Brieven uit De Poort

'Die Port van Cleve', in de volksmond de Poort geheten, is een monument. Na een verbouwing van twee jaar functioneert dit bekende Amsterdamse café-restaurant-hotel met Pasen weer als normaal bedrijf. Het interieur heeft de verbouwing niet ongeschonden doorstaan. De vroegere eetzaal wordt nu brasserie en de linnenkamer is verheven tot presidential suite. De oude hoge eetzaal heeft plaats moeten maken voor uitbreiding van het aantal kamers (van 99 naar 117) en ook de tafels uit de eetzaal zijn vervangen. Eindelijk, want ze dateerden nog uit 1919. Wel gebleven, in vernieuwde pracht, is de klassieke gevel, die in de tachtiger jaren van de vorige eeuw door Gottschalk is ontworpen. Samen met het Groninger station behoort deze tot de laatst bewaarde grote bouwwerken vban deze 19e eeuwse architect. Diezelfde tachtiger jaren vormen, vanuit cultuur-historisch oogpunt, de belangrijkse episode uit het ruim 125-jarige bestaan van de Poort. In die jaren is 'Die Port van Cleve' lange tijd dé ontmoetingsplaats voor de culturele elite van de hoofdstad. Uiteraard kwam Breitner er, maar ook de schrijversgroep van De Tachtigers frequenteerde het etablissement. Honderd jaar geleden deelden zij er veel lief en leed.

Tegen het einde van de vorige eeuw kwamen Amsterdammers in de Kalverstraat om te eten en te drinken en in de Nes voor frivolere zaken. Sinds het dempen van de Nieuwezijds Voorburgwal in 1884 lijkt een psychologische drempel te zijn weggenomen en is ook de Poort voor de mannen van De Nieuwe Gids en allen die zich met hen verwant voelden, zeer in trek. Natuurlijk trof men elkaar nog regelmatig in de Karseboom, waar de literaire club Flanor zijn vergaderingen hield en in Zur Bavaria, waar de Brederoclub bij elkaar kwam of in Fricke's Bodega en de Caves de France: het was tenslotte één loopje in de Kalverstraat. Een enkele keer zaten de heren, ook in de Kalverstraat, bij Van Laar in de oestersalon. Viel er echt iets te vieren, dan waren er altijd nog Maison Stroucken bij het Leidseplein of Maison Couturier op de Keizersgracht. Ook bij café Willemsen op de Heiligeweg kon men de Nieuwe Gidsers vinden. Al deze etablissementen zijn verdwenen. In de Nes is het niet veel anders gegeaan: Victoria, Alhambra, Alcazar, Walhalla, exotische namen uit een nabij verleden.

Een kleine geschiedenis

'Mijne Heeren! In den tegenwoordigen tijd waar alles ernaar streeft zooveel mogelijk met decimalen te rekenen, vermeenen wij den dag niet onopgemerkt te moeten laten voorbijgaan, waar gij een decennium geleden hebt begonnen 'als Specialiteit van Heineken's bier' ons product aan consumenten aan te bieden. (...) Die Port van Cleve is door u geworden 'Het model bierhuis'! Moge zij dit nog lang blijven. Dit is onze vurigste wens, dien wij U heden toedragen. 'Beste waar voor weinig geld,' ziedaar de leuze waardoor gij die Port van Cleve tot dat gemaakt hebt, wat zij heden is, moogt gij dezer leuze steeds getrouw blijven'.

Dit briefje, van oprichter Gerardus Adriaan Heineken, ontvingen de gebroeders Hulscher, op 1 september 1880. De Poort bestond toen tien jaar. Op 5 september 1870 's middags om 12 uur precies openden de Hulschers, voor het eerst aan de Nieuwezijds Voorburgwal, die dan nog niet gedempt is, de deuren.

Het nieuwe etablissement is gevestigd in twee pakhuizen van de voormalige brouwerij de Hooybergh (sinds 1592). Voor het nieuwe bierhuis werd aanvankelijk alleen de onderpui aangepast. De geveltoppen die dateerden uit 1734 bleven voorlopig nog even staan. Het bierhuis is een nouveauté in die dagen. In Amsterdam was een Grand Café als de Poort nog niet bekend. De zaal is lang, breed, hoog en wit. Aan het einde van de zaal trof men een entresol, een eigenaardig koepeltje waar de stamgasten zich bijzonder thuisvoelden. Het café was een doorslaand succes. Met de komst van de Poort wordt de Amsterdammer uithuizig, want een heer kon in de Poort een glas bier drinken zonder zijn carrière te schaden.

Twee jaar na haar opening moet de Poort al uitbreiden en dat is in haar verdere bestaan niet anders geweest. Vanaf 1874 kan men er ook eten.

Als de Nieuwezijds Voorburgwal sneuvelt in de dempingsmanie die dan in Amsterdam woedt, besluiten de Hulschers dat het tijd is voor een ingrijpende verbouwing. De architect Gottschalk, die in 1880 ook de concurrent Mille Colonnes, ook wel Mast geheten, aan het Rembrandtsplein bouwt, wordt in de arm genomen.

Pas in '88 is de verbouwing gereed. Dan heeft de Poort een nieuwe gevel en wordt ook de Bodega aan het etablissement toegevoegd.

Leven in De Poort

'Twee; halve biefstuk met aardappelen.' Opmerkelijk, maar iedere biefstuk die de keuken verlaat, krijgt een eigen nummer; 'bruin gebakken garnalen en 'n zacht broodje; spiegeleieren met ham, koud gehakt; drie!' Elke bestelling wordt tweemaal op luide toon doorgegeven. Eerst roept de kelner naar z'n collega, 'de echo', die vervolgens alles doorschreeuwt aan buffet- en keukenpersoneel. De zaal van de Poort lijkt altijd vol geschreeuw - geschreeuw van klanten en kelners. De klanten nuttigen de beroemde halve biefstukken met gebakken aardappelen voor weinig geld aan de ongedekte roodmarmeren tafels, de kelners lopen over de houten vloer en schreeuwen de bestellingen door. Na een eeuw wordt het schreeuwen gestaakt, maar de biefstukken blijven genummerd. Na 125 jaar loopt het al tegen de 6 miljoen.

Op de Nieuwezijds Voorburgwal kwamen De Nieuwe Gidsers niet alleen om te eten of te drinken, maar vooral om met elkaar tot laat op de avond van gedachten te wisselen. Zij schreven daar niet alleen de stukken voor hun tijdschrift, maar beslechtten er ook de vele onderlinge ruzies. Kloos, Verwey, Van der Goes, Van Deventer, Boeken, Van Looy, Veth, Breitner, Israels, Witsen: allen waren graag geziene gasten in de Poort. Met name in de periode, 'dat wij allemaal beproefde strijders waren geworden', zoals Erens, de belangrijkste chroniqueur van Tachtig, schrijft. Verwey vertelt later dat vooral met de komst van Breitner en Isaac Israels naar Amsterdam, schilders en schrijvers in Die Port van Cleve bij elkaar kwamen. Het waren 'bijeenkomsten zo rijk en verscheiden als de hoofdstad zelden meer gezien zal hebben.'

De brieven

Dat in de Poort eten, drinken en schrijven goed samen gaan, blijkt uit de brief van Willem Kloos aan Lodewijk van Deyssel van 7 oktober 1887. Kloos schrijft dat hij een beetje aan het feestvieren is geweest. Maar ondanks dat feesten 'moest de aflevering van de N.G. geschreven en gedrukt worden. (...) ik heb de kroniek vervaardigd omringd door mijne pratende vrienden in de veelbezochte Port van Cleef.' Willem dronk afwisselend cognac en spuitwater. Zo behield hij, naar eigen zeggen, een goede balans. Goes, zo vertelt hij verder, schreef zijn stuk, voor De Nieuwe Gids, 'na zwaar gedelicateerd te hebben met diverse wijnen bij Van Laar.' Frank van der Goes kon zich zo'n avondje Van Laar makkelijk permitteren. Naast zijn schrijverij was hij een geslaagd assuradeur. Kloos leefde meestal op de zak van anderen en grabbelt wat in de kas van De Nieuwe Gids.

VERVOLG OP PAGINA 17

BRIEVEN UIT DE POORT VERVOLG VAN PAGINA 15

In de Poort trof men altijd wel één van de vrienden om de avond mee door te zakken. De schilder Willem Witsen schrijft in diezelfde maand oktober aan Albert Verwey, de jongste redacteur van De Nieuwe Gids, over een avond stappen met Hein Boeken: 'We hadden den heele avond in de Poort gezeten en waren toen wat liedjes gaan hooren in de Nes: altijd dezelfde liedjes door altijd dezelfde vrouwen.' Het is al laat als Witsen en Boeken op huis af gaan. Sinds april van dat jaar heeft Witsen het atelier van Breitner op de Oude Schans betrokken, daar in de buurt belandden zij.

'Gód-dé-lòos!... riep Hein, en hij betoonde elke lettergreep - hij had op eens z'n slungelige loop gestaakt en stond met één arm uitgestrekt midden op de brug. God verdòmme! Vóor ons: de Jodenbuurt en de snoekjesgracht waarboven uit stak, dof tegen 'n intens grijs-blauwe lucht, de Zuiderkerk. In de lucht, blond en zacht tintelend, lichte veêrige wolken (belicht door 'n onzichtbare maan) streeperig van vorm, spiegelend in 't stille, vloeiende water van de oude Schans.' Boeken stond bij de vriendenkring bekend als drinkebroer, ' 'n soulard van den kouden grond' noemt Witsen hem in zijn brief. Als Hein niet veel later, door de breuk van Kloos met Verwey, de boezemvriend van Willem Kloos wordt, zal dat het drinken zeker niet verminderen. Op die bewuste avond dacht Witsen even 'had 'k m'n schetsboek maar', terwijl hij ook besefte te veel gedronken te hebben om dat alles goed weer te geven. Het beeld dat Boeken oproept, zal later door Willem Witsen zowel in zijn schilderwerk als aquarellen worden vastgelegd.

De Poort was een plaats waar ook vrouwen zich konden vertonen. Dat was bijzonder. Het was vooral de kleine tuin, omgeven door hoge huizen, die voor de dames aantrekkelijk was. Ook nadat de tuin in augustus '85, in verband met de verbouwing, definitief wordt gesloten, blijven de dames de Poort bezoeken.

Een enkele keer namen ook de mannen van Tachtig hun vrouwen mee naar de Poort. De toneelspeler Arnold Ising schrijft in februari 1888 aan zijn vriend Van Deyssel - die zich sinds zijn huwelijk gevestigd heeft in de Villa des Cheras in Mont-lez-Houffalize, in het verre België - hoe hij met zijn Mina op een zondagmiddag zeer uitgebreid gedineerd heeft bij Mast - Mille Colonnes. 'Daarna bracht ik haar naar de cercle artistique et littéraire in de Port van Cleve.' Veel leden van 'kring' waren aanwezig. 'Breitner was er ook met Marie.' Voor Breitner lijkt de Poort een tweede huis geworden - een perfecte uitvalsbasis voor zijn tochten door Amsterdam.

Ruzies

Het was niet altijd gezellig in de grote zaal aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Het lijkt wel of ruzies tussen de vernieuwers van de Hollandse cultuur onmiddellijk tot uitdrukking kwamen in de klandizie van de Poort. In april '88 bijvoorbeeld: Verwey had, in De Amsterdammer, een aantal kritische opmerkingen gemaakt over een tentoonstelling van tekeningen in Arti. De hele vriendenclub valt over hem heen. Het is vooral Van Deventer die de zaak opblaast. Dat Verwey aan het scharrelen is met Kitty van Vloten zal hierbij een rol gespeeld hebben. Van Deventer was een van de vele aanbidders van Kitty. Willem Kloos, dan zeer bevriend met Verwey, doet hen die Van Deventer aanhangen, in de ban.

'De Poort-gezelligheid is zeker wel verminderd', schrijft Charles van Deventer aan Willem Witsen, 'George (Breitner) wil er niet meer komen, die anderen zullen ook niet allen met de meest vriendschappelijke gevoelens bij elkaar zitten.'

Ook de poging van Kloos om van de drank af te komen, maakt het er niet gezelliger op. In mei van dat jaar schrijft hij aan Van Deyssel: 'Het is mij al gelukt, na lang streven, mijn constitutie zóó roemrijk te bederven dat ik nu streng op dieet leven moet. Spiritualien mag ik zelfs niet ruiken, want dan krijg ik lust ze te proeven.' En aan Witsen in diezelfde periode: '(...) 's avonds in de Poort zit ik me natuurlijk een beetje te verdommen, omdat ik niets mag hebben dan mineraal water en drooge beschuit.'

De scheiding tussen Kloos en Verwey bederft de stemming helemaal. Wat is er aan de hand? Verwey heeft zich in augustus '88 in stilte verloofd met Kitty van Vloten. Hij is er met de buit vandoor. Als Willem dat verneemt is de wereld te klein. Hij voelt zich kennelijk verraden en breekt met Albert. Op papier van Die Port van Cleve schrijft hij op 25 september aan Albert: 'O, God, Albert, 't is verschrikkelijk, maar ik moet het je toch zeggen. Zoek maar geen kamer voor me. Dat kost geld en het zal nu wel gauw uit zijn. 't Is beroerd, vin je niet. Maar ik kan er net zoo min iets aan doen, als jij. Vaarwel.'

Kloos verkeert in een zeer nerveuze stemming. Verwey meldt dat zijn Kitty op papier van Die Port van Cleve in een brief van 5 oktober. Hij was bij Van der Goes langs gegaan. Daar zat Willem Kloos. Als Frank van der Goes even later weggaat, blijven Kloos en Verwey achter. '(...) toen merkte ik dat Willem nerveus werd en ineens zei hij tegen mij: Albert, ik wou dat je weg ging - Ik had gedaan of ik van niets wist. Ik zei: maak ik je nerveus? Ja, zei hij - Ik: Dan zal ik gaan, naar de Poort - Daar had Goes gezegd dat hij komen zou - (...).'

In deze maanden is Kloos door Verweys verloving zo in de war, dat hij zelfs een poging tot zelfmoord doet. Maar in deze stemming schrijft hij ook de prachtigste sonnetten. 'Het boek van Kind en God' komt tot stand. 'Verbeel-je', schrijft Albert aan Kitty, begin oktober '88, 'Van den week, in de Poort, zat ik met Chap van Deventer en die zeit in-eens tegen me: Zeg, ik geloof dat jij de aangesproken persoon bent in die sonnetten van Kloos. Ik zei: Wel, hoe-zoo? Dat is een interessante konjektuur. - Ja, zei hij, ik weer het niet, maar wie zou hij anders bedoelen. (...) die goede Chap heeft wel gelijk. Wie zou Willem anders bedoelen dan iemand, waar ieder van weet, dat hij altijd zoo erg zijn vriend was. Chap denkt daar te eerder over omdat hij weet dat Kloos, nadat hij met Perk gebrouilleerd was, ook zulke hartstochtelijke sonnetten gemaakt heeft, met dat zelfde idee erin, dat hij dood zou gaan.'

Herfst

Voor veel Tachtigers is vooral de herfst van '88 een turbulente tijd. Kloos schrijft aan Van Deyssel: 'Ik heb gepoogd mezelf om het leven te brengen. (...) Ik zit woest te fuifen en bedaard verzen te maken. (...) Op een feestmaal bij Couturier hadden zestien van de uitstekende vernuften en artisten van Nederland als dronken zwijnen door elkaar gelegen.' Het diner werd gegeven ter gelegenheid van Witsens vertrek naar Londen, ook Kloos zal met hem meegaan. Het diner loopt vooral uit de hand omdat Kloos de aanwezigheid van Verwey niet kan verdragen. Meer Tachtigers verlaten in die maand voor enige tijd het Amsterdamse toneel. Verwey schrijft aan zijn verloofde: ' 't is bij twaalven lief, en ik ga slapen. Ik ben weer naar de Port geweest, maar om afscheid te nemen van Boeken die zijn broer weg brengt naar Alexandrië en daar dan een poosje blijft. (...) 't Was aardig Goes te zien in de Poort. Er is niemand behalve Witsen, die zóo gevoeld heeft als hij wat het tusschen Willem en mij geweest is en zoo op is gegaan in die twee sonnetten-bundels.'

Verwey had inmiddels zijn 'Van het leven' geschreven: een antwoord op de sonnetten van Kloos.

Half december is Kloos al weer terug in Amsterdam. Hij doet er alles aan Verwey te isoleren. Dat lukt hem wonderwel. Van Looy schrijft aan Witsen: 'Als je nog hier waart, en je had lust geen mensch te ontmoeten en toch een glaasje te verdrinken, dan moest je in de Poort wezen. Zoo zie je het vergankelijke. De restes van de verstrooide bende, zal ik maar zoo zeggen, kommen in de Franciskaner. Albert zit alleen, en men vreest hem te ontmoeten in de Poort. Er is heilige afschuw onstaan voor Albert. Kloos is zoo verbazend actief in zijn hekel hebben, dat ik dat wezenlijk ook al vervelend dikwijls vind.'

Kloos stemming is een heel andere dan voor zijn vertrek naar Londen. 'Ik ben heel tevreden', schrijft hij op papier van de Poort aan vriend Witsen, 'bedaard en opgeruimd. Verwey heeft zich helemaal terug getrokken, zowel van de vrienden als van de N.G. (...) Hein en ik kunnen het heel goed samen vinden. De Bodega is nog altijd ons Betlehem, waar den zaligmaker geboren is, maar Hein heeft tegenwoordig bevliegingen van nuchterheid, en dan doe ik maar mee.'

De tijd waarin Die Port van Cleve het centrum van cultureel Amsterdam was, loopt in 1889 ten gevolge van de ruzie tussen de redacteuren van De Nieuwe Gids ten einde. Dat neemt niet weg dat de individuele leden van de 'bent' nog regelmatig de Poort frequenteren. Van der Goes schrijft in maart 1889, vanuit de Poort, zijn 'In memoriam' bij de dood van Van Deyssels vader, professor Alberdingk Thijm. Kloos meldt Witsen in april van dat jaar dat hij bij de Poort, dankzij een van Witsen geleende gouden horlogeketting, meer krediet krijgt dan voorheen.

Op 1 januari 1890 schrijft Ising aan Van Deyssel: 'Onze buurt wordt tegenwoordig wat opgevroolijkt door kleine tram-omnibussen, met twee paarden bespannen, die om de vijf minuten voorbij komen, zoowel van rechts als links. Zij rijden van den N.Z.Voorburgwal door de Pijp, naar den Amsteldijk vice versa. Een rit kost 7 1/2 cent en een retourtje 10 centen. Wij zijn er al eens een keer mee naar de Poort gegaan - Mina er in, waar het gezellig benauwd was en ik er achterop, maar mijn ingewanden schommelden raar door elkaar.' In maart schrijft dezelfde Ising vanuit de Poort opnieuw aan Van Deyssel dat hij een voettocht heeft gemaakt van Bussum, via Laren naar Hilversum, 'door de modder en de hei en het bosch en daar word ik van alsof ik champagne gedronken heb. De heer Breitner is bij mij komen zitten, die brengt me nu weer van de wijs. Vandaag is Verwey getrouwd.' Het is 6 mei 1890.

Langzamerhand verliest de Amsterdamse Port van Cleve, zoals gezegd, haar rol als trefpunt van de Amsterdamse Bohème. Ruzies, huwelijken en verhuizingen versnellen dat proces. Na 1890 wordt het, wat de Tachtigers betreft, stil in de Poort. Johan, kelner uit de Poort van Kleef, wordt in 1892 nog wel door Jan Veth, als een bekemde tijdgenoot gelithografeerd en afgedrukt in de Amsterdammer. Zonder Breitner, nog steeds een trouw bezoeker van de Poort, was dat zeker niet gebeurd. 'Maak je Johan uit de Poort nog? Hij zou er erg mee in zijn schik zijn. Hij praat er voortdurend over. Hij is nu 20 jaar daar geloof ik.' Van de schilder Maurits van der Valk kennen we nog, voor zijn vertrek in '90 naar Parijs, volgens overlevering, uit de Poort, 'De tafel der Tachtigers'. Maar het belangrijkste blijft natuurlijk de Poort zelf: een monument van Tachtig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden