Bret Easton Ellis: ’roem is het eerste jaar opwindend, maar dan ontwricht het je leven.’

Schrijver Bret Easton Ellis signeert zaterdagmiddag in boekhandel Scheltema. Hij is vijf dagen in Amsterdam ter promotie van zijn nieuwe roman ’Lunar Park’.

Bret Easton Ellis (41) kijkt langs de vitrage naar een Amsterdams straatje waarin niks gebeurt. Zijn benen hangen in een trainingsbroek over de rand van zijn fauteuil. „Elk interview is als een sneeuwvlok”, zegt de schrijver over de stroom gesprekken die hij sinds augustus heeft gevoerd: „Uniek maar zo weer gesmolten.”

’Mededogen leidt niet tot goede kunst. Als ik schrijf geef ik alleen om mijn roman.’

Hij is bezig uit te leggen hoe elke verteller in een roman een eigen schrijfstijl vraagt, passend bij de belevingswereld van dat personage. Of het nu een zielloze psychopaat is of een leeghoofdig mannelijk fotomodel, zoals in zijn vorige roman ’Glamorama’ (1999). „Misschien denken sommige lezers daardoor dat ik een klinisch of kil wereldbeeld heb. Maar dan verwarren ze de auteur met de stem van het boek.” Dan onderbreekt Ellis zichzelf: „Wat denk je, is dit een beetje interessant? Ik heb soms het gevoel dat ik alles zit te faken, echt waar. Nooit in mijn boeken, maar wel als ik op tournee moet. Niet? Anyway, waar waren we‿”

Het is vrijdagochtend. Ellis verwacht binnen te blijven totdat hij ’s avonds in club Odeon een lezing moet geven. Zijn suite is royaal, alleen werkt de airco niet. Misschien zit er een Terby vast in een rooster, suggereert Ellis, verwijzend naar de horrorachtige speelgoedpop die een voorname rol speelt in zijn nieuwe roman ’Lunar Park’. De reparateur gaat aan het werk in de slaapkamer. Ellis hoopt dat de man zijn boeken niet meeneemt.

Op zijn nachtkastje ligt ’Feel’, de ’geweldige’ autobiografie van popster Robbie Williams, die daarin zijn roem maar ook zijn eenzaamheid beschrijft. „Roem is het eerste jaar opwindend. Daarna ontwricht het je leven. Je moet zien te overleven, zonder jezelf te vernederen. En iedereen behandelt je anders, alsof er een onbreekbaar schild om je heen hangt, heel frustrerend.”

Ellis verkreeg zijn roem op jonge leeftijd met zijn debuut ’Minder dan niks’ (1986), over rijke jongeren in Californië die zich bezighouden met drugs, seks en feestjes. Met ’De wetten van de aantrekkingskracht’ (1987) verstevigde hij zijn faam. Als aanvoerder van de Brat Pack, een stel hippe auteurs, genoot hij met volle teugen van de wereld die voor hem openlag. De ophef rond ’American Psycho’ (1991), waarin Wall Sstreet-yuppie Patrick Bateman extreem gewelddadige moorden pleegt, vergrootte zijn naamsbekendheid alleen maar.

Niet lang geleden herlas Ellis die roman voor het eerst. Hij herinnert zich de jongeman die die heftige moordscènes schreef en weet waarom ze ’explosief en krankzinnig’ moesten zijn. Maar al lezend werd hij er nu lichamelijk onwel van. „Ze schokten me. Ik kan minder goed tegen geweld dan vroeger.” Als iemand hem vertelt het boek niet te kunnen uitlezen om al het bloed, begrijpt Ellis dat. „Toen had ik gezegd: je bent een idioot.”

Ellis is gevoeliger geworden, maar aan zelfcensuur doet hij niet. „Als je je onder het schrijven afvraagt of je anderen kwetst, stop dan maar. Dan leidt het nergens toe.” Zijn ouders waren bijvoorbeeld niet blij met zijn debuut. „Logisch. Ze probeerden ons een aangenaam leven bieden en opeens kwam dit boek uit dat alles afwees waarin zij geloofden.” Hij zei zijn familie dat het fictie was. „Maar de buitenwereld dacht te weten hoe het thuis bij meneer en mevrouw Ellis was. Het kon me niet schelen en ik moest het ook wel negeren. Mededogen leidt niet tot goede kunst. Als ik schrijf geef ik alleen om mijn roman.”

Zo pratend in zijn stoel, en ook anderhalf uur later, lunchend in dezelfde kamer, stelt Ellis de ene tegenvraag na de andere. Vaak heel direct en persoonlijk. „Dit is net The Silence of the Lambs”, zegt hij over het vreemde gesprek dat zo ontstaat, de filmtitel uitsprekend met gevoel voor suspense. „Jij geeft mij iets, ik geef jou iets”, citeert hij. „Wie van ons Clarice is? Jij.”

Ellis als Hannibal Lecter, hij heeft vaak het gevoel gehad in een kooi te leven. En zoals de kannibaal FBI- agente Clarice Starling in de film voorspelt dat zijn vragen aan haar niet over ’de zaak’ zullen gaan, zo buigt ook Ellis weg van ’Lunar Park’.

In die roman verwerkt hij zijn moeizame relatie met zijn vader, die te veel dronk en de familie na zijn dood schulden naliet. Schrijvend over een schrijver met de naam Bret Easton Ellis, die rust zoekt in een buitenwijk en voor het eerst samenleeft met zijn vrouw en tienerzoon, onderzoekt de echte Ellis het huwelijk van zijn ouders. En ook hoe het zou zijn om zelf een kind te hebben, een wens die hij twee jaar lang had, maar daarna verdween.

Maar door zijn tegenvragen, kracht bijgezet door een starende blik, in een hotel dat inmiddels beklemmend stil is, gaat het nu over de favoriete drank bij het uitgaan, en over opgroeien tussen zussen. Ellis heeft er twee. „Ze zeggen me dat ik minder agressief of vreemd zou zijn geweest als mam mij als laatste had gehad, en niet als eerste. Had jij liever een broer?”

Over moslimfundamentalisten: „Ze zijn eng! Iemand moet ze tegenhouden!”

Over Irak: ,,Ellis steunde de oorlog, uit angst", zegt hij.

Voetballer David Beckham met wie hij van de week in de hotellift stond. De film ’Last Days’ van Gus van Sant: „Onverdraaglijk pretentieus.” Religies: „Ik veracht ze, allemaal ja.”

Omdat de bacon taai is schuift Ellis zijn bord weg en haalt zijn I-Pod op om wat nummers te laten horen, de hoofdtelefoon op schoot, volume voluit. Zijn assistent heeft er veel rommel opgezet, klaagt hij, en zet ’m uit.

Wanneer hijzelf voor het laatst hevig gehuild heeft, stelt Ellis een van zijn eigen vragen nu aan zichzelf. „Twee dagen geleden. Ik zat in de eerste klas wachtruimte op het vliegveld in Manchester, luisterend naar Coldplay. Ik ben al maanden onderweg en probeer mezelf bij mekaar houden.” Zijn vingers grijpen de tafelrand beet als om te laten zien hoe krachtig hij dat doet. „Maar ik ben uitgeput, dit reizen is lichamelijk en psychisch slecht voor me. In Manchester stortte ik in. Ik zette mijn zonnebril op, trok me terug in een herentoilet en huilde minutenlang heel hard.”

In november is Ellis weer thuis, het is een mistig vooruitzicht. „Ik ben alleen, weet niet waar ik wil wonen of wat ik wil doen.” Uit New York wil hij weg, hij is klaar met de stad. De achttien maanden voor vertrek die hij in Los Angeles doorbracht - na het overlijden van zijn geliefde Michael Wade Kaplan, aan wie ’Lunar Park’ is opgedragen - waren leeg. „Ik schreef stompzinnige monsterfilm-scenario’s voor studio’s. Werd elke dag dronken. Gekkenwerk.”

Omdat vrije tijd weinig geluk bracht, is het wel prettig nu elke dag een schema met afspraken te krijgen. „Maar ik zie enorm op tegen dat feestje van vanavond.”

Toch kost het optreden Ellis ’s avonds ogenschijnlijk geen moeite. In de talkshowsetting maakt hij grapjes, spreekt met krachtige armgebaren en is zelfs bereid te vertellen waar het vaak onbegrepen ’American Psycho’ volgens hemzelf over ging. „Over de restricties die de maatschappij ons oplegt en de dwang waaronder we ons op een bepaalde manier moeten gedragen, en moeten geloven in valse waarden, dit onder de belofte dat we dan gelukkig worden, wat niet waar is. Het gaat om een jongeman die de grote leugen van de maatschappij ontdekt, en die door de geweldsexplosies - of ze nu imaginair of echt zijn, probeert te ontsnappen aan de strenge onbuigzaamheid van de wereld om hem heen.”

De gespreksleider complimenteert hem met het antwoord. Ellis knikt en antwoordt met nadruk: ’Inderdaad erg goed’.

Lunar Park

’Lunar Park’ van Bret Easton Ellis is verschenen bij uitgeverij Anthos Amsterdam.

381 blz.

ISBN: 9041409602

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden