Breukink relativeert nederlaag Indurain ruimt met gele trui enige twijfels uit de weg

LES SABLES-D'OLONNES - Aan een proloog voor een grote etappewedstrijd wordt doorgaans een overdreven waarde toegekend. Niet in het minst door ploegleiders, renners en niet te vergeten constructeurs die weken aan het ontwerpen van geavanceerd materiaal hebben besteed. Alsof er weer eens een mens op de maan moet worden gedropt.

Verliezers zijn er meestal als de kippen bij om hun nederlaag in het commerciele secondenspel tot het nulpunt te relativeren. Zoals Erik Breukink, die op een nieuw, overigens niet al te extravagant model van de Britse firma Lotus 26 seconden prijs gaf op de logische winnaar Miguel Indurain. De titelverdediger reed op een 'normale' tweewieler rond. Bij de toppers zijn de dichte wielen kennelijk alweer uit de mode. “Je kunt nog zo'n mooie fiets hebben, maar het zijn de benen die het moeten doen”, vond Breukink, en in die uitspraak schuilt de grootst mogelijke kern van waarheid. Alex Zulle had zich nog nooit zo nerveus gevoeld als zaterdag rond Le Puydu-Fou, tot hij na twee kilometer heel wijselijk bij zichzelf te rade ging: “Ik ben dom bezig als ik mezelf zo laat opjutten. Ik kom verder als ik normaal doe.” En ook daarin schuilt de grootst mogelijke kern van waarheid.

De Zwitser kwam desondanks in de laatste bocht praktisch tot stilstand en verspeelde zodoende nog een paar seconden van de acht die hij uiteindelijk op Indurain verloor. Het was hem niet om de gele trui te doen, verzekerde de Spanjaard zijn gehoor. Hij wilde 'gewoon' een goede proloog rijden, met in het niet uitgesproken onderbewustzijn de bijgedachte dat het tijd werd enkele twijfels uit de weg te ruimen. Hij had signalen ontvangen dat er meer serieuze gegadigden op de eindzege in de Ronde van Frankrijk zijn dan hij. Er werd al driftig gespeculeerd op zwakke momenten van de bionische robot, zoals in de voorlaatste etappe van de Giro, toen de man uit Villava ook maar een mens van vlees en bloed bleek te zijn die op een ongewenst moment honger kan lijden.

Dat misverstand zette Indurain met de 22ste tijdrit- en vijfde proloogzege in zijn profcarriere keurig recht. Voor het overige liet hij iedereen keurig in zijn waarde. Breukink hield zich enigszins in om de pijnlijke knie - het gevolg van een aanrijding tijdens de training van vrijdag - niet al te zeer te belasten. “Vooraf had ik er veel pijn aan”, moest hij bekennen. “Er zit vocht onder de schijf. Tijdens de proloog voelde ik die knie niet. Dat is ook logisch. Bij zo'n zware inspanning doet werkelijk alles pijn. Ik hoop dat ik me de komende dagen niet hoef te forceren, dan komt alles wel weer goed.”

Dat Indurain won en ploeggenoot Zulle hem net als in Parijs-Nice en de Ronde van Spanje tijdens het eerste wapengekletter de baas bleef, ach het zijn maar details. “Nou en. Zulle heeft dit jaar etappekoersen gewonnen, maar ik ook.

Als ik een hele goede dag had gehad, had ik misschien kunnen winnen. Het zegt allemaal niets. Aan mijn beste Tour (in 1990 eindigde Breukink als derde - red) ging een hele slechte proloog vooraf. En toen ik 'm won (in 1989 - red), reed ik de Tour niet eens uit. Ik bedoel maar.''

In het hooggebergte tellen de seconden van de inleidende tijdrit niet. De enige impact is van lichtpsychologische aard. Een marginale voorsprong verschaft een klassementsrenner al het alibi niet te hoeven aanvallen.

Chiappucci kwam gelouterd uit de strijd omdat hij op het glooende parcours van 6800 meter verrassend weinig (20 tellen) op Indurain hoefde in te leveren. En bij Bugno blijken de levensgeesten, getuige zijn derde plaats, ook nog niet te zijn geweken. De droefgeestige Italiaan reed onlangs al een goed nationaal kampioenschap (tweede achter eendagsvlieg Podenzana) en koestert in vergelijking met de geflopte Tour van vorig jaar een groot voor- deel: hij is verlost van zijn belangrijkste tegenstander, de mentale druk. Er verscheen vorig jaar zelfs een psychiater in de Ronde van Frankrijk, wiens inbreng Bugno later in een openhartige bui relativeerde tot: “Ik had er meer baat bij gehad als ze mijn herdershond hadden gestuurd.”

Een passage uit het klassieke draaiboek werd evenwel anders door de hoofdrolspeler geinterpreteerd. Indurain stond zijn gouden habijt gisteren in de eerste rit in lijn niet ootmoedig af aan een dappere vluchter. Toen de Italiaan Cenghialta zich na een ontsnapping van een groepje van zes virtueel leider mocht noemen, spanden Banesto en Lampre (de laatste om de kansen van Abdoesjaparov in de eventuele massasprint niet te verzieken) zich in om de achterstand teniet te doen. In een tussensprint kaapte Indurain zelfs een paar seconden voor de neus van Jalabert weg en vergrootte zijn voorsprong in het algemeen klassement op Zulle tot twaalf seconden. De Zwitser had kort daarvoor de schrik van zijn 'leven' gekregen. Een paar kilometer voor de finish gleed hij onderuit, maar kwam uiteindelijk met de schrik vrij.

De finish op de strandboulevard van Les Sables-d'Olonne was het spreekwoordelijke kolfje naar de hand van Mario Cipollini. Achter hem stak Abdoesjaparov onverhoeds de weg over en sleurde Citterio, Robin en Marie mee in zijn val. Van Poppel raakte ingeklemd tussen Nijdam en de afrastering.

Zijn zegekansen werden verder geelimineerd omdat Nijdam en de in zijn omgeving vertoevende Ludwig zich kansloos waanden en daarom freewhelend de etappe uitreden. Van zijn kant had Van Poppel Cipollini een preventief 'kwakje' gegeven. “Die zit even in de wachtkamer”, dacht de Nederlander, maar het GB-treintje trok de Toscaan voorbeeldig naar de finish.

Het was de 53ste overwinning in de carriere van Cipollini, maar pas zijn eerste in de Tour de France. In het verleden scoorde hij alleen in het voorjaar. In 1992 verliet hij La grande boucle reeds in de zevende etappe.

Mentaal niet in orde, geen zin meer, een onblusbare trek naar het goede Tos- caanse leven en heimwee naar zijn knappe vriendin Sabrina Landucci, met wie hij op 6 september in het huwelijk treedt; dat waren zo de redenen van zijn opgave. Waar Cipollini niet bij stilstond, was de impact van de Tour. Het werd als heiligschennis gezien dat hij om nauwelijks relevante redenen uit de ronde stapte. “Dat heb ik onderschat,” geeft hij grif toe en moest ervaren dat het meteen gonsde van de vrolijke anekdotes over de playboy, of de sheriff zoals hij in zijn dorp wordt genoemd. Zoals die van het afstappen in de Coppa Agostini, een van de voorbereidingskoersen op het WK. Hij deed dat om in zijn hotelkamer een ter plekke ontmoet meisje te 'begroeten'. De ernst des levens overviel Cipollini, naar kwaadsprekers willen als een dief in de nacht. Zelfs tijdens zijn vakantie op Guadeloupe ging hij 's avonds om negen uur al naar bed. “Kun je het voorstellen?” zegt zijn ploegleider Patrick Lefevere. “De playboy Cipollini die op een tropisch eiland om negen uur al onder de lakens kruipt.” Toegegeven, daar is enige verbeeldingskracht voor nodig. Na in het voorjaar acht sprintzeges te hebben behaald (twee in de Ronde van de Middellandse zee, drie in Parijs-Nice, de E 3-prijs, GentWevelgem en de Scheldeprijs) loste de Italiaan een lange rustperiode in.

Tussen de Vierdaagse van Duinkerken (begin mei) en de Ronde van Zwitserland (half juni) raakte hij bij wijze van spreken geen koersfiets aan. Nerveus meldde hij zich in de Tour de Suisse. Voor het gevoel wilde de Italiaan dolgraag een ritje winnen, maar in plaats van de draad weer op te pakken, verdween Cipollini met maagklachten uit de wedstrijd.

De triomfator van gisteren weet zeker dat hij de komende tijd met heel andere ogen zal worden bekeken. “Nu ik in het begin van de Tour een massasprint heb gewonnen, volgen er meer”, voorspelde hij gewetensvol op de persconferentie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden