BRIEVEN

Werkgroep Kerk en Israël classis

Op 24 mei stond een klein maar veel betekend zinnetje naast een foto op de voorpagina van Trouw. De foto betrof de tentoonstelling ’God in Nederland’ in het museum Catharijneconvent. Het zinnetje luidt: „Daar kwam het andere verhaal te voorschijn. Niet het sombere relaas van de kerktop, maar opgewekte gelovigen die zich inzetten voor hun kerkgemeenschap.” Deze zin verbaast mij. Ik kom dat sombere relaas van de kerktop in de werkelijkheid niet tegen, terwijl ik voor de kerk werk en mij de hele dag bezighoud met kerkelijke zaken. Ik ben wel op de hoogte van dalende ledenaantallen en financiën, maar somber? Nee.

Wie bepaalt dat de kerktop een somber relaas heeft? Ik verbaas mij erover dat een journalist zelf eerst bepaalt dat de kerktop een somber relaas heeft en daarna vaststelt, in het kader van een tentoonstelling, dat er een ander beeld van de kerken in Nederland te geven is. Ja, dat is dan wel een ontdekking. Gefeliciteerd. Maar ik troost mij met dit gewonnen inzicht.

HoornDs N.B.Olde

Als we ons als classicale werkgroep Kerk en Israël al afvroegen waarom we er zijn, dan wordt dat door de preek van ds. Mos wel pijnlijk duidelijk. De bezinning op onze onopgeefbare verbondenheid met Israël staat niet hoog op de agenda van de plaatselijke kerken. Men is veel te druk met de gevolgen van het ontstaan van de PKN en met het drastische slinken van het ledenbestand.

Uit publicaties rondom de preek van ds. Mos vernemen we dat hij een beminnelijk mens is. Als deze geliefde persoon dan zo’n controversiële preek houdt over een onderwerp dat toch niet erg leeft in de gemeente, is men al snel geneigd die uitglijder met de mantel der liefde te bedekken. Bovendien: hoeveel kerkleden ondersteunen niet gewoon de inhoud van deze preek?

Dit alles in ogenschouw nemend moeten we concluderen, dat er voor de werkgroepen Kerk en Israël nog steeds veel werk ligt: namelijk kerkelijk Nederland bewust te maken van de kwalijke en gevaarlijke kanten aan deze onjuiste theologie ten aanzien van het Jodendom. Daarom onze oproep aan alle werkgroepen Kerk en Israël in den lande: ga met vernieuwde ijver door met jullie werk. Bovendien onze dringende vraag aan het Landelijke Dienstencentrum: laat Kerk en Israël niet de sluitpost zijn, maar geef opnieuw een prominente plaats aan de bezinning op de wortels van het christelijke geloof. Zonder Israël was er immers nooit een kerk geweest.

Wat ds Mos heeft beweerd is ongelooflijk stom, ook een dominee mag zich niet anti-joods uitlaten. Maar wat ds Blom donderdag bepleitte op Podium is achterhaald. Dat na ’40-45 het antisemitisme ook kerkelijk is aangepakt, prima, dat was zeer nodig. Maar in de PKN lopen we nu vast met de regel dat we ’onopgeefbaar verbonden’ zijn met het volk Israël – want hoe gaan we dan om met het Palestijnse volk?

Belijden doen we in de context van nu. Het lijkt mij wijs dat de PKN alle aandacht vraagt voor de verhouding jodendom, christendom en islam.

Ik bepleit daarom geen smalle Israël-verbondenheid maar een universeel christendom. ’Ja, alle volken zijn in tel, bij U, o God van Israël’, Gezang 337:6.

CulemborgDs Maarten Hooymeijer

Maak studeren duurder en trek zo de beste studenten aan, betoogde de econoom Eijffinger dinsdag. Ik vraag me af of hij gelijk heeft. Veel investeren/lenen is riskant en hoe meer er geleend moet worden, des te minder mensen zullen het doen: eerder blijven niet de beste, maar de rijke studenten over. Zo worden de ’gelijke’ kansen voor kinderen om zich te ontwikkelen, minder gelijk.

Het lijkt mij verstandiger om minder studenten aan te nemen en vast te houden, maar wel betere, op basis van toetsen aan de poort (zoals in enkele Europese landen al gebeurt) en tijdens de studie zelf. Als strenger wordt geselecteerd, is per student meer aandacht van docenten beschikbaar of kunnen meer topdocenten worden aangetrokken.

Ook kan men twijfelen aan de competitieve veronderstellingen: ’strijd’ met Amerikaanse universiteiten en elders met het productieve China. Zelfontplooiing en welvaart zijn bijvoorbeeld ook door samenwerking te bereiken, of was dit een weinig realistische kreet uit Sesamstraat?

GroningenRutger Schoenmaker

Het is leuk om te zien dat de emancipatie van vrouwen zover is opgerukt, dat Tove Jansson in het artikel over de Stripdagen in Haarlem als aartsvader opgevoerd wordt. Maar een aartsmoeder had mijn inziens beter op haar plaats geweest.

Kampen Douwe Geertsma

Degenen die er moeite mee hebben dat ouderen te veel geld zouden hebben, zoals de schrijfster van het briefje ’Grijs, in een duur huis’, van donderdag, vinden het blijkbaar normaal dat zij zich zelf zoveel luxe kunnen veroorloven. Veel ouderen hebben de oorlog meegemaakt, weten wat honger is, en leefden ook de jaren na de oorlog in armoede. Weinig kleding, schoeisel. Het is hun nu niet gegund na jaren hard werken zich ook wat luxe te veroorloven.

En die dure huizen, daarvoor is veel belasting betaald. Als het zover is dat zij die huizen moeten verlaten, kunnen de erfgenamen het geld besteden aan nog meer luxe.

Koudekerk ad Rijn P.H. Kruijs

In zijn artikel over 600 jaar Anima in Rome (L & G, 27 mei) verwart Piet Winnubst de familie Brom. Gerard B. (sr) was de vader, die zich van koperslager tot edelsmid opwerkte; enkele zonen werden ook edelsmeden. Deze Brommen drukten een opvallend stempel op de religieuze smeedkunst van het Rijke Roomsche Leven. Zoon Gisbert (niet Giesbert, gestorven in 1915, niet 1914) werd priester en historicus en maakte Rome onveilig. Gerard jr, de gevierde katholieke emancipator en kunst- en literatuurhistoricus, hoogleraar in Nijmegen, was Gisberts (veel jongere) broer.

Amsterdam P. van der Ven

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden