Brievenschrijfster van beroep

Als Holocaustoverlevende vond Boas het haar plicht om op te komen voor de Joodse zaak

De chaos heerst in haar huis in Badhoevedorp. Boeken tegen alle wanden, in vensterbanken, op de grond, op de tafel. Andere meubelstukken gaan gebukt onder een heuvellandschap van mappen met knipsels en opengeslagen vergeelde kranten. "Een kamer als een kluis, met achterin, als een venster op de wereld, in dat omsloten dal, een tv-toestel." Met die woorden beschrijft een journalist van Het Parool begin jaren tachtig het interieur van de woning van Henriëtte Boas (1911-2001).

In feite vormen alle kamers tezamen één groot studiehol. De stapels studies en rondslingerden paperassen zijn haar ernst. Boas laat er potentiële liefdes voor schieten wanneer blijkt dat ze als getrouwde vrouw niet op een eigen studeervertrek hoeft te rekenen. Dan maar als single door het leven. Het maakt dat ze zich kan ontwikkelen tot een geducht opiniemaker.

Professioneel schrijfster van ingezonden brieven, zo afficheren haar (talrijke) tegenstanders de Joodse publiciste badinerend. Maar daarmee doen ze haar tekort. De titel van de door Pauline Micheels geschreven biografie zegt meer over wie ze was: 'De waarheidszoekster. Henriëtte Boas. Een leven voor de Joodse zaak'. Hoewel je nog wel wat twijfels kunt hebben bij dat 'zoekster': Boas komt uit het boek niet bepaald naar voren als iemand die lang zat te broeden voor ze haar mening klaar had.

Haar interesse ging vooral uit naar Israël, het Jodendom, de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Vreemd is dat niet voor iemand die in haar jeugdjaren lid is van zionistische organisaties, de oorlog in Groot-Brittannië doorbrengt en in de jaren daarna enige tijd in Palestina woont. Gelukkig is ze op geen van die plekken. Overal is wel iets mis. Ze hopt van de ene hospita naar de andere en met baantjes gaat het net zo. Vooral dat laatste ergert haar. Waarom ziet niemand iets in haar kwaliteiten? Heeft ze daarvoor nu zoveel gestudeerd?

Twee decennia eerder: op het Stedelijk Gymnasium te Amsterdam, het latere Barlaeus, is Henriëtte jaar in jaar uit een van de beste, zo niet de beste van de klas. Haar vader, Marcus Boas, is docent op dezelfde school. Tot zijn grote frustratie gaat meerdere malen een professoraat aan zijn neus voorbij.

Naar eigen zeggen leert Henriëtte ervan dat ze haar hoop nooit op één functie moet richten. Maar of dat daadwerkelijk zo is, valt na lezing van 'De waarheidszoekster' te betwijfelen. Talloze keren solliciteert ze vruchteloos naar een academische baan, maar een vaste betrekking op niveau lijkt ook haar teleurstellend genoeg niet gegund.

Een klein gemis aan de biografie is dat dergelijke inconsequenties niet worden benoemd. Boas' leven wordt beschreven, nauwelijks becommentarieerd. Micheels heeft een tamelijk bescheiden rol als auteur. Daar staat tegenover dat ze rijkelijk put uit Boas' archief, boordevol brieven. De biografe citeert uit tientallen, zo niet uit honderden van de schrijfsels.

En dat is smullen, want laten we het erop houden dat haar hoofdpersoon niet de intentie had om tegenstanders met fluwelen handschoenen aan te pakken. Het maakt het boek zeer de moeite waard.

Er zijn tijden waarin Boas gemiddeld vier brieven per week naar de media verstuurt. Een journalist die haar vraagt naar het waarom krijgt als antwoord: "Ik vind dat ik, als overlevende, (...) de plicht heb om dingen te zeggen, die anderen ook zouden willen zeggen of gezegd zouden willen hebben." Boas kan 'geen onrecht zien, zomin als zwijgen'.

Haar zonderlinge bemoeizucht levert haar een enkele keer iets op. Met W.F. Hermans wordt ze dikke vrienden doordat ze aan dezelfde kant staan in de Weinreb-affaire en uitgroeien tot de twee kopstukken van het kamp dat in Friedrich Weinreb een bedrieger en collaborateur ziet.

Veel vaker stoot Boas mensen van zich af. Jan en alleman jaagt ze in de gordijnen. De hoofdstedelijke Liberaal Joodse gemeente is in haar ogen 'een vriendensociëteit'; de publicatie van Etty Hillesums dagboek 'ongezonde belangstelling voor ten onrechte gepubliceerde herinneringen'; Jacques Pressers tweedelige werk 'De ondergang', over de vernietiging van het Nederlandse Jodendom tijdens de oorlog, vindt ze 'subjectief en hoogst egocentrisch'. Zo fulmineert ze maar door.

De beste strategie om met haar hekelingen om te gaan is niet reageren. Toch krijgt ze heel wat reacties op haar gefoeter. Mooi zijn de aan Boas gerichte brieven waarin de zender haar onomwonden zegt waar het op staat. Micheels citeert Presser. In 1957 schrijft de hoogleraar geschiedenis: "Uit jouw woorden spreekt een verbittering, waarover ik je als mens tot mens misschien iets mag zeggen. Vergis ik mij niet, dan wortelt die verbittering in jouw overtuiging, dat je niet de plaats hebt gekregen waarop je krachtens je gaven en prestaties het recht hebt."

De Israëlische ambassadeur is een paar jaar daarvoor zo mogelijk nog duidelijker. Boas' talloze brieven hebben hem op de kast gejaagd. "Ik blijf bij mijn standpunt dat ik geen enkele brief meer van U wens te ontvangen, ook geen reactie op deze brief van mij." De diplomaat concludeert dat ze 'zielsziek' is. "Ik raad U dringend aan u onder behandeling te stellen. U bent iemand van ongetwijfeld vele capaciteiten, maar Uw geest is niet gezond. Als U thans geen hulp van een psychiater zoekt, zult U binnen enkele jaren reddeloos zijn verloren."

Uitdelen kan Boas als geen ander, incasseren gaat haar moeizamer af. Een astroloog moet haar na dit soort teksten uit de put praten.

Micheels gaat voorbij aan de vraag of Boas daadwerkelijk 'zielsziek' was. Een gezonde levensstijl houdt ze er in ieder geval niet op na. Van persoonlijke verzorging moet ze niets hebben, koken heeft ze nooit geleerd, ze leeft op koffie en sinaasappels. Broodmager wordt ze in 1983 in het ziekenhuis opgenomen. "Ik dacht dat het nog wel een beetje minder kon."

Dit in aanmerking genomen mag het haast een wonder heten dat Boas bijna negentig is geworden. Als een krakkemikkig vogeltje belandt ze in 1998 tijdelijk in een Joods zorgcentrum. Doordat ze binnen moet blijven is haar productiviteit in die periode ongekend. De typemachine maakt overuren.

Zodra ze weer naar haar flatje mag, stuurt ze een bedankbrief naar het verzorgingshuis. De chef-kok krijgt een pluim voor de heerlijke warme maaltijden. Maar Boas zou Boas niet zijn als ze zich niet ook ergens tegenaan bemoeit: "Zelf ben ik een uiterst matige eetster, die niet als maatstaf kan worden beschouwd. Toch meen ik dat de maaltijden veel te overvloedig zijn, zeker voor oude mensen die de hele dag weinig doen."

Ook als ze al met een been in het graf staat, kan ze het nu eenmaal niet laten.

Pauline Micheels: De waarheidszoekster. Henriëtte Boas. Een leven voor de Joodse zaak Boom; 288 blz. euro 19,90

Auteur Pauline Micheels is historica, ze schreef onder meer 'Vandaag', een oorlogsnovelle

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden