vleuten waagde ook een kans, maar durfde de gewaagde galoppades niet aan en moest bijna anderhalve seconde inleveren. Hij werd derde. En de laatste in de rij, de ervaren Michael Whitaker, zag zijn couppoging beëindigd toen hij een fractie te kort aansneed op de muur, wat hem een weigering van Ashley opleverde.

Bril was na afloop van de wedstrijd blij en beduusd. Jumping Amsterdam was de grootste wedstrijd die hij ooit won. Nooit eerder streek hij dertigduizend gulden op in één wedstrijd. “Als tweede starter moet je alles wagen. Ik wist dat ik vrij snel was, dus ik hoopte dat het genoeg was. Maar zeker ben je nooit.” Hij had het parcours moeilijk gevonden: “Hindernis drie B was een hoge oxer en op het eind was de lange lijn met wisselende afstanden tussen de hindernissen lastig, zeker met die muur erin.” De muur was echter geen scherprechter; er sneuvelden maar drie van de 37 gekwalificeerde ruiters. De op het oog onschuldige laatste hindernis, een steilsprong van één meter zestig bleek een linkere barrière: voor acht ruiters ging het hier mis.

Jumping Amsterdam trok in de afgelopen dagen ruim zestigduizend toeschouwers. Het evenement is een klassieker met de doelstelling: 70 000 bezoekers in 2000. De kijkers van gisteren hadden met een Nederlandse winnaar een mooie middag, maar er mag niet worden vergeten dat te veel grote ruiters ontbraken. Hugo Simon, Rodrigo Pessoa, Franke Sloothaak, de gebroeders Beerbaum, Willi Mellinger, Nick Skelton, om er maar een paar te noemen. Zij verkozen het concurrerende concours van Stuttgart, dat volgens de ruiters één van de beste in Europa is en dat in ieder geval meer prijzengeld oplevert. De Amsterdamse organisatie kan daar weinig tegen doen. Voorzitter Kees de Ruiter: “Wij hebben Jumping Amsterdam vastgesteld op een vrije datum. Pas veel later hoorden we dat Stuttgart ook een concours organiseerde. De internationale springsport-organisatie kan daar niet tegen optreden.” Integendeel, getuige de ervaring van Jos Lansink. Hij werd deze week gebeld met de vraag (of beter: een bevel) naar Stuttgart te komen. Weigerde hij, dan zou hij volgend jaar niet geïnviteerd worden. De Nederlander verkoos Amsterdam onder het motto: ik zorg er voor dat ze volgend jaar niet om me heen kunnen. En anders is het jammer.

Lokale organisaties kunnen in de paardensport hun gang gaan. Het totaal aan prijzengeld beslist wel over de impact van het concours. Daaruit blijkt dat de Wereldbeker-competitie niet meer voldoende aanslaat, althans motiveert. Ook al hield de nummer twee van Amsterdam, Markus Fuchs, een hartverwarmend pleidooi. “De Wereldbeker is in de winter het belangrijkste. Als je daar niet bij bent, maak je een verkeerde keus.” Voor de professionals heeft het geld echter de eerste prioriteit.

Nu heeft de Wereldbeker aan aanzien moeten inleveren sinds Volvo als sponsor is afgehaakt. De winnaar van een WB-wedstrijd krijgt niet altijd meer een auto. Een nieuwe sponsor is er nog niet. Max Amman, directeur van de Wereldbeker, weet waarom. “Internationale bedrijven hebben de angst dat zij niet ieder filiaal mee kunnen krijgen. Volvo had dat probleem ook; er waren filialen die weigerden mee te werken, bijvoorbeeld in Griekenland.” Toch is voor de komende jaren de Wereldbeker gegarandeerd, aldus Amman. In 1999 en 2000 komt de finale in G"teborg, in 2001 in Las Vegas. Dat ligt vast.

Door zijn winst in Amsterdam maakt Bril een enorme sprong in het klassement van de Wereldbeker. Maar of hij daar iets mee doet? Gevraagd naar zijn plannen: “Volgend weekend rijd ik in Maastricht, daarna neem ik even rust. Of ik nog andere Wereldbeker-wedstrijden rijd? Ja, Indoor Brabant in maart. Maar verder weet ik het nog niet.” Ook dat is illustratief voor het belang dat de ruiters aan de Wereldbeker hechten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden