Brenger van schoonheid

NEW YORK - Louis Comfort Tiffany, zoon van de oprichter van het beroemde juwelenhuis Tiffany, is de geschiedenis ingegaan als de ontwerper van kleurrijke lampen in glas-in-lood. Ter gelegenheid van zijn geboortedag, 150 jaar geleden, organiseerde The Metropolitan Museum of Art in New York een tentoonstelling gewijd aan het werk van de man wiens visie op schoonheid veel meer omvatte dan lampenkappen alleen.

Wie in Amerika in een als gezellig bedoeld familierestaurant terechtkomt, loopt een goede kans boven de tafel een bontgekleurde glas-in-lood-lamp aan te treffen. De Tiffany-lamp, zoals het concept simpelweg heet, is een begrip en al decennia lang populair.

Dat mag een compliment lijken voor Louis Comfort Tiffany, de ontwerper die zijn eerste lamp in 1899 presenteerde, maar het is maar de vraag of Tiffany het liefst om zijn lampen, die binnen enkele jaren in grote hoeveelheden werden geproduceerd, herinnerd had willen worden. Vóór alles zag hij zichzelf als een schepper van unieke objecten die schoonheid in de huizen van zijn welgestelde opdrachtgevers brachten.

Tiffany, in 1848 geboren in het gezin van de internationaal befaamde juwelier Charles Lewis Tiffany, waagde zich als jongeman aanvankelijk aan de schilderkunst, maar schakelde al snel over op interieurontwerp. Hij ontwierp interieurs voor openbare ruimtes als kerken, theaters, hotels en warenhuizen en voor privé-huizen van de gefortuneerde elite van New York. De succesvolle ontwerper beheerste vrijwel alle denkbare aspecten van interieurs: van meubels, tapijten en vazen tot aardewerk, fonteinen en kantoorartikelen. Niets ontsnapte aan zijn aandacht en niets was onmogelijk voor zijn firma waarin hij breed onderlegde vakmensen te werk stelde.

Na de dood van zijn vader in 1902, toen Tiffany artistiek directeur werd van diens Tiffany and Company, begon hij ook juwelen te ontwerpen. Anders dan zijn vader, die voornamelijk had gewerkt met edelstenen, gebruikte Tiffany halfedelstenen als opaal, maansteen, granaat en amethist. Daarmee verlegde hij de betekenis van juwelen: voor hem waren ze ornamenten die niet door hun exclusieve waarde, maar door hun artistieke expressie dienden te imponeren. Van een bijna onbeschrijfelijke tederheid is een platina, met opalen gedecoreerd haarornament dat Tiffany in 1904 maakte. Het stelt twee libellen voor die even uitrusten op twee paardebloem-zaadbolletjes, de ene nog vol zaadjes, de andere bijna helemaal weggeblazen.

Maar het was Tiffany's persoonlijke fascinatie met licht die tot ontwerpen heeft geleid die als baanbrekend worden beschouwd in de Amerikaanse toegepaste kunst. Het zwaartepunt van de expositie vormen dan ook zijn uiteenlopende experimenten met glas.

Eerlijkheidshalve moet worden gezegd dat veel van Tiffany's glasobjecten gemengde gevoelens oproepen: een groenglazen vaas in de vorm van een opgestoken pauwenveer dwingt beslist bewondering af door de ragfijne glasdraadjes die de structuur van een veer perfect nabootsen. Maar mooi zal niet iedereen het vinden. En zijn serie met metaaloxides bewerkte, wulps gevormde vazen zullen sommigen wellicht zelfs afdoen als schreeuwerige kitsch. Zelfs de vrolijk gekleurde, fijngevormde vaasjes in de vorm van bloemen zal niet iedereen kunnen waarderen. Maar het is moeilijk je te onttrekken aan het plezier en de liefde die Tiffany voor zijn objecten moet hebben gevoeld.

Zijn grootste faam verwierf Tiffany met zijn glas-in-lood-werk. En niet alleen vanwege de schoonheid van zijn ontwerpen, ook zijn vernieuwende productiemethode wordt tot op heden bewonderd. Anders dan de tot dan toe gehanteerde glas-in-lood techniek voorschreef, legde Tiffany niet simpelweg verschillend gekleurde stukjes glas tegen elkaar aan, maar ontwierp glasstukjes die zelf meerdere tinten hadden. Daardoor was hij in staat details aan te brengen die voorheen pas in een latere fase op het glas werden geschilderd. Die toepassing geeft zijn kunstwerken een diepte en levendigheid die nog eens wordt versterkt doordat hij meerdere (soms wel vijf) lagen glas op elkaar legde of stukjes glas in gesmolten toestand dubbelvouwde. Zo ontstond op een even simpele als effectieve manier driedimensionaliteit. Wie bijvoorbeeld zijn 'Magnolia's en irissen' goed bekijkt, een groots raam dat Tiffany rond 1908 maakte voor een begraafplaats in Brooklyn, ziet dat de bloeiende magnolia's en blauwe irissen bloemblaadjes hebben die opbollen vanuit het glasoppervlak.

Bloemen

Een belangrijk thema in Tiffany's werk is de natuur in haar verschillende stadia: vrijwel altijd beeldde hij bloemen zowel in knop als in bloei af. Zo ook in een van de mooiste Tiffany-werken die deze expositie te bieden heeft, de 'waterlelie tafellamp'. De lamp beeldt de waterlelieplant in zijn geheel uit: de koperen voet bestaat uit de bladeren, waarvan de omhoogreikende stelen de standaard van de lamp vormen. De stelen komen vervolgens terug in de rijkgekleurde glas-in-lood-kap en voeren vanaf de bovenrand naar de bloemknoppen en tenslotte, onder aan de kap, naar de volop bloeiende lelies. Ineens wordt het immense verschil duidelijk tussen de hedendaagse horecalampen en wat Tiffany voor ogen had toen hij als het ware zijn glas-in-lood-ramen rond een lichtbron vouwde: perfecte eenheid in een adembenemend mooi kunstwerk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden