Review

BRIEFWISSELING TUSSEN BRIGITTE REIMANN en CHRISTA WOLF 'Jij zult het wel redden, Christa' Christa vervulde tegenover Brigitte een moederlijke rol

Brigitte Reimann/Christa Wolf, 'Sei gegrusst und lebe. Eine Freundschaft in Brieven', incl. bio-/bibliografie, AufbauVerlag, Berlijn/Weimar, 191 blz. - DM 29,80.

Toen de twee schrijfsters elkaar aan het begin van de jaren zestig leerden kennen - de geregelde correspondentie begint pas jaren later - had Brigitte Reimann (1933-1972) al het een en ander gepubliceerd dat binnen de DDR opzien baarde: de romans 'Die Frau am Pranger' in 1956 en 'Ankunft im Alltag' in 1961. De laatstgenoemde roman verschafte een periode in de geschiedenis van de DDR-literatuur haar naam, de zogenaamde Ankunftsliteratur, waarin het thuisraken in de DDRsamenleving gelukt. In 1961 moesten van Christa Wolf de romans 'Der geteilte Himmel' (1963) en 'Nachdenken uber Christa T.' (1969) nog komen. Hoe is het nu te verklaren dat alle publieke aandacht vanaf 1963 naar Wolf en niet naar Reimann uitging?

Een van de redenen voor de prominente plaats van Christa Wolf en het Assepoesterschap van Brigitte Reimann is gelegen in de reacties in West-Duitsland op het werk van Christa Wolf. De Westduitse critici bespeurden hier een subtiele en intelligente vorm van literaire oppositie die zich kantte tegen het gangbare patroon van het socialistisch realisme. De Westduitse reacties op haar werk verleenden Christa Wolfs werk thuis in de DDR een bijzondere status, een dubieuze bij de dogmatici binnen de SED en een populaire bij de lezers.

De kritiek op haar romans tijdens de vergaderingen van de schrijversvereniging der DDR vormde in het Westen een versterkte legitimatie van de speciale aandacht voor juist deze schrijfster. Christa Wolf liet haar vertellend werk bovendien vergezeld gaan van indrukwekkende, inspirerende essays. Ook daardoor verhoogde zij haar aanzien in Oost en West.

Brigitte Reimann had het ongeluk dat ze ernstig twijfelde aan haar eigen schrijverschap. Vanaf 1963 durfde ze nauwelijks meer met haar werk voor het voetlicht van de openbaarheid te treden. In haar fysieke mogelijkheden werd ze bovendien ernstig beperkt door de ziekte die haar teisterde. Eerst werd ze geopereerd aan kanker in de lymfklieren, later moest ze kobaltbestralingen ondergaan wegens kanker in het ruggemerg. Het werk aan de grote roman 'Franziska Linkerhand' (postuum als fragment van 583 bladzijden verschenen in 1974) moest op grond van deze psychische remmingen en lichamelijke belemmeringen steeds opnieuw onderbroken worden:

“Ik brulde het uit van het huilen en had de straat op willen rennen om iedereen in het gezicht te schreeuwen dat het onrechtvaardig is, dat ik wil leven, niets anders dan leven, ook al heb ik verschrikkelijke pijn, dat ik niets anders wil dan op deze wereld te zijn . . . Dat gevoel, aan iets onafwendbaars te zijn overgeleverd, alleen nog maar een afgemeten tijd te hebben . . . twee jaar? Vijf jaar? In ieder geval beperkte tijd en dit bewustzijn van een laatste termijn is het ergste.” (B. R. aan C. W. , 5. 12. 1971).

Er is nog een derde factor die Brigitte Reimanns schrijverschap in laatste instantie bepaalde - een factor die ook, maar minder destructief, bij Christa Wolf te registreren valt. Hier gaat het om iets anders dan om de twijfel aan het eigen schrijftalent. Brigitte Reiman wilde alleen maar zo schrijven dat haar werk de hoogste toets van waarheid en eerlijkheid zou kunnne doorstaan. Zij zocht naar een waarachtige synthese van kritiek op het bestaande en hoop op een betere toekomst in een samenleving als de DDR. In haar onvergetelijke Franziska wilde zij de innerlijke verscheurdheid van een oprecht naar meer menselijkheid strevende vrouw laten zien.

Maar Reimann had het gevoel dat zij niet aan haar eigen, hoge norm voldeed. Het schrijven aan 'Franziska' was niet in de laatste plaats een ethisch probleem:

“Eerst was alles zo mooi, de zomer en bloemen en werken, en ik was zo enthousiast, omdat ik weer kan lopen, en opeens stortte het in elkaar. Ik begon te drinken, eerst alleen, toen met anderen. Geen nacht meer thuis, een hoop idiote en overbodige affaires met mannen, en daarbij dan het geschrijf aan een boek dat er lang had moeten zijn en dat (ook voor mij) al lang is ingehaald, aan een liefdesgeschiedenis a la 'Zo was het nog nooit tevoren' (het gebruikelijke dus, de gebruikelijke illusie, het begin van iets - en in werkelijkheid zit er alleen maar afscheid in).” (B. R. aan C. W. , 11. 7. 1970).

Tegen haar eigen eisen kon Brigitte Reimann niet op. Dat ze daarnaast niet aan de norm van haar uitgeverij en van de schrijversvereniging van de DDR voldeed, dreef haar tot weer een ander soort spanning en wanhoop.

De nu gepubliceerde correspondentie laat zien wat de schrijfster Brigitte Reimann waard was. Zij en Christa Wolf waren nauw bevriend en zullen elkaar niet als concurrenten hebben beschouwd. of misschien was Brigitte Reimann toch een tikkeltje jaloers op de publieke belangstelling voor Christa Wolf. Reimann was in ieder geval niet jaloers op de inhoud van Wolfs romans. Ook al is hier dus sprake van een innige vriendschap die geen echte afgunst toeliet, de lezer van de brieven zal onweerstaanbaar worden getrokken in de richting van een afwegen van beide schrijversposities tegen elkaar.

Laat ik met enkele andere observaties beginnen voordat ik een samenvattend oordeel geef.

Christa Wolf vervulde tegenover Brigitte Reimann een moederlijke rol. Als moeder van twee dochters, als vrouw met een uitgesproken burgerlijke levensstijl voelde zij zich verantwoordelijk voor Reimann die zo gevaarlijk leefde dat het de schijn had van Selbstzerstorung, zelfvernietiging dus: mannen, drank, koffie, roken, weinig slaap. Reimann koesterde zich in de zorg van haar vriendin zonder dat ze haar vrijheid om losbandig te leven opofferde. Haar losbandigheid was haar gevecht met zichzelf en met de tijd.

Veel brieven hebben een jolige inslag. Vooral bij het op de hak nemen van hun mannelijke collega's doen Wolf en Reimann niet voor elkaar onder. Dan vervalt hun taal in sappig Berlijns, dan krijgen hun brieven het karakter van boodschappen tussen twee olijke samenzweerders. Maar de wat giechelige toon verdwijnt spoorslags wanneer Brigitte Reimann opnieuw geplaagd wordt door de ziekte waar zij zo bang voor is. In haar troostbrieven weet Christa Wolf op sobere wijze haar meegevoel uit te drukken.

Deze brieven zijn een buitengewoon boeiend en onthullend commentaar bij vier jaar DDR-cultuurpolitiek. Beide schrijfsters steken de draak met ideologisch bevlogen collega's en vertellen over hun aanvaringen met de officiele politiek. Zo radicaal heb ik Christa Wolf nog nooit aan het woord gehoord. Dit zouden haar critici van het afgelopen jaar absoluut moeten lezen. Maar de kritiek op de politieke en culturele verhoudingen in de DDR bevreemdt ook. In het licht van het gepubliceerde werk van Christa Wolf had ik deze ultrascherpe toon niet verwacht. Is hierbij mogelijk ook van een eigen dynamiek van deze specifieke briefwisseling sprake?

In de kritiek op de eigen samenleving en het daaraan gekoppelde literaire bedrijf binnen de DDR uit zich ook een markant verschil tussen Reimann en Wolf. Christa Wolf spreekt zich tegen haar vier jaar jongere vriendin onomwonden uit, maar ze wil niet dat haar uitspraken in de openbaarheid komen. Reimann, die om politieke redenen in 1956 even in arrest zat, gaat de confrontatie ook buiten de epistels direct aan en attaqueert haar medeleden van de schrijversvereniging in het openbaar. Ze is gewoonweg moediger dan Christa Wolf, waarbij we uiteraard niet mogen vergeten dat ze ook minder te verliezen had, aan literair aanzien en aan burgerlijke status.

Klinkt in de volgende zinnen uit haar brief aan Christa Wolf van 13 februari 1972 een stil verwijt door?: “Onuitroeibare hoop. Maar als het voor ons veertigjarigen nu eens te laat zou zijn? Een paar zullen het wel redden en jij zult daarbij horen, daarvan ben ik zeker. Maar die, die onderweg zijn blijven steken . . . En voor de vroegrijpen (ik was 18 toen ik mijn 'Frau am Pranger' huilend neerkrabbelde) voor ons geldt, dat we de trein waarschijnlijk voor altijd hebben gemist.”

Wat vertelt deze briefwisseling verder? Dt Brigitte Reimann prachtig kon schrijven, geestig en diepzinnig, zodat je als onbedoelde lezer van deze brieven grote sympathie en misschien zelfs iets meer voor haar begint te koesteren. De brieven van Christa Wolf zijn ook vaak heel mooi en ze zullen hun opbeurend effect niet hebben gemist. Maar ze missen dat snufje geestigheid dat waarschijnlijk daarom zo bijzonder is, omdat de fysieke omstandigheden van eerstgenoemde schrijfster, dikwijls erbarmelijk waren.

Als ik het goed heb aangevoeld, bewondert Christa Wolf in Brigitte Reimann de consequenties van haar positie en de vrijheid die in Reimanns speciale humor verscholen ligt. Als mijn gevoel me niet bedriegt, is juist die stilzwijgende bewondering een teken van de integriteit van Christa Wolf zelf.

Zonder commentaar zouden sommige brieven niet te lezen zijn. Jammer genoeg is het commentaar zeer onvolledig. Was het soms een haastklus?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden