Brieven

Met verbazing heb ik de afgelopen maand kennisgenomen van de discussie in Trouw omtrent ivf-artsen om al dan niet mee te werken aan de behandeling van wensouders. Er is een protocol vastgesteld op grond waarvan artsen kunnen weigeren mee te werken aan ivf-behandeling, indien ze vinden dat het leven van een toekomstig kind in gevaar is. Het verwonderde mij evenzeer dat een dergelijk protocol er nog niet was.

Als eenvoudig hulpverlener vind ik dat hier sprake is van een overzichtelijke beroepsethiek. Daar hoeven we toch niet moeilijk over te doen?

Wanneer iemand een hulpvraag heeft, is het naar mijn mening gewoon de morele plicht als arts en hulpverlener om te beoordelen of de geboden hulp en behandeling nuttig, zinvol en effectief is, of dat deze slechts tot rampspoed leidt.

Bij ivf gaat het om een hulpvraag van een cliënt of patiënt. Bij ieder antwoord zal een professional zich af moeten vragen of zijn reactie een zinvolle benadering is van de problemen, die je als arts of hulpverlener dient op te lossen.

De hulpvraag als uitgangspunt van handelen en de patiënt respecteren is niet hetzelfde als ’alles moet kunnen’. Zeker niet wanneer het gaat om ongeboren leven, dat zelf nog geen enkele keuze heeft.

Dit is slechts een serieus probleem wanneer artsen en hulpverleners zich onvoldoende bewust zijn van hun professionaliteit. Redelijk oordelen kun je leren. Iedere professional moet zijn oordeel kunnen objectiveren naar maatstaven van de eigen beroepsgroep en instelling. Proberen afstand te nemen van persoonlijke oordelen of ergernis, en kijken vanuit algemene normen. Wie dat niet aanvoelt is (nog) niet geschikt als arts of hulpverlener.

Wel of geen protocol; het hoort gewoon bij het vak. Hulpverleners en artsen zijn slechts verantwoordelijk voor hun professionele oordeel en de behandeling. Daar kunnen professionals op aangesproken worden. Voor het toekomstige kind blijven de ouders te allen tijde verantwoordelijk. Ook als een arts meegewerkt heeft aan de geboorte van het kind.

Jan Atze Nicolai Hulpverlener en politicus, Leeuwarden

Tijdens een kapittel van een kloosterorde werd in Mexico City een priester tot provinciale overste gekozen. Op de statutaire vraag of hij de verkiezing accepteerde, antwoordde hij: „Ja, dat doe ik, maar jullie moeten wel weten dat ik in deze stad een vrouw en drie kinderen heb.” De verkiezing werd toen toch maar overgedaan.

Iets soortgelijks gebeurde in Nederland. De gekozene legde aan het kapittel voor, dat hij de verkiezing weliswaar accepteerde, maar niet van plan was om daarna zijn vaste vriendin de laan uit te sturen. De kapitteldeelnemers hadden geen bezwaar en hij bleef gekozen. Toen in 1989 kardinaal Joseph Malula van Kinshasa was overleden, bevonden zich bij de begrafenis onder de treurende aanwezigen ook zijn kinderen en kleinkinderen.

Hoe haalt die kersvers geëmeriteerde curiekardinaal Walter Kasper (Trouw, 13 juli) het in zijn hoofd te beweren dat de opheffing van het verplichte priestercelibaat vooral een West-Europese aangelegenheid is? „De weerstand (tegen opheffing van de verplichting – LvG) is er onder Latijns-Amerikaanse en ook Aziatische bisschoppen. In Afrika speelt het niet zo”, liet hij optekenen.

Kasper weet niet hoe het zit of hij probeert de interviewster een oor aan te naaien. Natuurlijk speelt het celibaatsprobleem in Afrika niet zo, want de bisschoppen daar zeggen desgevraagd tegen het Vaticaan dat het prima gaat, omdat anders de subsidie van de Vaticaanse Congregatie voor de Evangelisatie der Volkeren wordt ingehouden. Maar in feite hebben zo goed als alle priesters in Afrika een of meer vrouwen met bijbehorende kinderen. „Het probleem in Afrika is niet het celibaat, maar de polygamie”, zo verzekerde mij een bisschop in Afrika, nadat hij tijdens het interview eerst had gevraagd om de bandrecorder uit te schakelen.

„Opheffen van het celibaat lost niet veel op”, zegt Kasper. En hij wijst dan op de protestantse kerken die gehuwde voorgangers hebben „en geen tekort aan predikanten” (is dat waar?), „maar ook daar lopen de kerken leeg”. Dat heeft echter een heel andere reden dan het feit dat de kerkgangers geen celibatair meer kunnen luchten of zien.

Kortom: de kardinaal is een bedreven prietprater. Misschien zouden juristen eens kunnen uitzoeken of een verplichting tot ongehuwd blijven niet ingaat tegen de Rechten van de Mens.

Lambert van Gelder oud-hoofdredacteur van De Bazuin en bestuurslid van de Internationale federatie tot vernieuwing van het ambt in de rk kerk

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden