Brief aan mijn apotheker

Schrijver Wessel te Gussinklo vindt het onaanvaardbaar dat zijn apotheker een mevrouw 'in geheel islamitische dracht' achter de toonbank heeft staan. 'Ik wil niet door iemand geholpen worden die deze dreigende, onverdraagzame en duistere wereld vertegenwoordigt, meer nog, daar met inzet van getuigt.'

Een paar maanden geleden zag ik een mevrouw met een hoofddoek achter uw toonbank staan, en enige weken geleden zag ik haar opnieuw, nu zelfs in geheel islamitische dracht - vormloos hemd, daaronder strakke gebreide broek en geborduurde muiltjes. Ik begrijp de achtergronden van uw beslissing deze mevrouw een baan of een stageplaats te verschaffen. Ik vind uw motieven honorabel en fatsoenlijk - mensen die achtergesteld zijn, leden van een groepering, de islamieten, die gemeden en gediscrimineerd lijken te worden, helpen, een kans geven. Ik respecteer uw houding, maar ik vrees dat u een ernstige vergissing begaat.

Dankzij het feit dat men zich in dit veelstromenland in de publieke ruimte onthoudt van manifestaties van geloven en overtuigingen, is er hier iets als een godsvrede. Niemand valt een ander ongevraagd lastig met zijn ideeën of zijn geloof. Dat is privé, dat is voor een kleine intieme kring. Alleen op kerkelijke feestdagen of in verkiezingstijd worden geloof en overtuiging getoond. Helaas is daar een tiental jaren geleden verandering in gekomen door de getuigenis van de aanhangers van de islam.

Die hoofddoek hoort bij ons geloof, zal deze mevrouw tegen u zeggen. Maar nee, noch in de Koran, noch in de sjaria wordt iets over het dragen van een hoofddoek gezegd; hoogstens wordt gelovige vrouwen voorgeschreven zich zedig te kleden. Sterker, in de sjaria wordt islamieten opgedragen zich aan te passen aan de gewoonten en voorschriften van het land waarin men een minderheid is - als men een meerderheid is kan men de islamitische wetten op elk terrein opleggen. Dus in het geval van Nederland, waar de islamieten een minderheid van ongeveer tien procent zijn, moet men zich aanpassen aan de zeden en gewoonten en wetten van Nederland. Dus geen hoofddoek, geen islamitische kleding.

Maar er is een uitzondering op deze regel van de sjaria. In een omstreden gebied waar de islam eventueel de overhand kán krijgen, een gebied dat veroverd en bekeerd kán worden, zijn uiterlijke getuigenissen wel toegestaan, want hoe anders macht te verwerven, hoe anders te winnen; er moet getuigd en getoond worden om de twijfelaars over te halen en de vijanden te imponeren. Europa, en dus ook ons land, is, hoewel de islamitische bevolking een kleine minderheid is - maar dat zijn ze vaker geweest, ook tijdens de verovering van Noord-Afrika en het Midden-Oosten in de zevende eeuw; maar met dwang en overreding veranderde dat; waarom dus niet in Europa? - een zendings- en veroveringsgebied geworden. Het moet van Dar al-kuffar - het gebied van de ongelovigen - een Dar al- islamya - een gebied van de islam - worden; in Amerika schijnen ze al spottend en cynisch over Eurabië te spreken.

Natuurlijk bedoelt deze mevrouw - als ze al een bedoeling heeft - dat niet met haar hoofddoek en islamitische kleding, hoewel ze zo'n resultaat ongetwijfeld goed en mooi zou vinden - ze hoort bij een groep en beantwoordt aan de eisen en verwachtingen van die groep, de islamitische gemeenschap, omdat ze anders eenzaam en een buitenstaander is. Nee niet zij, het zijn de strategen achter haar die hun macht willen tonen, gebruik makend van deze mevrouw. Zo wordt dat altijd gedaan als men indruk wil maken door aanwezigheid en getal.

Het hóórt niet bij haar geloof die hoofddoek, het is een getuigenis, een demonstratie van haar geloof; het is een belijdenis in het openbaar terwijl wij niet lastiggevallen willen worden. Maar van welk geloof getuigt deze mevrouw, welke islam belijdt zij? We zien overal op de wereld bomaanslagen, moordpartijen, gedreig en geëis. De politieke islam heeft het Westen, heeft ons, de oorlog verklaard, en de rest van de islamitische wereld begrijpt deze aanslagen, die moordpartijen, keurt ze misschien niet goed, dat niet, maar toch... want Israël, want Amerika, want Irak, het Westen, de Kruisvaarders En vrijwel nergens in de islamitische gemeenschap, niet in het Westen, in Europa - laat staan in het Midden-Oosten - islamieten die krachtig protesteren, die zeggen: deze moorden, deze aanslagen, deze terreur, dat is onze islam niet, daar willen wij niets mee te maken hebben, wij horen bij Europa, bij Nederland; al zijn we het niet met alles eens, wij zijn solidair met onze landen van inwoning, met hun wetten en gebruiken. En ook geen openbare bijeenkomsten om als groep, als geloof, dit alles af te wijzen; of imams en oelama's, die de publiciteit zoeken om te vertellen dat deze islam van dreiging en geweld niet hun islam is en dat ze dit krachtig verwerpen. Nee, niets daarvan, of vrijwel niets. Ze houden zich op de vlakte. O ja, er wordt af en toe wat gemompeld, maar zwakjes en mat, terwijl er bij het minste of geringste tegen hun geloof een keel wordt opgezet - maar nu, nee nu niet.

Bij die gemeenschap, die wereld hoort deze mevrouw, een wereld die niet afwijst, die niet veroordeelt, maar toekijkt en wacht. Maar wel overal rond die moorden, ver weg en dichtbij; die aanslagen, die getuigenissen van woede en haat, overal daaromheen zien wij diezelfde hoofddoekjes - want vergeet u niet, niet namens de democratie of het socialisme of het kapitalisme of vergeten ideologieën als communisme of fascisme is dat gedreig, die haat, die moordlust, of namens door het kolonialisme vernederde en verarmde landen in Afrika of Azië, het is namens de door de olie relatief welvarende islamitische wereld, het is namens de islam. Hoort deze mevrouw daarbij, bij die dreigende wereld? Is ze het daarmee eens? Het is onduidelijk. Maar wat ze wel toont met overtuiging, is lid te zijn van deze groep, deze gemeenschap; te horen bij een wereld waar deze daden van schande zich voltrekken. Ze keert zich daar niet vanaf.

Of hier in Nederland, de Mohammed B.'s, de Samir A.'s, hoort ze bij hen? In geen enkel opzicht onderscheidt ze zich van hun aanhang. Is ze het met hen eens, of deels, of begrijpend en verdragend? Ook dat is onduidelijk. Geen protest is in haar houding of uiterlijk te ontdekken. Of nog iets anders. In de islamitische wereld worden vrouwen die geen hoofddoek dragen door de bewakers van het geloof met zoutzuur overgoten zodat ze levenslang verminkt zijn; ze worden verkracht, in gevangenissen gegooid, gestenigd. Draagt zij vrijwillig die hoofddoek, terwijl andere vrouwen in de islamitische wereld wegens het niet dragen van een hoofddoek mishandeld en gedood worden? En is die vrijwilligheid een teken dat ze het met zulke maatregelen eens is? Niet solidair met haar zwakke mishandelde zusters, maar met de machthebbers, de geweldplegers? Of is haar houding een andere? En jawel, dat horen we ook overal: 'Ik draag een hoofddoek omdat ik dan mijn eigen leven kan leiden, en in mijn wereld - de islamitische - met rust gelaten wordt.' Maar lijkt die redenering niet verdacht veel op de praatjes van de dulders van Hitler en Stalin en Mao. 'Ik werd lid van de partij - communistisch, fascistisch, maoïstisch - omdat ik anders geen carrière kon maken. Je moest wel, iedereen om je heen was lid, anders was je eenzaam, anders hoorde je nergens meer bij, had je geen kansen.' Ach ja, zeggen we soms. Maar meestal zeggen we wat anders...

Misschien kunt u zich voorstellen dat ik door een mevrouw - hoe onschuldig ze waarschijnlijk ook is - die deze wereld van dreiging en geweld vertegenwoordigt, niet in uw apotheek geholpen wil worden. Ik som maar even van de laatste weken op: drie meisjes op Sulawesi onthoofd (waren christen); iemand vertelde in Pakistan dat een christen op de koran gepiest had - drie kerken verwoest; in Saoedi-Arabië lachte een leraar om de islamitische baardgroei van sommigen van zijn leerlingen - driehonderdvijftig stokslagen, veertig maanden kerker. Ik noem deze relatief kleine huiselijke zaken om de dwingelandij, onvrijheid en onveiligheid te accentueren van de wereld waarin deze islam de macht heeft. Of hier in Nederland: Hirsi Ali, die met de dood bedreigd wordt vanwege een paar meningen. Wilders Vertegenwoordigt deze mevrouw die wereld, is ze het daarmee eens? Maar er zijn andere, ernstiger zaken: de aanslagen in New York, Madrid, Londen, de moord op Van Gogh, of de continue terreur en zelfmoordaanslagen in Israël, in Irak, in Tsjetsjenië - allemaal namens de islam. Nogmaals, kunt u zich voorstellen dat ik door een mevrouw die deze wereld vertegenwoordigt, terwijl ook haar deze wandaden, deze rechteloosheid bekend moeten zijn; een mevrouw die zonder dat de islam haar daartoe dwingt - sterker, de sjaria verbiedt het in een land waar de islamieten de minderheid zijn - getuigt van haar geloof, opzichtig belijdt en demonstreert tot die wereld te behoren - een wereld van duisternis in mijn ogen -, dat ik door zo'n mevrouw niet in uw apotheek geholpen wil worden.

Ja maar, zult u zeggen, die kleding, die hoofddoeken, die gewaden horen bij hun cultuur. Antwoord: ze zijn vrijwillig uit hun cultuur naar de onze gekomen om hier mee te doen. Ik vind het hoogst onbeleefd, ja onbeschoft om de cultuur die ze achter zich gelaten hebben alsnog aan ons op te dringen. Eigenlijk vind ik het idioot. Wij emigreren toch ook niet naar Japan om daar in Volendams kostuum rond te stappen en allemaal eisen te stellen, of in Spakenburger dracht naar Amerika om daar een baan te verwachten. Dit toegepast op deze situatie: u zou er toch niet over piekeren om iemand in Volendammer kostuum of in Spakenburger dracht met oorijzers en kap en beukje op klompen achter uw toonbank neer te zetten. U zou zeggen: 'Dat doe je maar in je eigen vrije tijd en niet in mijn bedrijf.' Waarom voor deze islamitische mevrouw dan een uitzondering gemaakt?

Weer een andere benadering, u zou het niet overwogen hebben om in de tijd dat dat geloof nog leefde iemand in monnikspij of in nonnengewaad met hoofdkap achter uw toonbank te laten staan, of iemand in Leger des Heils-uniform, of in Hare Krishna-dracht, hoe menslievend en welwillend u ook bent. Het zou voor uw gevoel onjuist zijn. 'Nee, dat moeten ze maar buiten mijn zaak doen', zou u zeggen. Waarom voor deze mevrouw in islamitische dracht een uitzondering gemaakt?

Maar, en dit is een zeer belangrijk aspect, de islam is niet uitsluitend een geloof zoals wij dat in het Westen kennen; een geloof dat over het geweten gaat, de ziel, het innerlijk - en aanbidding en belijding, lezen in de koran, rituelen en vasten. Dat is maar de helft van de islam. De andere helft is de opdracht de wereld in te richten naar Allah's wil, zijn wetten op te leggen, zijn politieke ordening; de wereld, de staat in te richten naar zijn wil - de Oemma, het kalifaat met islamitisch bestuur, islamitische wetten, de sjaria. Zolang deze eis van het islamitische geloof - het verwezenlijken van de wil van Allah op aarde - niet vervuld is, is een belangrijk gedeelte van hun geloof niet gerealiseerd. Er wordt wel eens gezegd: de islamieten zijn niet gewend een minderheidsgeloof te zijn zoals hier in het Westen; dat moeten ze nog leren. Maar dat is onmogelijk. Daar kunnen ze zich niet bij neerleggen. Want een belangrijk aspect van hun geloof kan niet gerealiseerd worden: Allah's wetten, de politieke ordening van Allah, daartoe moeten ze een meerderheid zijn - of macht hebben.

Islam betekent niet vrede, zoals de gelovigen niet ophouden te beweren - o ja, het resultaat kan vrede zijn zoals bij elke macht die zich geconsolideerd heeft; het woord islam betekent in het Arabisch onderwerping: allereerst van de gelovigen aan Allah; maar het woord onderwerping is neutraal, niet alleen de devote kant geldt, ook onderwerping van de ongelovigen - niet goedschiks dan kwaadschiks zoals we nu merken - aan Allah's wetten en geboden; onderwerping van de hele wereld aan Allah - elke methode staat open. Net als trouwens het woord Oemma - de islamitische geloofsgemeenschap - in het Arabisch ook niet vrede betekent of bekering of overreding, maar verovering - en met nogal wat geweld en dwang in de traditie van de islam. Want nogmaals, de islam is niet alleen het geloof in Allah, het is ook de ideologie van Allah - een ideologie die tegen de meeste van onze democratische principes in gaat. Geen vrijheid van meningsuiting - alles tegen de islam is verboden. Geen vrijheid van geloof - andere geloven en overtuigingen worden geduld als het zo uit komt, want Allah is barmhartig, als ze zich koest houden, geen zending bedrijven, zich aan de islamitische ordening houden, extra belasting betalen. Geen democratische rechten en wetten behalve de islamitische. Een structurele ongelijkheid van man en vrouw. En voor de islamiet: geen recht om een vrije keuze, bijvoorbeeld tegen de islam, te maken - dan de doodstraf

Waar doet dat geloof ons aan denken? Precies! Aan de totalitaire ideologieën als communisme en fascisme, ook daar geen vrijheid, geen vrije keuze, geen gelijkwaardigheid van overtuigingen, meningen en geloven; geen mogelijkheid communisme of fascisme af te wijzen, te bekritiseren, zich daartegen te verzetten. En ook daar de opzet de hele wereld te veroveren, te onderwerpen, hun systeem op te leggen. En eveneens bij die totalitaire ideologieën de speciale kleding van hun aanhangers om hun massa en macht te tonen en te getuigen van hun geloof, hun overtuiging. En natuurlijk, ook daar en toen negentig procent meelopers die ergens bij wilde horen, die het aardig en goed vonden klinken zonder zich er te zeer in te verdiepen, of die, zeer menselijk, meededen omdat iedereen in hun omgeving al aanhanger was. En eenzaamheid, ach, eenzaamheid Merendeels brave en goedwillende mensen - en juist dat, dat speciaal is de opzet van de berekenende strategen achter hen: die massa, die macht

De wereldgeschiedenis zou misschien anders gelopen zijn als de Duitse Rijkskanselier Grüning het uniformverbod van Hitlers aanhangers in '31-'32 gehandhaafd had - de partij verschrompelde; want niet meer zichtbaar, geen massa, geen macht. De NSB van Mussert verdampte toen het uniformverbod kwam voor overheids- en semi-overheidsdiensten. Zo belangrijk is een uniform. Het straatbeeld veranderen, hun aanwezigheid tot iets vanzelfsprekends maken is altijd een eerste stap. En als dat bereikt is, de volgende stappen.

Nu de consequentie van deze analyse. U zou er in de jaren dertig niet over gepiekerd hebben iemand in NSB-kostuum achter de toonbank van uw apotheek te laten plaatsnemen. U zou in de jaren '50-'60 niet iemand in Stalinpak achter de toonbank gehad willen hebben, of in de jaren '70-'80 iemand in Maodracht (of iemand met hanenkam en hakenkruisen, 'Jullie staat is niet de onze'). Zo vind ik het onaanvaardbaar dat iemand in deze tijd van islamitische terreur, van moordaanslagen en bedreigingen - terwijl de islamitische bevolking van Europa zich niet krachtig tegen deze terreur keert; deze terreur, deze dreigingen niet resoluut afwijst, hoogstens wat mompelt over niet mee eens zijn en niet islamitisch zijn, maar toch, en zich verder op de vlakte houdt - want Israël, want Amerika, want Irak, want de Kruisvaarders in die situatie vind ik het onaanvaardbaar dat iemand die demonstratief haar islamitisch geloof belijdt, die daarvan in het openbaar getuigt terwijl de sjaria dat ontraadt in het land der ongelovigen, zelfs verbiedt, achter uw toonbank staat. En welk islamitisch geloof belijdt zij? Dat van de vrede? Of dat van de onvrijheid? Dat van de ongelijkheid? Dat van de moordaanslagen en het gedreig? Dat van de onverdraagzaamheid? Het is onduidelijk, het kan van alles zijn. In die omstandigheden, bij die onduidelijkheid vind ik zo iemand achter uw toonbank onaanvaardbaar. Ik wil niet door iemand geholpen worden die deze dreigende, onverdraagzame en duistere wereld vertegenwoordigt, meer nog, daar met inzet van getuigt.

Ja maar, zult u zeggen, ze worden gediscrimineerd, ze worden achtergesteld, we moeten ze kansen bieden en ze bij onze maatschappij betrekken. Ik vind uw bedoelingen nobel en menslievend - maar niet wij zorgen voor die tweedeling in de maatschappij, maar zij, door niet mee te willen doen, zich af te scheiden van ons en dat te tonen door het dragen van het uniform van een tegen de meeste van onze waarden gerichte ideologie. En u werkt, hoe humaan en menslievend uw houding ook lijkt te zijn, mee aan een vergroting van de kloof tussen ons en hen, een versterking van deze tweedeling.

Wessel te Gussinklo (1941) debuteerde in 1986 met de roman 'De verboden tuin', waarvoor hij de Anton Wachterprijs kreeg. In 1995 verscheen 'De Opdracht' die met maar liefst drie prijzen werd bekroond: de F. Bordewijkprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de ECI-prijs. Bovendien werd deze roman genomineerd voor de Gouden Uil en de Libris Literatuurprijs. Verder schreef Te Gussinklo de novelle 'Het engeltje' (1996) en de verhalenbundel ' Heimwee naar de DDR en andere vrolijke vertellingen (1998). In 2003 verscheen de roman 'Aangeraakt door goden' (Querido).

De politieke islam heeft ons de oorlog verklaard, en de rest van de islamitische wereld begrijpt deze aanslagen, die moordpartijen, keurt ze misschien niet goed, dat niet, maar toch... want Israël, want Amerika, want Irak, het Westen, de Kruisvaarders

U zou er toch niet over piekeren om iemand in Spakenburger dracht met oorijzers en kap en beukje op klompen achter uw toonbank neer te zetten. Waarom voor deze islamitische mevrouw dan een uitzondering gemaakt?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden