Brein uitmesten

Bij de boulanger wist ik opeens het Franse woord voor stokbrood niet meer. Bécassine? Bigot? Begijn? Buat – o nee, dat was een zeventiende-eeuwse ritmeester, ooit gespeeld door Coen Flink. Het brein dwaalde in de buurt rond zonder ergens aan te komen.

Pas op de terugweg, nadat ik het brood allang door eenvoudige aanwijzing had verkregen, viel de verdwenen baguette weer op z’n plaats. In Azat-le-Ris is er een bakkertje, de enige winkel in het dorp, dat iets van driehonderd inwoners telt: zondag tot twee uur open, maandag de hele dag gesloten, dit is het platteland. Ik zit dan weer in een aanpalend gehucht, La Courandière geheten, vanwaar een bord naar de nog weer kleinere locatie Le Chiron leidt, genoemd naar Cheiron, heb ik me laten vertellen, de wijze centaur, maar waarom? Zoals het me moeilijk viel een stokbrood te benoemen zo is het moeilijk de juiste omschrijving voor Le Chiron te vinden. Is het een landhuis? Een grote boerderij? Een kasteeltje? Ik heb het gevoel dat in mijn nieuwe omstandigheden taal snel tekortschiet, sneller dan thuis. Begint de dorpse zwijgzaamheid na die paar dagen Frankrijk soms al toe te slaan? Afgelopen donderdag kwam ik hier aan, je rijdt een uur of acht over de snelwegen, duikt aan het eind het landschap langs de weg in en opeens ben je er. De kwekkende secretaresse in mijn auto wist het precies: lieu dit Le Chiron: plaats genaamd Le Chiron. Maar wat zegt een kaart, een tom-tom over de plek waar je moet wezen? Ik moest opeens denken aan de aanwijsstok van meneer Bakker, van de lagere school, die ons op de blinde kaart van Groningen leerde: Hoogezand, Sappemeer, Zuidbroek, Scheemda, maar pas toen ik een keer in Zuidbroek ging kijken naar een huis en in Scheemda vrienden bezocht wist ik het: taal is maar een hulpmiddel en bepaald niet het beste. De werkelijkheid van Le Chiron is dat het immens is, ik schat dat het hoofdgebouw zo’n vijftien kamers telt, merendeels groot genoeg om een klein gezin in te herbergen, en dan heb je het poortgebouw nog met vier zalen van elk 120 vierkante meter, en nog een bijgebouw en nog een kleiner bijgebouw. Slechts een fractie ervan is bewoond, door de kasteelvrouwe zoals ik haar dan toch maar noem, en door mij. Straks vertrekt zij terug naar Nederland en zit ik hier alleen, als een vergeten vorst in zijn leeggehaalde slot. Het heeft beslist iets romantisch, die eerste dagen, maar ik bereid me voor op de eenzaamheid, die slechts door een laptop en een iPod zullen worden bestreden. Maar goed, mijn auto staat op de oprijlaan, ik ben ook zo weer weg, Poitiers, Limoges, Amsterdam als het moet. Gisteren raakte ik even in paniek, mijn bril was verdwenen. Gedachteloos ergens neergelegd maar waar? Zulke onbetekenende acties hebben in onbekende kasteeltjes grote gevolgen. Vijftien kamers om uit te kiezen, of misschien buiten bij de knotwilgen of achter in de tuin? Groot is mooi en veel is lekker, weet kasteelheer Olivier B. Bommel, maar die draagt geen bril. Ik zal hier een nieuw soort concentratie moeten opbrengen. Het oude brein uitmesten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden